Steunverlening lokale gemeenten

Kerken hebben op allerlei momenten gelegenheid om een subsidie aan te vragen. Lokale gemeenten kunnen een beroep doen op de commissie Steunverlening. Deze commissie beheert het geld van de solidariteitskas. Gemeenteleden worden daar jaarlijks voor aangeslagen. Aarnout Huijssoon, coördinator Beheer en Beleid per 1 september 2019, is de man die vanuit de dienstenorganisatie de aanvragen analyseert en er is een onafhankelijke commissie, niet verankerd in de dienstenorganisatie, maar rechtstreeks rapporterend aan de synode, die de aanvraag beoordeelt.

Je kan bij drie categorieën, drie situaties, denken aan zo’n aanvraag om subsidie. We sommen ze hier even op: toekomst lokale kerkplek, beheer en calamiteiten. Het beleid richt zich steeds meer op de vitaliteit van de gemeente. De commissie signaleert in de rapportages aan de synode enkele ontwikkelingen:
a. aanvragen zijn vaak nog te veel vanuit het verleden geformuleerd, nogal pragmatisch; het zou zinvol zijn als men meer toekomst georiënteerd werkt;
b. aanvragen zijn vaak nog te weinig beleidsmatig doordacht, ze lezen alsof ze op een zaterdagnamiddag op papier zijn gezet;
c. aanvragen zijn vaak meer naar binnen gericht, naar de eigen kerkgemeenschap dan naar buiten, de leefgemeenschap;
d. het plaatselijk kader heeft moeite de eigen geledingen op kwalitatief niveau te houden.
Gemeenten kunnen bij hun aanvragen gebruik maken van gemeenteadviseurs. Die zijn in de regel in te huren voor bedragen tot zo’n 75 euro per uur. Het is aan de gemeenten om daar te voren goede prijsafspraken over te maken en waar de uurprijs te hoog ligt, daar paal en perk aan te stellen.

Kijken we nog verder naar de drie hoofdclusters van wanneer men voor subsidie in aanmerking komt:

Toekomst lokale kerkplek 

Dit thema krijgt in toenemende mate accent binnen de kerken. Waar voorheen veel concentratie was op restauraties (die vallen onder beheer) onderkent men het belang meer te letten op het geestelijk leven als zodanig.
a. Men kan een eerste aanvraag indienen als revitaliseringsbijdrage, c.q. stimuleringsbijdrage. De gemeente brengt daarbij in beeld wat er nodig is, waar er focus moet zijn.
b. De landelijke kerk stimuleert de samenwerking van gemeenten. Klaas Dijkstra, consulent voor het beroepingswerk, refereerde daaraan tijdens de pastoresmiddag op 17 juni in Dalfsen. En eerder benoemde Door-Elske Cazemier, specialist kleine gemeenten, dit punt tijdens de ringontmoeting in Steenwijkerwold op 29 november 2018. In vakjargon gaat het om subsidie in het kader van SAGE 2.0, (SA= Samenwerking; GE=Gemeenten; 2.0=vernieuwend). Als dus twee gemeenten de handen in elkaar vouwen en vernieuwend samen op trekken, hetzij rond de predikanteninzet, hetzij door inzet op een gezamenlijk kerkelijk bureau, hetzij op een andere manier, kan men daarvoor aanpassingssubsidies aanvragen.
c. De landelijke kerk stimuleert nieuwe initiatieven bij lokale kerken. Het zijn dus niet alleen de pioniersplaatsen die voor subsidie in aanmerking komen, maar ook anders gelabelde initiatieven, die de gemeente een vernieuwend gezicht geven. Vanzelfsprekend vallen hieronder ook pioniersactiviteiten, pilots van Focus, HGJB en Kerk in de Buurt.
d. Projecten die de gemeente nieuw perspectief bieden; dit project kan een looptijd hebben die langer aanhoudt; en gemeenteadviseurs kunnen daar een rol bij spelen. Als je daarvoor bijvoorbeeld 20.000 euro aanvraagt, is de aanname dat je zelf ook een kwart van de kosten dekt.
e. Er is een mogelijkheid om voor pastoraat (vroeger gebruikte men de term ‘predikantsplaats’) een subsidie krijgt. Het gaat dan om een garantiesubsidie, c.q. de leniging van de nood voor gemeenten die in een gevarenzone terecht dreigen te komen qua betalingen. Natuurlijk zijn dit soort tegemoetkomingen beperkt in de tijd; het kan niet zo zijn, dat je gedurende lange tijd aanspraak maakt op een voorziening die bedoeld is om een probleemsituatie op te vangen.

De subsidies a t/m d binnen de categorie lokale kerkplek worden aangereikt onafhankelijk van de financiële situatie van de gemeente. Dus een gemeente die zelf over middelen beschikt, kan desondanks subsidie krijgen voor een concrete toepassing op het genoemde terrein.

Beheer

De praktijk wijst uit dat de gemeenten het meest vertrouwd zijn met de subsidies die te vergeven zijn op het gebied van beheerszaken. Daarbij zal een rol spelen, dat ook de zogenaamde Bocc (beleidsadviseur ondersteuning classicaal college behandeling beheerszaken) vertrouwd is met deze subsidies en bij voorkomende gevallen gemeenten wijst op de mogelijkheden subsidie aan te vragen.
a. Je kunt denken aan restauraties en verbouwingen van kerken, c.q. de bouw van een kerk.
b. Je kunt denken aan restauraties en verbouwingen tot een multifunctioneel gebouw. Je komt dat bijvoorbeeld tegen in enkele poldergemeenten.
c. Je kunt denken aan restauraties van orgels. Het is in de provincie Overijssel de moeite waard om te checken of je in dit soort restauraties overheidssubsidie kunt krijgen. De provincie Overijssel voert daarin een actiever beleid dan andere provincies.
d. Je kunt denken aan rentesubsidies. Dus de gemeente neemt een leensom af van bijvoorbeeld het SKG, de kerkelijke bank, en Steunverlening vergoedt de rente die daarmee is gemoeid.
Steunverlening werkt in toenemende mate samen met bijvoorbeeld de Maatschappij van Welstand (https://protestantsefondsen.nl). Deze organisatie die werkt vanuit Amersfoort (Kon. Wilhelminalaan) is genegen om bij diverse beheerszaken eveneens een subsidie te verstrekken, en ook breder: het betreft aanvragen voor projecten in en rond de kerk. Welstand onderscheidt daarbij drie typen van projecten: restauraties van kerken en orgels, pioniersplekken en pastoraat / predikantsplaatsen.  

Calamiteiten

Een derde categorie heeft met plotselinge nood te maken. Het gaat dan om de volgende situaties:
a. liquiditeitsproblemen; een gemeente moet vanzelfsprekend in staat zijn om de binnenkomende rekeningen te betalen;
b. overmacht; je kan denken aan situaties van fraude, waar men als college niet op heeft kunnen anticiperen, ware dit het geval geweest dan was vermoedelijk de fraude voorkomen;
c. seksueel misbruik; je kunt denken aan situaties waarin mensen op non-actief gesteld moeten worden, maar nog wel enige tijd moeten worden doorbetaald; een overbrugging vanuit steunverlening kan voorkomen dat al het werk lam gelegd wordt.

Beoordelen

Iedere aanvraag wordt kritisch beoordeeld. Het is zaak om bij een subsidieaanvraag de nodige documentatie mee te sturen. Het gaat dan om zaken zoals een projectplan, een projectbegroting / dekkingsplan, een beleidsvisie etc. Gemeenten die aangesloten zijn bij Fris zijn in het voordeel, omdat er via Fris al de nodige informatie op tafel kan worden gelegd.

Bij het feitelijke projectplan stelt Steunverlening vragen zoals:
a. Wat gaat u doen?
b. Wat zijn de kosten?
c. Wat draagt de gemeente bij en wat vraagt men van steunverlening?
d. Wat moet het resultaat zijn?
e. Hoe is de borging in de toekomst?
f. Kan ervaring van dit project bruikbaar worden gemaakt voor andere gemeenten?
g. Wordt aangetoond dat het project bijdraagt aan continuïteit en verdieping van het werk in de gemeente?

Voor verder contact – naast de eigen classicale structuur en de classispredikant - :
bureau Steunverlening, tel. 030 – 880 16 28; mail: steunverlening@protestantsekerk.nl
Qua classicale structuur kan men denken aan de beheersadviseurs, dat zijn respectievelijk voor Flevoland: Gerrit v.d. Bosch, 
en voor Overijssel Theo Trox. 

Foto: Aarnout Huijssoon