Kerkkenner 2022 komt uit Gramsbergen

Vanuit de verschillende delen van de classis deden zo’n vijftig mensen mee aan de nieuwjaarsdwarrel. Er was een toespraak van de classispredikant, een gedachtenwisseling vanuit de bezoekers en een hier- en vier-kwis op de leest van ‘Even tot hier’.

Ds. Hetty Boersma uit Gramsbergen won de kwis. De laatste benaderingsvraag luidde: hoeveel protestanten wonen er in de classis Overijssel-Flevoland. Hetty Boersma schatte 150.000 en was daarmee het dichtst bij het goede antwoord van 202.198. Ze kreeg het verzoek een nieuwjaarswens mee te geven voor 2022. Ze formuleerde: ‘Ik ben niet pessimistisch, ik ben niet optimistisch, ik spreek alleen de wens uit dat de hoop leidend mag zijn in 2022’.

Klaas van der Kamp hield een causerie bij de jaarwisseling. Hieronder een parafrase van zijn tekst. 
N.a.v. zijn tekst waren er vragen over de exegese van Ezechiël 11,16. De meditatie die hij daarover hield in 2020 is hier te vinden. 



Nieuwjaarspraat


Als jongeling werkte ik als journalist bij een krant. Daar was het de gewoonte dat de hoofdredacteur het personeel toesprak. Meestal gingen we een klein beetje achteruit qua abonnees. Maar als hoofdredacteur zei je dan: ‘We zitten op de plus-nul-lijn’. De krant – hoe klein ook – bestaat nog steeds.

Zo voelt het op dit moment. We groeien niet. Maar we zijn vol goede moed. We zitten op de ‘plusnullijn’. Ik wil drie wensen uitspreken voor 2022:
1. Dat we met de voeten in de klei mogen staan;
2. Dat we met het hoofd in de wolken mogen zweven;
3. Dat we schouder aan schouder zullen optrekken.

1. Met de voeten in de klei

Met de voeten in de klei. Ik begin met een ervaring. Ik was in het jaar 2021 uitgenodigd door de provincie Overijssel als jurylid van de prijsvraag ‘Kerkdorp in beweging’. We mochten drie prijzen weggeven van 25.000 euro elk aan een kerk die een goed plan op tafel legde voor de toekomst van het kerkgebouw. Er waren pakweg 15 inzendingen, een derde kwam van een protestantse kerk. Eén van de provinciale ambtenaren had huiswerk gedaan en stuurde ons een voorlopig klassement. Ik zag tot mijn schrik dat niet één van de protestantse kerken uit de regio Overijssel was genomineerd. Ik dacht: Het moet toch gek zijn als ik niet één van de protestantse kerkgebouwen in de top-drie weet te praten. Ik nam het op voor een kerk die zich voor het hele dorp wilde inzetten, die glaspartijen wilde aanbrengen in de muren, waardoor je op het kerkplein door de kerk heen kon kijken; en die de massieve banken wilde verwijderen en de preekstoel wilde veranderen in een podium. ‘Dat is wel mooi’, zei één van de ambtenaren, ‘maar het staat niet op papier’. ‘Wat ik erger vind’, vulde een ander aan, ‘is dat men niemand in het dorp heeft gevraagd wat men van het kerkgebouw verwacht. Het is voor het dorp zonder het dorp’. Ik realiseerde me dat mijn missie kansloos was. Mijn kerk had wel een boodschap aan de wereld, maar wilde geen boodschappen opnemen van de wereld aan ons als kerk. De prijzen gingen naar andere plaatsen: naar Reutum, Deurningen en Broekland.

Deze ervaring brengt me bij een eerste punt. Ik hoop dat we als kerken in 2022 met de voeten in de klei zullen staan. Ons echt zullen openen voor wat er omgaat in de leefgemeenschap waarbinnen onze gebouwen hun fundament hebben. Dan snappen we dat Johannes 3: 16 begint met: ‘Alzo lief had God de wereld….’. Het is God om de wereld begonnen. Als we er in slagen om ons te openen voor de wereld, gaan we ook anders naar de secularisatie kijken. Als het heil bedoeld is voor iedereen in de wereld, is secularisatie geen bedreiging, maar juist het perspectief. Hoe meer we er in slagen de essentie van het evangelie te vermaatschappelijken, hoe meer we God de troon geven in het leven.

Ik was blij met het moment dat Kest Jelsma belde en zei: ‘Moeten we de overheid niet helpen omdat de overheid het moeilijk vindt de energiecompensatie bij die adressen te krijgen die het echt nodig hebben’. Ik dacht: Kest heeft geluisterd naar het onvermogen van de overheid, en heeft gevoel voor de onderkant van onze samenleving.

Wat een mogelijkheden krijgen we in 2022 om werk te maken van deze solidariteit in de samenleving. De gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart zijn bij uitstek een moment om vooraf het thema te benoemen, en om na de verkiezing contact te zoeken met de nieuwe gemeenteraadsleden en wethouders. Werk maken van de netwerksamenleving, heet dat.

Ik noem ook 14 april, de opening van de Floriade. De mogelijkheid om het thema duurzaamheid en klimaatverandering geestelijk te vullen en met een delegatie de kapel van de kerken op de Floriade te bezoeken.

2. Met het hoofd in de wolken

Ik beweeg me naar een tweede punt: met het hoofd in de wolken. Ik bereidde een artikel voor voor Woord en Dienst. Het ging over de vraag: hoe we over God kunnen spreken in deze coronatijd. Ik begon met de stelling dat de kerk achterloopt op de wereld. We geven trage antwoorden. Ik liet een collega het concept lezen. Hij reageerde zuinigjes: ‘Je schrijft dat theologie achterloopt. Het is toch ook geregeld andersom. We lopen toch ook geregeld voor op?’ ‘Zoals’, vroeg ik. ‘Zoals in het Onze Vader’, zei hij, ‘we bidden om de komst van Gods koninkrijk voordat we bidden om ons dagelijkse brood. De droom komt eerst’.

Ik dacht: Dat is waar. We hebben in de kerk geleerd van de droom te leven. Alle veranderingen beginnen met een droom. Onze classis Overijssel-Flevoland is qua internationale contacten in het bijzonder verbonden met Zuid-Afrika. Onlangs overleed Desmond Tutu. Toen Desmond Tutu in 2010 was gevraagd om gast te zijn in de collegetour vanuit Deventer. Twan Huys stelde hem aan het einde de vraag: ‘Wat wilt u de studenten hier mee geven?’ En hij antwoordde zoiets als ‘Ik zou willen dat jullie je laten leiden door je droom en dat je je droom zolang mogelijk vast houdt’. 
We laten een jaar achter ons, waarop we meer dan in andere jaren van de droom afhankelijk waren. Als je er oog voor hebt, kan je je er in oefenen. Zo begon het NBG met een herziening van de NBV04 en die verscheen afgelopen jaar als NBV21. De belangrijkste verbetering is – wat mij betreft – Ezechiël 11, 16. Eerst stond er: ‘Zij kunnen mij niet in een tempel vereren’ (NBV04) maar nu staat er in dezelfde tekst: ‘Ikzelf was daar voor hen een heiligdom, hoe pover ook (mikdasj meat)’. De NBV21 kiest daarmee voor een vertaling die eerder was gekozen door Pieter Oussoren en de HSV. De tekst is bemoedigend. De pointe is zoiets als: Als hier een poort van de tempel zich sluit, gaat daar een zijdeurtje van een synagoge open. Het staat symbool voor de hoop in deze tijd. En het is joods vriendelijker. (Tekst meditatie: klik hier).
 
3. Schouder aan schouder

Ik kom bij mijn derde punt. En ik ga nog even door op Desmond Tutu. Want toen hij opkwam voor de droom, keek hij de kring van studenten om zich heen rond. En hij wees iemand aan en zei: ‘Dat wens ik jou toe’. En de vinger priemde naar een andere student: ‘En jou’. En zo ging het door: ‘En jou, en jou, en jou, en jou’. Ik ben bij mijn derde punt: ‘We staan schouder aan schouder’.

Personen maken het verschil. We zijn daarom in het jaar 2021 begonnen om de maandelijkse eflits af te sluiten met personalia: berichten van personen. Het is inmiddels één van de best bekeken onderdelen.

Allerlei nieuwe ontwikkelingen lukken. Het zijn steeds de personen die de droom oppakken, die het verschil maken. Zoals – een belangrijke begeleidingstaak van de classis – het combineren van vacatures. Er waren er zes in 2021: 1) Nagele-Creil-Espel (ds. Taede Deelstra); 2) Marknesse – Emmeloord (ds. Johan Duijster); 3) Haaksbergen – Buurse – Usselo (vacature nu ds. Olaf Haasnoot); 4) Olst-Wesepe (ds. Henk Jan Damstra); 5) Almelo Grote Kerk – Almelo Noach (nog vakant); 6) Beerzerveld – Mariënberg (ds. Bart Breunese). Nu we toch met cijfers bezigzijn: er zijn in 2021 9 dominees met emeritaat gegaan; 5 gingen naar een plaats buiten onze classis; er kwamen 21 nieuwe predikanten daarvan kwamen er 13 van buiten de classis en 8 muteerden er in de classis; er kwamen – voor zover bekend – 4 mensen als kerkelijk werker.

We hebben ook afscheid genomen van mensen, die bevorderd zijn naar hemelse heerlijkheid, zoals men bij het leger des heils zegt. Er was een generatie van mensen die de universiteit aan de Koornmarkt in Kampen hebben gediend: Jaap Faber, de studentenpredikant; Gerrit Hartveld, de mysticus; Cees den Heijer, de nieuwtestamenticus. Zullen wij hun erfenis oppakken en onze geest kritisch blijven slijpen, zoals zij ons daartoe inspireerden? En er was een generatie van mensen die over de grenzen zag. Gerrit Jan Rijks uit Lutten, die jaren het zwo-werk in de regio droeg; en Jan Post Hospers uit Colmschate die ons voorging in de contacten met moslims. Zullen wij de erfenis oppakken en buiten de comfortzone theologiseren? En er zijn mensen die ons inspireren het gemeentewerk serieus te nemen: Lily Burggraaff uit Berkum, Jeljer Folkertsma uit Hasselt, Albert Floor begraven in Genemuiden en Bertus Ritsema uit Ens. Bertus leidde als ouderling de gemeente Ens naar een fusie; hij ging ook voor, en tijdens een kerkdienst werd hij onwel. Ze laten ons een testament na van toewijding en liefde voor de kerk.

Ik sluit af met een schilderij dat ik af en toe bij een kerkdienst meeneem. Ik heb het geschilderd samen met mijn kleindochter. Je ziet twee rupsen die in de verte enkele vlinders zien en met elkaar daarover in gesprek zijn. De vraag is: Wat zeggen die twee rupsen tegen elkaar als ze de vlinders zien? De illustratie stond ooit in de Groene Amsterdammer toen zei de ene rups tegen de ander: ‘Beloof me dat wij nooit zo worden’. Maar het kan ook anders. Met het oog op de toekomst, als we naar de vlinders kijken. Zullen we zeggen: ‘Grote veranderingen. Ik kan niet wachten tot het zo ver is’. Dat we ons daar gezamenlijk voor mogen inzetten.

Dank jullie wel.