Geschiedenis als wenteltrap

Het was zondag 26 januari een bijzondere dag voor ds. Bart Gijsbertsen uit Kampen. Hij ging voor de vijftigste keer voor in een Leerdienst van Tora en Evangelie. Na afloop werd zijn nieuwe boek ‘Van zilveren sporen’ gepresenteerd. En het viel allemaal samen met de nationale holocaust herdenking in Amsterdam.

Rutte, zo memoreerde Rinus van Warven, uitgever van het boek van Gijsbertsen, bood excuses aan voor de rol die de overheid speelde in de oorlog. Er waren uitzonderingen, maar in het algemeen deed de overheid te weinig om Joodse medeburgers te beschermen.

Gijsbertsen had voor deze leerdienst de sidra Sjemot, het eerste hoofdstuk van Exodus, als uitgangspunt gekozen. De beschrijving van het verblijf in Egypte en de slavernij zijn ervaringen die herhaaldelijk terugkeren in de geschiedenis van het Joodse volk. Gijsbertsen maakte de vergelijking met een wenteltrap, waarop je terugkeert op een zelfde punt als waar je eerder stond, maar dan hoger. ‘En steeds zijn er de vensters, de vensters op Pesach, op de uittocht’.

Het boek Genesis eindigt dramatisch, zo zei Gijsbertsen. Na de beschrijving van de aartsvaders, wordt Jakob geëerd. Hij mag de naam Israël dragen. Hij belandt in een doodskist. Daarmee sluit Genesis af. Exodus begint vervolgens met de woorden: ‘En dit zijn de namen’. Alle christelijke bijbelvertalingen laten het woord ‘en’ wegvallen. Gijsbertsen noemde het woord essentieel; het leven gaat door na het staan bij de doodskist. Het woord 'Israël' wordt in Exodus als voor een collectivum gebruikt. Dat is voor het eerst. Exodus beschrijft de geboorte van een volk. En dat midden in de ellende. Gijsbertsen noemde het ‘het geboortegraf’, een woord ontleend aan de Britse schijfster Tanith Lee. Het gaat om leven dat ontkiemt juist in het graf. Christenen zijn daar met hun doopconcept eveneens mee vertrouwd.

Astrologen zeggen dat de geboortedag in de sterren geschreven staat en de identiteit bepaalt. Het Joodse denken moet daar weinig van hebben, maar ziet de geboortedag wel als bijzonder. Het is een dag die je gedenkt. Er spelen motieven die later terugkeren. Je kijkt op zo'n geboortegraf terug om er in het heden richting in te ontdekken voor je eigen toekomstig handelen. 

De emeritus-predikant uit Kampen ging vervolgens uitvoerig in op een interdisciplinaire dialoog die de psychotherapeut Viktor E. Frankl en de theoloog Pinchas Lapide voerden in 1984 in Wenen. Ze spraken over de zin van het leven. Frankl had verschillende concentratiekampen in de oorlog overleefd. Hij zat vast in Theresienstadt, Ausschwitz en vlakbij Dachau. Op één zus na is zijn hele familie uitgemoord in de oorlog. Lapide stelde indringende vragen aan Frankl over die periode, zoals: Geloof je nog in God? Heb je in het kamp gebeden? Wat vind je van je ervaringen achteraf als psychotherapeut?

Frankl vertelde dat hij in het concentratiekamp Theresienstadt lezingen hield over neurologie en psychologie. Hij behandelde er mensen tegen depressies. De vraag die christenen zich stellen, ‘Waarom laat God dit toe?’, stelde hij niet. Het brengt je niet verder. ‘Heb je daar gebeden?’, wilde Lapide weten. ‘Ja, wie bad er niet?’, antwoordde Frankl. ‘Gaf je gebed je kracht’, vroeg Lapide weer. ‘Dat kan ik niet zeggen. Ik ben wel blij dat ik de kracht vond om te bidden’, aldus Frankl. Het bidden was voor hem een zich openstellen voor de Eeuwige. De vraag of hij gered zou mogen worden, kwam niet over zijn lippen. Waarom zou hij gered moeten worden en die anderen niet? Hij concentreerde zich vooral op het lernen in de concentratiekampen.

Frankl ondervond dat je zelf zin kan geven aan het concentratiekamp, door je te laten veranderen in een beter mens, door te leren in de situaties waarin je geplaatst bent. Lapide begreep die opmerking en zei dat hij het jammer vond dat de christenen de laatste woorden van Christus eenzijdig vertaalden, de tekst: ‘Eli, Eli, lama sebachtani’. Christenen vertalen het met: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten’. Je zou het moeten vertalen met: ‘…waartoe hebt U mij verlaten’. Zo stelde Lapide de christenen opnieuw voor hun eigen paasvenster: wat betekent de opstanding van Christus in mijn concrete leven op dit moment? Sifra en Pua verstonden dit, de vroedvrouwen in Egypte, doordat ze zich niet overgaven aan het goddeloze gebod om de Hebreeuwse jongetjes te doden. Ze bleken een innerlijk kompas te kunnen hanteren. 

Frankl en Lapide sloten hun gesprek af met een gebed. ‘Verander onze vijanden. Laat zien dat wij helpers zijn’.

Na afloop van de LTE-viering werd het nieuwe boek gepresenteerd van Gijsbertsen. Het moet als één van drie boeken worden gezien: Een heidense uitdaging (2015), Luisteren bij maanlicht (2019) en als middenstuk van de trilogie dit ‘Van zilveren sporen’ (2020). Rinus van Warven overhandigde het eerste exemplaar aan Bart Gijsbertsen. Gijsbertsen overhandigde vervolgens een drieluik aan Jonette de Hoop – Nauta al vanaf de jaren negentig iemand die meedenkt in de theologie die Bart Gijsbertsen in Open Hof in Kampen heeft uitgebouwd en lid van de LTE-groep in de Hanzestad. Een ander drieluik ging naar ds. Reinier Gosker, secretaris van de landelijke commissie voor Kerk en Israël.   

Het boek verschijnt relatief snel na het vorige deel. Het heeft te maken met Gijsbertsens verlangen om de uitgave niet al te lang na zijn emeritaat in Open Hof uit te brengen. Het bleek ook mogelijk om de vijftig diensten die Gijsbertsen heeft geleid in Open Hof in het kader van leerdiensten van Tora en Evangelie één op één te gebruiken voor het boek, compleet met liturgie. Overigens worden de leerdiensten in Kampen voortgezet, ook al heeft ds. Bart Gijsbertsen lang en breed afscheid genomen. Ongeveer één keer per maand is er 's avonds zo'n dienst in verbondenheid met de synagoge. Op 23 februari gaat ds. Bart Trouwborst uit Nieuwleusen voor, op 29 maart ds. Bart Gijsbertsen zelf.

 

Foto: boekomslag uit 2005 van het gesprek tussen Frankl en Lapide 

Voor een aankondiging van het boek en de presentatie: klik hier.