Hieronder staat een sobere versie in Word. Er is via de landelijke dienstenorganisatie ook een opgemaakte versie beschikbaar als PDF, waarin elementen van de visienota zijn verwerkt. Voor de word-versie scroll naar beneden, voor de PDF-versie: klik hier. 

Kerk na corona
          ‘Hef op uw hoofden’


Inhoudsopgave:

1. Inleiding

Kerk in opmaat
 
2. Een toekomstgerichte kerk

3. Onderlinge verbondenheid
4. Pastoraat na de lockdown

           Theologische reflectie
           5. Wat kan de kerk doen voor kwetsbare mensen?

Kerk

6. Kerk in de huiskamer en huiskamer in de kerk
7. Overledenen uit de corona-tijd gedenken
8. Jeugd- en jongerenwerk lockfree
9. Corona en het kerkbeheer

          Theologische reflectie
         10. Gods hand en Gods wil


Kerk naar buiten

11. Helpen bij financiële problemen
12. Nu de kerk opnieuw naar buiten kan

          Theologische reflectie
         13. Waar is God in de crisis?

14. Suggesties voor gesprek en ontmoeting

Personalia

Bijlage: routekaart



Inleiding


‘Hef op uw hoofden, poorten wijd’ (Psalm 24).

Eens, als de deuren van de kerk zich weer openen … ja, wat dan? De coronapandemie heeft het kerkelijk leven flink overhoop gehaald. En het zijn niet alleen de kerkdiensten die noodzakelijkerwijs veelal online gevolgd worden door mensen thuis, ook de andersoortige ontmoetingen en activiteiten zijn in het afgelopen jaar op rantsoen gezet.


Maar ‘eens komt de grote zomer waarin zich 't hart verblijdt’, zo klinkt een lied. ‘De hemel en de aarde wordt stralende en puur’ – zo blij kan een mens zijn bij de gedachte dat er op een dag voldoende mensen gevaccineerd zullen zijn om elkaar weer onbekommerd te kunnen ontmoeten. Wat zal het fijn zijn om weer samen uit volle borst te kunnen zingen, om elkaar te begroeten met een handdruk, om samen weer gezellig koffie te drinken. Want dat hebben we gemist!


Deze brochure loopt vooruit op die ontwikkelingen en biedt handreikingen bij de verschillende momenten van versoepelingen die – naar te verwachten valt – voor ons liggen. Het gaat dus om de postcorona periode, ook wel lockfree of open up  genoemd.


Omdat er veel gebeurd is in het afgelopen jaar, en omdat mensen heel verschillend hebben gereageerd op de pandemie, hebben wij gedacht gemeenten en kerkenraden te ondersteunen met materiaal om het gesprek te voeren over een aantal thema’s. Voor de hand liggend is het te hebben over wat de pandemie met mensen heeft gedaan. En hierbij zeker de mensen te betrekken die hard hebben gewerkt om de kerk op een creatieve manier door te laten gaan, en die gaandeweg misschien ook wel moe zijn geworden.


Ook is het goed stil te staan bij de overledenen, bijvoorbeeld op Gedachteniszondag / Eeuwigheidszondag. En hoe pak je het aan in de gemeente wanneer voor het eerst weer zonder beperkingen samengekomen en gezongen kan worden?

Hiernaast is het in sommige gemeenten raadzaam gesprekken te organiseren, omdat er tegenstellingen waren in de gemeente ten tijde van de maatregelen. Denk alleen al aan de discussies in de gemeenten tussen wat we de rekkelijken en de preciezen zijn gaan noemen. Want overal waren sommigen meer bevreesd, en zochten anderen zoveel mogelijk ruimte in de omgang met de regels. Achter elk standpunt zit een verhaal. Laten we elkaar als broeders en zusters horen, ook als onze meningen uiteenlopen, want dat is toch wat ons als gemeente van Jezus Christus kenmerkt? – dat we elkaar proberen te horen en begrijpen.


Ook is het goed na te denken over de plek van de online viering wanneer de gemeente weer samen kan komen. Veel gemeenten hebben geïnvesteerd in apparatuur en er blijkt een groep bereikt te worden voor wie de drempel naar het kerkgebouw eerder te hoog was. Hoe ga je dan nu verder met dit nieuwe medium?


Als werkgroep denken we dat het goed is in de periode waarin de maatregelen langzaam worden teruggeschroefd het gesprek met elkaar te voeren over deze thema’s. De verruiming zal stap voor stap gaan, en omdat elke dag genoeg heeft aan zijn eigen zorgen, is het een kwestie van aanvoelen en maatwerk om te bepalen wat je wanneer bespreekt.


De brochure is modulair opgebouwd om u de ruimte te geven om wat voor u de krenten zijn uit de pap te halen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om alle onderdelen op te pakken. Kies wat voor u goed is. Verschillende auteurs hebben vanuit hun eigen ervaringen de toon gezet in de artikelen. De stijl varieert. Om u als lezer oriëntatie te geven hebben we als werkgroep Lockfree daarom onder iedere bijdrage de naam van de auteur gezet.

We hebben de bijdragen in drie rubrieken ingedeeld: ‘Kerk in opmaat’, ‘Kerk’ en ‘Kerk naar buiten’. We zien daarbij een volgorde voor ons: vanaf de kerkenraadstafel en de huiskamertafel naar het kerkgebouw; en van het kerkgebouw de wereld in. We realiseren ons dat de waterscheidingen flinterdun zijn. Tussen de onderdelen vindt u theologische reflecties over de aanwezigheid van God, de voorzienigheid en het lijden. Een hoofdstuk met didactiek sluit het geheel af; ook na ieder hoofdstuk vindt u gespreksvragen om verder met elkaar te overleggen. 


Vat moed, bedroefde harten,

de Koning nadert al.

Vergeet uw angst en smarten,

daar Hij u helpen zal.

Er is weer nieuwe hoop:

Hij noemt u zijn beminden,

in 't woord laat Hij zich vinden,

in avondmaal en doop.

(Lied 440,2)


Marco Luijk
namens de werkgroep Lockfree

KERK IN OPMAAT


2. Een toekomstgerichte kerk


We zoeken naar een toekomstgerichte kerk. We vragen ons af: hoe gaan we als kerk verder na corona?


Vorig jaar maart kwam de trein die kerk heet met een schok tot stilstand. In één klap kon er niets meer, zelfs geen kerkdiensten. Niemand van ons had zoiets ooit meegemaakt. Vanaf juni kwam er weer enige beweging. Het piepte hier en daar, maar er waren weer diensten. In september kwamen veel kerkenraden zelfs weer bij elkaar. Maar herfst en winter brachten nieuwe beperkingen: diensten zonder zingen en ook weer uitsluitend online. Krakend kwam alles weer tot stilstand. Het heeft ontegenzeggelijk met ons allemaal veel gedaan. Ook in de kerkenraad. Waar doen we goed aan?, was de vraag die bij elke kerkenraad steeds op tafel lag. En soms was het duidelijk hoe te beslissen, maar soms ook was er verschil van mening. In elke kerkenraad waren rekkelijken en preciezen.

Hoe verder?

Nu staan we op de drempel van meer mogelijkheden. Dat is een moment om te markeren. Er is de hoop dat het kerkelijk leven zich kan herstellen. En er is natuurlijk de blijdschap daarover, opluchting. Tegelijk is dit ook een moment om stil te staan, en ons af te vragen hoe we na alles wat we meegemaakt hebben verder kunnen. Want het is niet vanzelfsprekend om klakkeloos verder te gaan bij waar we voor corona waren gebleven. Daarvoor is er teveel gebeurd. En daar denken we in deze bijdrage dus over na.

Persoonlijk


Om te beginnen: het is goed om in de kerkenraad elkaar aan te kijken en te zien hoe we erbij zitten. We zijn allemaal ambtsdragers, maar we maakten deze crisis ook als mens mee. Hoe is dat geweest? Hoe heb je het persoonlijk beleefd? En zeker ook: hoe hebben wij als kerkenraad gefunctioneerd in de afgelopen tijd? Waren we het altijd eens? Of waren er ook momenten van verdeeldheid? Hoe voelde dat? Hebben we elkaar vast kunnen houden? Het is goed om tijd te nemen voor zulke vragen en ruimte te maken voor ieders persoonlijke verhaal.


Beleid tegen het licht houden


Maar we zaten niet alleen als individu in de kerkenraad. Toen vorig jaar maart plotseling alles tot stilstand kwam, was iedere kerkenraad bezig met beleid. Allemaal dachten we na over hoe wij gemeente van Christus willen zijn. Hoe we geloofwaardig en toekomstbestendig kerk kunnen zijn. In óns dorp, in ónze stad.


De vraag voor iedere kerkenraad is: in hoeverre is dát beleid door corona doorkruist? Hebben we de hoofdlijn ervan kunnen vasthouden? En is dat nog steeds de lijn die we willen volgen? Of heeft een jaar corona veel veranderd? En moeten we ons eigenlijk herbezinnen op de vraag hoe wij gemeente willen zijn?


Voor alle duidelijkheid: op deze vraag zijn heel verschillende antwoorden mogelijk. Maar het zou goed zijn als iedere kerkenraad zich de vraag stelt of we na deze crisis nog hetzelfde beleid als ervoor kunnen voeren. Of heeft het afgelopen jaar zoveel op zijn kop gezet dat we (ook) in de kerk andere keuzes moeten gaan maken?

 

Concreet

Misschien klinkt de alinea hiervoor een beetje abstract. Daarom nu iets concreets. Interessant is de vraag of er in onze gemeente dingen zijn die we vóór corona nog niet deden, maar die we nu wel doen. Het is goed om die eens samen op te schrijven. In menige gemeente is dat meer dat wij beseffen. Allerlei creatieve vormen van kerkelijke presentie zijn ontstaan. Wat is nieuw en goed voor ons en willen we graag vasthouden?


Even goed is het om na te denken over zaken die we het afgelopen jaar niet hebben gedaan, terwijl we zo vóór corona altijd deden. Welke dingen waren dat? Er zaten daar ook zaken tussen die we – als we eerlijk zijn – niet gemist hebben? En zouden we daarmee dan ook kunnen stoppen?


Online


Een aparte vermelding verdienen de online vieringen. Veel gemeenten verzorgen die inmiddels. Ze voorzien onmiskenbaar in een behoefte. Ook straks, in ieder geval voor wie minder mobiel is. Maar: zullen er ook mensen voortaan thuis blijven, bijvoorbeeld omdat online een kerkdienst volgen erg gemakkelijk is? En wat heeft dat voor gevolgen? Onderzoek wijst trouwens uit dat er meer mensen online kijken dan er voor corona in de kerk kwamen. Kennen wij die mensen? En kunnen wij met hen in contact komen? Daar ligt zeker een missionaire uitdaging.

Afsluitend


Een crisis is ook een kans. Soms wordt dat erg gemakkelijk gezegd. Toch biedt het afgelopen jaar ons als kerkenraad inderdaad de mogelijkheid om eens naar onszelf te kijken. Hoe hebben we het gedaan? En hoe gaan we verder? Wat willen meenemen uit de crisis? En wat laten we graag achter? Mooie vragen. En belangrijk. Te belangrijk om er als kerkenraad niets eens rustig de tijd voor te nemen.

 

Gespreksvragen

* Hoe kijkt u als kerkenraad terug op het afgelopen jaar? Wat ging goed, wat niet? Probeer eerlijk te zijn, en niet de kool en de geit te sparen. Maar maak geen verwijten. Geef aan hoe je het persoonlijk ervaren hebt.

* Welke zaken heeft u afgelopen jaar opgestart, welke nieuwe vormen van kerk zijn? Kun en wil je die vasthouden? En wat mag wat u betreft voortaan achterwege blijven?


* De landelijke kerk en de classis(predikant) hebben gedurende corona veel activiteiten ontplooid om gemeenten te ondersteunen. Sloten die aan bij uw behoeften? Heeft u zaken gemist? Wilt u de antwoorden op deze laatste vragen delen met uw classis(predikant)?

Peter Verhoeff



3. Onderlinge verbondenheid

 

De coronacrisis heeft vindingrijk gemaakt. We hebben nieuwe vaardigheden ontwikkeld om elkaar te bereiken. Leggen we de nieuwe methoden nu terzijde, of gaan we ze blijvend gebruiken?

In maart 2020 zijn we als kerk in een ongekende situatie terecht gekomen. Van de een op de andere dag is lijfelijke ontmoeting zo goed als onmogelijk. Plots kan en hoeft er niet zo veel meer. Dat heeft ook iets weldadigs! De vraag dringt zich op: wat betekent deze weldadigheid voor de periode dat we vrij zijn van coronadreiging? Waar waren we tijdens de coronacrisis mee bezig? En daaraan gekoppeld de uitdaging: hoe herpakken we ons als gemeente na de coronacrisis; weten we elkaar straks ook te vinden?

Blijvertje


Kijken we samen nog even terug op de crisis. In de eerste week maken we ons een nieuwsbriefprogramma eigen. Daarmee kun je nieuwsbrieven opmaken en via de mail versturen. We zien in de ‘stats’ van het programma, dat ze heel worden gelezen. Geregeld horen we: “De nieuwsbrieven geven mij het gevoel dat ik erbij hoor. Ik zie uit naar de volgende” Waarschijnlijk heeft dat met de inhoud te maken. Met een persoonlijke toon geven we informatie over (online) kerkdiensten en activiteiten. Uiteraard staat er ‘wel en wee’ in. Mensen kunnen blijven meeleven. Er is altijd voor een ‘hart’. Een inspirerend filmpje of tekst. Om te voorkomen dat het alleen maar over ‘ik en corona’ gaat, kiezen we vaak voor horizonverbreding. Zo plaatsen we een video over de kerk in Syrië. Hoe zij in de puinhopen op haar post blijft. De nieuwsbrief begint als noodverband, maar vooruitkijkend weten we dat het blijvertje zal zijn.


Bubbel


Nog een ervaring uit het verleden. Een diaken komt op het idee mensen elkaar te laten opbellen. Iemand van onder de zeventig krijgt het nummer van iemand van boven de zeventig. Een enkele keer is wat plichtmatig, maar het levert vooral leuke contacten op. ‘Ik werd gebeld door iemand die ik niet kende. Het gesprek liep zo leuk, dat we hebben afgesproken om elkaar te ontmoeten als we weer naar de kerk kunnen’. Diverse keren laten we iets langs brengen: een gevulde koek, een kaart, een ‘adventstasje’. Ook hierdoor hebben onbekenden een mooie ontmoeting. De coronamaatregelen maken dat je vooral contact hebt met je eigen ‘bubbel’. Deze acties doorbreken dat. Het laat iets zien van het wezen van de kerk. We hebben elkaar niet uitgekozen, maar we zijn samengeroepen.


Afstand die nabijheid geeft


Op bezoek gaan is niet zo goed mogelijk. Bellen kan wel. Er is met een grotere groep mensen contact dan normaal. Een telefoongesprek kost nu eenmaal minder tijd. De kwaliteit lijdt er meestal niet onder. Ondanks dat je elkaar niet kunt zien. Het lijkt wel of de afstand juist meer nabijheid geeft. Zal in de toekomst pastoraat vooral belpastoraat zijn?


Tuin


Rond de zomer ontspant de situatie. Er mag meer. Onze kerk is gezegend met een kerktuin langs de straat. We nodigen mensen uit voor een ‘praatje over de heg’. Het blijkt een gouden greep. Op een veilige manier spreken we gemeenteleden, maar ook ‘langslopers’. En passent krijgen ze ook een bakkie koffie. Door corona ontdekken we de mogelijkheden van onze tuin. Je kunt er een kaarsje aansteken. De tieners houden er hun bijeenkomsten op zondagmorgen. Vlak voor Kerst bouwen we er een levensgrote kerststal. Buurtbewoners zijn er blij mee. “Ik heb zo genoten van jullie kerststal”. Op Oudejaarsdag bakken we oliebollen in de tuin. De zon schijn. Het is een komen en gaan van gemeenteleden die een zakje komen halen. Maar ook tramreizigers – er is een halte voor de kerk – genieten van hun oliebol. Corona drijft ons de tuin in. Binnenkort denken we na over de vraag: hoe kunnen we onze tuin blijvend inzetten, ook missionair, als brug naar de buurt. Iets wat begint met de wens tot onderlinge verbondenheid verbreedt zich gaandeweg. En dat hebben we zelf niet bedacht...


De zegen van zoom


Koffiedrinken na de kerkdienst zit er nu niet in tijdens de crisis. Velen missen dat. Daarom organiseren we ‘digitaal koffiedrinken’ via Zoom. Tussen 5 en 15 mensen doen er aan mee. Om te voorkomen dat we door elkaar praten structureer ik deze bijeenkomsten aan de hand van twee vragen. Wat houdt je bezig? Wat neem je mee uit de kerkdienst? “Ik voel mij best wel alleen. Ik werk thuis en mijn familie woont ver weg”. Een themadienst over eenzaamheid levert een intens gesprek op over de vraag of je eenzaamheid met geloof in God kunt ‘oplossen’. Er is meer diepgang dan bij het ‘normale’ koffiedrinken na de kerkdienst. Dat soms iets van een ‘jungle’ heeft. Er is diepgang als er niet in algemeenheden gepraat wordt, maar dat er ruimte is om persoonlijke ervaringen en overtuigingen te delen. Dat heeft iets kwetsbaars. Blijkbaar biedt een zoomsessie daarvoor een veilige ruimte. Wellicht dat het indirecte contact via een scherm daarbij ook helpt. Zoom is dan een zegen. Wat betekent dit alles voor na corona? Zal een aparte gespreksruimte in de kerk bij met gespreksleiding evenveel diepgang opleveren?


Gespreksvragen

* Wat is voor u herkenbaar uit het artikel en wat niet?

* In het begin van deze crisis was er weldadige gevoel van niet zoveel te moeten, Hoe is het nu met dat gevoel? Welke gevolgen heeft dit voor de toekomst?


* Wat ontdekt u als het gaat om de onderlinge verbondenheid in de achterliggende periode?

Jan van der Wolf



4. Pastoraat na de lockdown

We geven elkaar pastorale zorg en aandacht in de kerk, met speciale taken daarbij voor pastores, ambtsdragers en pastorale vrijwilligers. Wat speelt er in het pastoraat na een lockdown?

Verlies


De coronapandemie gaat gepaard met veel verlies en verdriet. In de kerk zijn er zichtbaar lege plekken. Minder zichtbaar is het verdriet en de rouw om het verlies van een geliefde, of de zorgen die verlies aan werk, een onderneming en toekomstperspectief impliceren. De corona-omstandigheden hebben met zich meegebracht dat het rouwen vaak in eenzaamheid en afzondering moest gebeuren. Dat is zwaar voor de mensen die ermee te maken hebben gehad. Al die ervaringen hebben veel tijd nodig, om gevoeld en gedeeld te worden.


Rouw kent een scala aan gevoelens van droefheid, pijn, angst, agressie, boosheid, schuld, verwarring, frustratie en soms ook opluchting. Rouwen is werken aan het vinden van betekenis en het heropbouwen van je persoonlijke wereld die door het verlies door elkaar is geschud. Het is belangrijk om als gemeente te faciliteren dat mensen over hun verdriet en rouw met elkaar in gesprek kunnen gaan. ‘Waar één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee..’ (1 Korintiërs 12,26).


De kerk is een plaats waar mensen hun verdriet en zorgen volop met elkaar kunnen delen, en die in het perspectief van geloof, hoop en liefde kunnen plaatsen. Het helpt mensen wanneer ze verbinding en ruimte ervaren, dus zorg voor veel onderlinge contactmomenten rondom kerkelijke activiteiten. 


Rituelen


‘Wegens het coronavirus zal de uitvaart in beperkte familiekring worden gehouden’. Rouwen is een sociaal gebeuren. Rituelen helpen daarbij; ze scheppen ruimte om het verdriet te delen, verbondenheid te beleven en een overgang naar iets nieuws mogelijk te maken. Helaas zijn gedeelde afscheidsrituelen in de tijd van epidemie en lockdown niet of nauwelijks mogelijk geweest. Dat heeft gevoelens van isolatie, verdriet en verlies versterkt.


Binnen de gemeente kun je zoeken naar passende rituelen, ook lange tijd na een verlies. Een ritueel hoeft niet met allerlei toeters en bellen gepaard te gaan. Een zorgvuldig gekozen vorm, aandachtig beleefd op het juiste moment is voldoende. Dit kan op een eenvoudige manier door het aansteken van een kaars (of kaarsen), met zorgvuldig gekozen woorden, of het leggen van bloemen of steentjes bij een gedachtenisplek.


De Gedachteniszondag of Eeuwigheidszondag is bij uitstek een moment waarop met woorden, muziek en rituelen de overledenen herdacht worden. Zo zijn er meer momenten in het kerkelijk jaar waarop met een ritueel aandacht kan worden gevraagd voor de verlieservaringen in de gemeenten en het rouwen dat daarmee gepaard gaat, ook bij een Startzondag of ander feestelijk moment.


Verwijdering


Het coronavirus laat sporen na in iedere gemeenschap. De een vindt alle coronamaatregelen maar onzin, de ander vindt dat de kerk een voorbeeld in de maatschappij moet zijn en zich aan alle overheidsmaatregelen moet houden. Een kwetsbaar iemand verwijt een ander dat door diens slordige gedrag hij/zij niet meer in de kerk durft te komen. Dat kan diepe irritatie en verwijdering opleveren. Het helpt niet om zulke verschillen te bagatelliseren. Het helpt ook niet om één leidende visie op te leggen. Daarmee worden gevoelens niet weggepoetst. Leidinggeven houdt in dat er keuzes gemaakt worden én dat er gekeken wordt hoe er zorg en aandacht is voor wie in die keuze niet kan meekomen.

 

Op één lijn komen zal niet lukken. Maar kun je met elkaar delen wat je bezighoudt achter de mening die je hebt? Welke zorg, angst of hoop maakt dat iemand zo faliekant voor of tegen iets is? Pastorale aandacht geven betekent: kennen en erkennen. Dat wil zeggen: iemands drijfveren, angst en hoop kennen en erkennen dat iemand zo denkt en voelt, zonder dat weg te poetsen of te veroordelen. Zo wil je toch ook dat er naar jou geluisterd wordt?


Team


Predikant, kerkelijk werker, ambtsdragers of bezoekmedewerkers hebben meer dan een jaar met corona zich vaak een slag in de rondte gewerkt om met iedereen contact te houden. Dat kan uitputtend zijn of ook moedeloosheid geven, wanneer je mensen niet bij de kerk kunt betrekken of zelf eigenlijk ook niet meer weet of je nog wel zo gemotiveerd bent.


Het is belangrijk om als kerkenraad of pastoraal team elkaar ook pastorale aandacht te geven. Waar liep je tegen je grenzen aan? Waarover heb je zelf verdriet? En wat is voor jou een ervaring van geloof, hoop of liefde? Ook hier geldt: het is fijn om naar elkaar te luisteren, elkaar te kennen en erkennen in alle verscheidenheid. En dat zonder een ander te beoordelen of veroordelen. Hiervoor kun je tijd vrij maken bij een vergadering of er een aparte bijeenkomst aan wijden. Een andere vorm is om koppels van twee of drie personen binnen een team aan elkaar te verbinden. Wanneer je zelf zorg ontvangen hebt, kun je ook weer aandacht geven! Dat is niet iets om mee te wachten tot de kerk weer draait als vanouds. Daar kun je vandaag mee beginnen.


Gespreksvragen

* Op wat voor manier kunt u in de gemeente mensen aan elkaar verbinden en bij elkaar brengen rond verlies en rouw in coronatijd?


* Hoe kan het scala aan verwarrende verlies gevoelens uitdrukking vinden naast pastorale gesprekken, bijvoorbeeld in de kerkdienst?


* Wat voor rituele gelegenheden zijn er in uw gemeente waar de ‘coronarouw’ mee verbonden kan worden?


* Wat gaat u als pastor/vrijwilliger doen om contact te leggen met iemand die heel andere denkbeelden heeft over corona?


* Hoe geeft u elkaar pastorale aandacht in het kerkelijke team waarmee u optrekt?


Theo Hettema

Anneke van der Velde



Theologische reflectie


5. Wat kan de kerk doen voor kwetsbare mensen?


Matteüs 25: 36 ‘Ik was ziek en jullie bezochten mij’

 

Het lijkt al weer zo lang geleden. Maart 2020 ging Nederland in lockdown. Verpleeghuizen gingen op slot. Bezoek in ziekenhuizen werd beperkt. Dominees konden niet meer op ziekenbezoek. Veiligheid stond voorop. De eerste weken mochten de geestelijk verzorgers in de ziekenhuizen ook nog maar incidenteel naar patiënten. Er was te weinig beschermende kleding. En er waren nog veel vragen over de besmettingsrisico’s.


Praktijkervaringen

Veel zorgmedewerkers zijn moe. Allemaal hebben we onze eigen herinneringen aan het eerste jaar met corona. Zoveel lijden, zoveel stervenden. Angst voor besmetting. Angst voor gebrek aan mondmaskers, aan materialen. Gevoelens van onmacht.

Een verpleegkundige vertelt over haar patiënt: Het ging weer goed met hem. En opeens vanmorgen lag hij dood in bed. Een kwartiertje eerder had ze hem nog gesproken! Een dokter zegt: ‘Als ik geen IC-bed meer beschikbaar heb, leg ik mijn werk neer. Dat is te erg’.


Een verpleegkundige vraagt me om een verwarde corona patiënt te bezoeken. Hij zou aan het opknappen zijn. Ik tref een zeer benauwde man met zuurstofmasker. Praten gaat niet. Ik weet niets van deze man. Hoe zou ik hem kunnen steunen? Wat voel ik me machteloos! Deze ervaringen maken werkers in de zorg moe.

 

Jezus huilde

Zieken bezoeken is mijn vak. Ruim vijfentwintig jaar ben ik nu predikant. Nooit eerder werd ik zo geraakt door het vele lijden om me heen.


In juli las ik het boekje van Thomas Wright: ‘God en de pandemie’. Hij schrijft over christenen in de eerste eeuwen die pestlijders bezochten. Dat dwong toen diep respect af. Zieken bezoeken, doden begraven, dat is de opdracht van Jezus. Wright beseft de risico’s van het bezoeken van corona patiënten. Hij vraagt ook aandacht voor de eigen veiligheid en

verantwoordelijkheid. Tegelijk wijs hij ons op de opdracht om zieken te bezoeken, ook besmettelijke zieken. Mijn angst nam af, toen ik de verbinding met de opdracht van Jezus weer helder had.


Na de angst kwam voor mij de machteloosheid. Uitputting door de onophoudelijke stroom van lijdende patiënten en collega’s die zich onthand voelen door zoveel dood in het ziekenhuis. Meelevende collega predikanten buiten voor wie ik slechts zelden toegang kan regelen buiten het bezoekuur. Hoe kunnen we onze opdracht om zieken te bezoeken waar maken en invulling geven?


Wright wijst ons de weg aan de hand van de bijbel. De oproep tot het Koninkrijk van God komt via het verhaal van Jezus. De Mensenzoon die is gekomen om te dienen. Gods macht bestaat in dienen. In Johannes 11: 21-35 lezen we hoe Jezus huilt bij het graf van Lazarus. Zijn gezag bij het graf komt voort uit tranen en vertrouwen. Zo sprak Jezus. Het huilen bij het

graf, dat is niet zoals wij voorzienigheid en almacht hadden bedacht. Het wijst ons erop wat het betekent dat we als christenen worden opgenomen in het zuchten van de wereld (Romeinen 8: 16-17). Jezus volgen betekent dat we God in ons zijn werk laten doen. Aanwezig zijn op plaatsen van lijden en kwetsbaarheid, delen in het verdriet. Zelf geraakt worden. Klagen met de Psalmen waar de situatie uitzichtloos is. Blijven bidden. Nabij zijn in het nu. Dat is de enige manier om in verbondenheid met het evangelie te leven en te werken.

 

Perspectief voor kwetsbare mensen

De pandemie bepaalt ons bij onze kwetsbaarheid. Het eerste jaar draaide alles om veiligheid en ook afstand houden. Nu neemt de roep om vrijheid toe. Maar als iedereen gevaccineerd is, zijn de problemen niet voorbij. Vele groepen zijn geraakt door de lockdown maatregelen. Als christenen moeten we een nieuwe weg vinden in het omgaan met lichamelijke

kwetsbaarheid, en ook met materiële kwetsbaarheid. Er zijn vele hongerigen en naakten bijgekomen door de pandemie.

‘Houd moed, heb lief’. Naast ‘veiligheid’ en ‘vrijheid’ staat ‘liefde’. Jezus heeft ons door de tekenen in Johannes laten zien in welk Koninkrijk we mogen leven. De hoop op dat Koninkrijk overstijgt de belofte van de vaccinatiecampagne.


Ik stel me voor dat Jezus mensen die het zwaarst getroffen zijn door de pandemie zou opzoeken. Hij zou huilen aan het bed van mijn stervende patiënt en bidden. Hij zou de onmacht van de ontzette verpleegkundige dragen. En met Pinksteren zouden zijn leerlingen op weg gestuurd worden. Toegerust met de Geest.

 

Gespreksvragen


* Zieken bezoeken luistert nauw. Sommigen hebben maar weinig energie om mensen te spreken. Anderen zijn bang om besmet te worden. En weer anderen vinden contact belangrijker dan besmetting. Hoe ontdekken we bij ons werk van zieken bezoeken wat het belang van de zieke zelf is? En van de naasten van die zieke? Of de zorginstelling waar hij of zij is?


* Het afgelopen jaar was gericht op veiligheid. Men probeerde het virus onder controle te krijgen. Veel mensen zijn angstig, bang om besmet te worden. We zijn door corona opnieuw bepaald bij onze kwetsbaarheid. Hoe gaan we daar mee om? Zetten we alles op alles om niet besmet te worden? Moeten ouderen de rest van hun leven afstand houden van hun kleinkinderen?
Durven we de gedachte toe te laten dat we geen controle hebben over ons leven? Dat we ook onverwacht kunnen sterven?


* De media lijken telkens een nieuwe groep onder de aandacht te brengen die het zwaar heeft. Doel is vaak dat er wat verandert aan de beperkingen. Er is ook veel stil leed. Hoe reageren we daar op? Hebben we als kerk een signalerende rol voor noden ontstaan door de pandemie? Hoe rusten we ons toe? Zoeken we samenwerking met andere partijen?

 

Annie Hasker