Foto: bijeenkomst in het gebouw van de Tweede Kamer

Kerken in Nederland zoeken ruimte


Je zou het niet zeggen in een tijd van kerkelijke krimp – althans, in veel gemeenten van de
Protestantse Kerk – maar landelijk gezien groeit de kerk enorm. Een heel aantal gemeentes groeit
zelfs uit z’n jasje. Daarom was ‘ruimte voor de kerk’ ook een belangrijk thema op de bijeenkomst
die Tweede Kamerlid Don Ceder (CU) organiseerde voor voorgangers uit heel Nederland. Ds.
Wilbert Dekker, de praeses van de classis, stapte uit zijn eigen bubbel, bezocht de bijeenkomst in
Den Haag en neemt drie belangrijke lessen mee uit Den Haag.

De groei van de kerk in Nederland zit uiteraard vooral in de mensen met een migratieachtergrond.
Op dit moment zoekt 25% van de migrantenkerken naar een grotere kerkruimte. Naar schatting zijn
er 1,3 miljoen migrantenchristenen in Nederland, voornamelijk geconcentreerd in en rond de grote
steden in de randstad – maar ook Overijssel-Flevoland kent 100 migrantenkerken.

Don Ceder, met zijn 33 jaar een jong kamerlid, kent de wereld van de migrantenkerken goed. Hij is
zelf ouderling in een migrantenkerk in Amsterdam. Via social media riep hij alle voorgangers van
Nederland op om maandag 9 oktober naar de Tweede Kamer in Den Haag te komen. Deze oproep
bracht voorgangers van allerlei taal en kleur bijeen: mannen maar zeker ook heel veel vrouwen. Het
is in ieder geval al leerzaam en heilzaam om als witte, mannelijke PKN-predikant nu eens niet deel uit
te maken van de vanzelfsprekende meerderheid. Ceder ontving de voorgangers eerst in de plenaire
zaal van de Tweede Kamer, en daarna in de ruimte van Nieuwspoort om verder met elkaar van
gedachten te wisselen.


Gebouwen

Een belangrijk onderwerp dat besproken werd is de fysieke ruimte voor de kerk. Als kerken groeien,
hebben ze grotere ruimtes nodig om bijeen te komen. In het zoeken naar grotere ruimte lopen
migrantenkerken tegen veel regels, procedures en onwil aan. Stadsbesturen wijzigen
bestemmingsplannen niet zomaar. Eigenaren van panden willen er niet altijd christenen in hebben.
Maar er worden in de steden ook veel kerken afgestoten. Biedt dat dan geen oplossing? Nee, want
migrantenkerken hebben niet zoveel behoefte aan een grote kerkzaal. Ze willen vooral een
multifunctionele ruimte, met meerdere zalen voor geloofsonderwijs en kleinere ontmoetingen.
Bovendien kunnen ze de hoge kosten voor energie en onderhoud van grote kerkgebouwen niet
betalen. Liever maken ze gebruik van gebouwen die oorspronkelijk een school of wijkcentrum waren.
Maar veel lokale overheden willen de gebouwen niet herbestemmen als kerk voor migranten, omdat
ze de nood en de noodzaak daarvan niet zien.

Bovendien zitten vooral de gevestigde kerken aan tafel in gesprekken met de overheid. Dan gaat het
om kerken die krimpen, en het beleid van de overheid wordt dan afgestemd op het behoud van
“erfgoed”. Eigenlijk zouden juist de kleine, snelgroeiende migrantenkerken óók aan tafel moeten
zitten. Daarom dient de vraag zich aan: kunnen de gevestigde kerken ook wat inschikken in hun
gesprekken met de overheid, en nadrukkelijk een stoel aan tafel vrijmaken voor de
migrantenchristenen, zodat ook hun stem wordt gehoord?


Samenleving


Je kunt de vraag naar de ruimte voor de kerken ook breder trekken dan alleen de fysieke ruimte waar
de gemeente kan samenkomen. Welke ruimte is er voor de kerk in onze samenleving? Spreker
Gaetan Mbwete uit Den Haag ziet dit als een groot probleem. Artikel 6 van de grondwet garandeert
vrijheid van godsdienst en levensovertuiging voor iedere Nederlander. Maar als er geen gebouw in
jou buurt is waar je samen mag komen om te bidden, is die vrijheid een wassen neus geworden. Dan
is het alsof je als christen, als kerk niet mag bestaan. In Mbwetes visie zou iedere Nederlander
maximaal 2 kilometer hoeven te reizen naar een kerkgebouw of gebedsruimte. Hij wees op de
referentienorm maatschappelijke voorzieningen. Dat is het plan voor de leefomgeving in de grote
steden, waarin staat welke voorzieningen er moeten zijn per 1000 inwoners. Vreemd genoeg missen
daarin de kerken. Dat is een gemiste kans.


Politiek

Daarom moedigde Don Ceder de vertegenwoordigers van de kerken ook aan om zelf politiek actief te
worden. Hij stimuleerde hen om de ruimte te zoeken waarbinnen ze gehoord kunnen worden. Zoek
actief contact met raadsleden in de plaats waar je woont, zo moedigde hij zijn gehoor aan. En bekijk
de agenda’s van de raadsvergaderingen. Vraag inspraak op punten die de kerken aangaan. Betrek de
jongeren uit je kerk daarbij, want zij weten vaak nog veel beter waarover het gaat. Zoek je niet zelf
het gesprek met de plaatselijke overheid, dan mis je een grote kans. “Als je je niet met de politiek
bemoeit, vergis je niet: de politiek bemoeit zich wel met jou”, zo waarschuwde Don Ceder zijn
hoorders. Is er dan geen scheiding van kerk en staat? Ja, die is er wel en die is een groot goed. Maar
het wordt vaak verkeerd begrepen. Het betekent namelijk dat de overheid zich niet met de interne
organisatie van de kerk mag bemoeien, maar het betekent niet dat de kerk de overheid niet zou
mogen aanspreken op haar beleid. Sterker nog, het is juist in ieders belang dat de kerk ruimte zoekt
en ruimte voor zichzelf vraagt in het gesprek met de plaatselijke, provinciale en landelijke overheid.


Drie lessen

Ik (Wilbert Dekker) vraag mezelf af: wat heb ik nu eigenlijk meegemaakt, en wat kunnen wij hier in
Overijssel-Flevoland hiervan leren? Allereerst dat de aandacht voor migrantenkerken weliswaar groeit,
maar dat we daarin als “gevestigde kerk” nog wel veel meer in mogen investeren. Hoe belangrijk is het
voor hen om gezien te worden. Hoe belangrijk voor ons is het om aangestoken te worden door hun
vuur, passie, toewijding en gebed.

In de tweede plaats herken ik het verlangen dat er een plek van samenkomst en gebed is in de buurt,
in de wijk of op het dorp. Ook in onze regio worden in de steden en in de dorpen kerkgebouwen
afgestoten. Dat proces is nu al aan de gang, en gaat ook nog wel even door. Maar is er ook oog voor
het verlangen van mensen om bij elkaar te komen voor gebed en lofprijzing, om vreugde en verdriet
te delen in het licht van Gods Woord? Als dat niet meer in een kerkgebouw kan, waar dan wel? Soms
spreken we over “vierplekken” die er moeten blijven, maar is dat niet een wat kaal en bloedeloos
taalgebruik? En huiskamergemeentes zijn ook niet de hele oplossing: het gaat juist om een publieke
plek, niet een privéwoning.

In de derde plaats merk ik dat de kerken in mijn eigen omgeving (Kampen) nog wel wat kansen laten
liggen. Natuurlijk, we spreken de burgemeester en wethouders tijdens het jaarlijkse gezamenlijke
ontbijt met alle voorgangers. Maar we maken niet “slim” gebruik van onze contacten en onze
mogelijkheid tot inspraak op dossiers die er ook voor de kerken toe doen. We zouden veel meer de

raadsagenda kunnen volgen en netwerken met de raadsleden, om zo samen te zoeken naar het
goede voor de hele samenleving. Het is voor mij een wake-up-call: hier is nog een wereld te winnen!

De VKB schreef recent ook over dit thema. Klik hier.

Foto: ds. Wilbert Dekker en Don Ceder (rechts)