Foto: Bezoekers bedanken na afloop de inleider bij het dovenpastoraat

Jonge mensen zijn klasse apart


Laten we als Interkerkelijk Dovenpastoraat ook na 2025 twee lijnen uitzetten. Een lijn van klassiek dovenpastoraat. En een lijn waarin we met een volgende generatie werken. Dat was één van de gedachten die leeft onder de bezoekers van de landelijke ontmoeting van interkerkelijke commissies op 11 november in de Jeruzalemkerk in Zwolle.

Klaas van der Kamp was uitgenodigd om het thema ‘Toekomst?!’ in te leiden. Hij speelde het vierhoekenspel met de circa dertig bezoekers. Daaruit kwam naar voren dat veel leden signaleren dat jonge mensen weinig kerkelijk betrokken zijn en dat het dus ook lastig is in het dovenpastoraat aansluiting te vinden bij deze doelgroep op de oude klassieke manier. ‘We moeten het tweesporenbeleid verder uitwerken’, stelde een groot deel van de bezoekers, daarmee duidelijk makend dat de huidige aparte aandacht voor jongeren ook na 2025 verder noodzakelijk zal zijn.

Wilma van der Kroon vertelde in gebarentaal haar ervaringen in de kerk. Ze benoemde kerkdiensten die ze bijgewoond heeft in Kamperveen en in Dronten. Het gaf haar inspiratie voor haar betrokkenheid bij het dovenpastoraat. Eerder op de ochtend was er een bijbeloriëntatie geweest op Johannes 5, de genezing van een verlamde man bij het badwater van Bethesda. Wilma verwees naar de 38 jaar die de man tevergeefs bij het badwater had doorgebracht alvorens hij in Jezus een helper vond. Het leerde haar dat je soms geduld moet opbrengen en moet doorzetten voor een ideaal wat de moeite waard is.

Hieronder de tekst van de inleiding die Klaas van der Kamp heeft gehouden bij het dovenpastoraat:


Inleiding Dovenpastoraat

Ik wil twee dingen naar voren brengen: Iets van Bijbelse oriëntatie en iets van praktische waarnemingen.


1. Inleiding


‘Alle Menschen werden Bruder, Tochter aus Elysium’ (gezongen). Herkent u de tekst? De tekst is verwerkt voor het Europees volkslied, dat in 1985 is vastgesteld. Weet u wie de tekst gemaakt heeft? Friederich Schiller in 1785. Het is in 1823 door de componist Ludwig van Beethoven aangepast en opgenomen in zijn negende symfonie. Weet u wat zo opmerkelijk is? Beethoven is in 1770 geboren en overleden in 1827. Hij heeft dit lied dus gecomponeerd toen hij zo’n 53 jaar was. Dat was in de tijd dat hij stokdoof was.

Beethoven werd geplaagd door zoemtonen in zijn oren vanaf zijn 26e. Op zijn 30e kon hij de mensen om zich heen niet meer verstaan. Op zijn 44ste was hij helemaal doof. De oorzaak van zijn gehoorverlies is onbekend. Wel is bekend dat hij moeite deed contact te blijven maken. Hij installeerde bijvoorbeeld speciale ‘kappen’ over de piano om het geluid te concentreren. En hij zette andere zintuigen in om te horen. Trillingen en vibraties werden steeds belangrijker. Hij kon ondanks zijn doofheid meesterwerken componeren. De werken van Beethoven veranderden wel qua karakter door zijn doofheid. Zijn vroegere stukken hebben hogere noten in de composities, terwijl in zijn latere stukken veel meer lagere tonen voorkomen.

Ieder van ons zal eigen ervaringen hebben met doofheid. Als ervaringsdeskundige. Als vriend of familie van mensen die hinder ervaren bij het luisteren. Of soms alleen in het voorbijgaan. Ik ben van de laatste categorie. Ik herinner me een recente kerkdienst in Oldenzaal. De dienst was de in de streektaal. Na afloop stond ik bij de deur. Iemand van 87 jaar gaf me een hand. Hij zei ook dat hij wijlen Anne van der Meiden beter kon verstaan dan dat hij mij verstond. Ik dacht aanvankelijk dat het met het Twents te maken had. Of met de gave van spreken van Anne. Maar toen ik doorpraatte, merkte ik dat het met het teruglopende gehoor van mijn gesprekspartner te maken had. Het maakte me onzeker. Had ik er voldoende rekening mee gehouden?

Sla ik vaker de plank mis?, wilde ik weten. Ik heb het doorgerekend op basis van statistiek. We weten dat 30.000 mensen doof zijn van de geboorte af aan en 1,5 miljoen mensen gaandeweg minder goed horend zijn. Dat kan je terugbrengen op een percentage in het geheel van de bevolking en van de leden van de kerk en je weet hoe groot de kans is dat er doven of slechthorenden onder je gehoor zitten. Je moet delen door 10 om het aantal slechthorenden te vinden en door 500 om het aantal doven vanaf de geboorte te benoemen. Ik ga geregeld voor in gemeenten waar 50 mensen komen.  Dan kom je dus op circa 0,1 dove in mijn kerk zit en circa 5 slechthorenden.


Als je gaat rekenen hoeveel leden een kerkgenootschap heeft, en je betrekt dat op deze getallen, krijg je interessante cijfers. Ik beperk me tot kerken hier in het Dovenpastoraat verenigd. Voor Christelijk Gereformeerd gaat het om 118 geheel dove mensen, voor NGK om 236 mensen en voor PKN om 2518 personen. Let je op slechthorenden in het algemeen per kerk dan kom je op 5876 personen CGK, 11.752 NGK en 125.909 PKN.

2. Bijbelse verkenning

Laten we doof-zijn wat verder verkennen vanuit Bijbel en theologie. Het begrip ‘doof’ kom je in de Bijbel relatief weinig tegen; in ieder geval beduidend minder dan het begrip ‘blind’. Het gaat circa 32 keer over doofzijn en 119 keer over blindheid. Als het in de Bijbel gaat over ‘doof’ blijkt het vaak een overdrachtelijk betekenis te hebben in de zin van: spiritueel doof zijn. 

De cijfers leren ons enkele zaken. Namelijk dat de Bijbel vrij nuchter naar het leven kijkt. We in deze tijd zitten een wereld met een Zwitserleven gevoel. In de Bijbel is veel meer geaccepteerd dat het leven niet altijd harmonieus plooit. Oneffenheden horen bij de schepping. De Bijbelse cultuur heeft veel meer oog voor de kwetsbaarheid van het leven.

Als het over doofheid gaat, gaat het dus slechts in een beperkt aantal gevallen om fysieke doofheid. De fysieke doofheid komt voor in Leviticus 19, 14: ‘U mag een dove niet vloeken en geen obstakel leggen voor de voet van een blinde’. Je komt fysieke doofheid ook tegen bij Jesaja, vaak verbonden met de belofte dat er een tijd zal zijn dat doven ‘zullen horen’ (Jesaja 29,18; 35, 5; 42,18).

In het Nieuwe Testament gaat het geregeld over doofheid als een geestelijke eigenschap. Eenmaal staat er expliciet dat Jezus een dove geneest, dat is bij Marcus en n.b. een tekst waarin Jezus vanuit het Aramees/Hebreeuws wordt geciteerd: ‘Effatha’ (Marcus 7, 34). Het Aramees maakt duidelijk hoe zeer het woord indruk heeft gemaakt. Geen wonder, want zoveel zegt Jezus niet. Hij uit zich vooral in gebaren: Hij legt zijn vingers in de oren van de dove en hij spuugt op zijn tong. Jezus houdt dus rekening met zijn handicap en spreekt een soort gebarentaal.

Het horen komt in de Joodse traditie voor als basisbelijdenis. ‘Sjema, Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is één’. Ook dit is niet allereerst ‘fysiek horen’, het is ‘geestelijk laten doordringen’.

Van reb Menachem Mendel is bekend dat hij onderwees door stilte. Wat hoorde hij dan? Hij hoorde het geluid van de Sjechina, de heilige aanwezigheid van God. Deze openbaring komt door intuïtie, niet door logica, door middel van de rechterhelft van de hersenen, niet de linker.

En in joodse humor gaat het er steevast over dat Joden niet praten met de mond, maar met de handen. Zo vertelt men het verhaal dat er in een bus in Tel Aviv een bordje hangt met een verbod: ‘Streng verboden te praten met de chauffeur. De man heeft zijn handen nodig om te chauffeuren’.

Ik sluit de bijbels-theologische verkenning af met de constatering dat fysieke doofheid minder thema is. Het gaat vooral om de verkondiging van het Koninkrijk der hemelen.  

3. Onze eigen inzet

In hoeverre lukt het ons als organisatie in deze tijd aandacht te geven aan doofheid? Ik sprak met Arie Slob als voorbereiding op deze ontmoeting. En ik heb een beleidsplan gelezen. Deze week verscheen er een rapport van een organisatie druk met speciaal pastoraat: de stichting Kerken en Mensen met een Verstandelijke Beperking in Friesland. André Mulder van de Protestantse Theologische Universiteit voerde het onderzoek uit. Dovenpastoraat is op zich op geen enkele manier met deze doelgroep te vergelijken. Maar de doorlichting van de organisatie is dat wel. En dat is interessant. Uit het onderzoek blijkt dat voorgangers weinig oog hebben voor mensen die speciale aandacht nodig hebben. De liturgische onderdelen zijn te ingewikkeld, te weinig vertaald. Ik vraag daarin jullie clementie met mij en mijn collegae. Het is ook precies de reden dat we jullie als kerk nodig hebben.

Verder blijkt dat er de laatste jaren minder speciale activiteiten zijn voor speciale doelgroepen. Een apart probleem vormt de leeftijd van de vrijwilligers; 75 procent is ouder dan zestig jaar.  Men hoopt nieuwe en jongere bestuurders te werven door meer publiciteit.

We delen dat met andere sectoren. Ik herinner me een bijeenkomst van archiefdiensten en museumdirecties. Ze klaagden dat er zo weinig jonge mensen kwamen. In Amsterdam in het Scheepvaartmuseum voerde men een experiment uit. Men nodigde een rapper naar het museum. Die zong in het museumweekend. Het resultaat was dat er meer bezoekers kwamen, maar wel allemaal ouderen, die zich stuk voor stuk wat opgelaten voelden. De moraal van de inleidster: Haal geen fratsen uit, maar doe gewoon datgene waartoe je op aarde bent geroepen.

Dat gezegd zijnde, de vraag: Hoe betrek je jonge mensen bij je organisatie?

1) Jonge mensen zijn eerder geneigd een project op te pakken, een klus, dan jarenlang in een bestuur zitting te nemen. Dat pleit voor het definiëren van kortere taken.
2) Mensen in het algemeen laten zich eerder verleiden iets te doen als ze persoonlijk worden aangesproken en als ze niet de enige in een bepaalde leeftijdscategorie zijn.
3) Mensen laten zich meer motiveren als ze een concrete vraag krijgen, voldoende middelen en tegelijk ruimte hebben voor eigen oplossingen.

De onderzoeker André Mulder adviseert ook de theologische grond goed te verwoorden. En dan zijn we bij een boeiend fenomeen in deze tijd. Mensen willen zingeving ervaren. Ik denk aan het beeld van Antoine de Saint-Exupéry: ‘Als je mensen een schip wilt laten bouwen, moet je ze niet uitvoerig wijzen op spijkers en op hout en op de orders die worden gegeven. Leer ze in plaats daarvan te verlangen naar de eindeloze zee’.  


VIERHOEKENSPEL

Opdracht: Kies dat antwoord wat het minst slecht is. Na de keuze vraagt Klaas een enkeling om een paar trefwoorden te geven als motivatie.

Vraag 1. Hoe kijk je naar jonge mensen in kerk en samenleving?
a. Jonge mensen zijn bezig met vragen over zingeving en geluk. Dat is een goede basis voor dovenpastoraat om contact met ze te zoeken.  ( 7 personen)
b. Jonge mensen zijn tweeverdieners, dus vooral druk en dat merk je ook in het dovenpastoraat waar mondjesmaat aansluiting te vinden is. (6 personen)
c. Jonge mensen zijn weinig kerkelijk betrokken en dat is voor het dovenpastoraat lastig. (10 personen)
d. Als je tien jaar verder bent, zal dat steeds duidelijker worden.  (4 personen)

Vraag 2. Wat verwacht je van de kerk richting dovenpastoraat?
a. Dat de kerk oor heeft voor de behoeften van doven en daar aandacht aan besteedt. (11 personen)
b. Dat de kerk af en toe iets zegt over doven en slechthorenden. (6 personen)
c. Dat de kerk vooral het evangelie opent, je hoeft niet alle minderheden apart aan de orde te stellen. (10 personen)
d. Wellicht dat synoden van onze zendende kerken ons weer eens kunnen uitnodigen voor een verslag. (3 personen)

Vraag 3: Hoe denk je als IC dove jongeren te kunnen bereiken?
a. Vooral door met hen spreken, ik maak er graag tijd en energie voor vrij. (15 personen)
b. Door hier of daar jonge mensen als lid van een IC aan te stellen.  (0 personen)
c. Het beleidsplan geeft aandacht aan jonge mensen en dat is een eerste stap.  (12 personen)
d. De kerken geven veel aandacht aan dit thema en daar kunnen we op meeliften. (0 personen)

Vraag 4: Wat moet er in het beleidsplan na 2025 staan?
a. We moeten enthousiaste ervaringen laten doorklinken.   (6 personen)
b. We moeten nuchter de groei benoemen van het aantal slechthorenden.(2 personen)
c. We moeten het tweesporenbeleid verder uitwerken.  (10 personen)
d. Het is nu 2023, het is te vroeg om daar wat over te zeggen. (8 personen)
 
We gaven de opdracht na de vier vragen of men wil tellen welke antwoorden men twee keer of vaker heeft (dus sommigen hebben geen enkel antwoord, want alles verdeeld over a,b,c,d; anderen kunnen er twee hebben bijvoorbeeld c en d, dan mag je twee keer ‘stemmen’). Na de inventarisatie geven we de sleutel en praten daar nog even over door (had men verwacht dat de meerderheid a, b, c, of d zou zijn?):

a. enthousiast, empathisch (6 personen)
b. verstandelijk, verstandig, realistisch  (2 personen)
c. afwijzend, terughoudend, voorzichtig (17 personen)
d. afwachtend, uitstellend (2 personen)

Wilma van der Kroon

Twee gebarentolken met in het midden voorzitter Arie Slob

Ds. Martin Visser, dovenpastor voor onder meer Overijssel, inclusief Noordoostpolder 

Ds. Kees Smit, dovenpastor voor onder meer Flevoland, exclusief Noordoostpolder

De bezoekers druppelen binnen, op de voorgrond bestuurslid ds. Frans Bosje, emeritus uit Vriezenveen