Foto: Lukt het om als organisatie / kerk op de ladder van eigenaarschap bij de afzenders niet ergens onderaan te blijven bungelen bij 'gesloten autoritaire stijl' of - de meest voorkomende stijl 'open autoritaire stijl' maar op te stijgen tot het niveau van de 'faciliterende stijl'? Als dat lukt ontwikkel je bij de andere vrijwililgers (de ontvangers) een vorm van intiatiefnemers en beleidseigenaren. 

Vrijwilligersbeleid vraagt om nieuwe aanpak


Er is een altruïstisch overschot in Nederland. Er zijn veel mensen die wel wat willen doen als vrijwilliger, maar ze worden simpelweg niet gevraagd. Menno Hurenkamp, hoogleraar ‘democratie als mensenwerk’ bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, zette de mensen direct aan het begin van zijn bijdrage aan het vrijwilligerscongres in Olst op 1 december. De bijeenkomst was georganiseerd door de provincie Overijssel in samenwerking met twee organisaties gericht op vrijwilligers, het VOSVI en de NOV.

Veel mensen verlangen er naar iets te doen, aldus Hurenkamp, en het is de kunst ze permanent lastig te vallen, want dat zou wel eens heel effectief kunnen zijn.

Werving

In een workshop legde Jacquelien Willemse, projectleider van het project ‘Expeditie Nieuwe Gezichten’ van de Nederlandse Organisatie voor Vrijwilligers, legde uit hoe je nieuwe vrijwilligers kunt werven. Ze heeft drie jaar gewerkt voor het project waarin een soort update wordt gegeven van hedendaagse strategieën. Ze noemde als valkuil de gedachte dat je als organisatie kunt uitgaan van jezelf. Om haar bevindingen te illustreren legde ze een hele rij schoenen op het podium. Ze zei: ‘Je moet je verplaatsen in de schoenen van anderen’. Er mag dan een altruïstisch overschot zijn, dat wil nog niet zeggen dat de vrijwilligers zich laten strikken om zich aan te sluiten bij jouw organisatie. Dat vraagt om flexibiliteit en om het op maat aanspreken van mensen.

Jacquelien Willemse waarschuwde voor advertenties die beginnen met ‘vrijwilligers gezocht’. Dat is de dood in de pot. Er zijn ook geen bedrijven die schrijven ‘werknemers gezocht’. Daar scoor je niet mee. Je moet je meer verdiepen in de belevingswereld van de gewenste vrijwilligers en hen raken in hun gemoed. Je komt dan bij aankondigingen als ‘kroegtijgers gezocht’ of ‘shop-aholic gezocht’. Taal doet er toe. Vanuit het project is er een e-learning ontwikkeld, die gratis kan worden gedownload. Essentieel daarin is het kijken vanuit het perspectief van de vrijwilliger.

Het is de kunst om de ambities van de vrijwilligers behapbaar te maken, aldus Willemse. Je probeert doelen naar kleine en behapbare stapjes terug te brengen. De Heinose inleidster noemde het voorbeeld van sjieke laarzen. Als je daar met gewone laarzen bij komt binnenstappen, val je buiten de toon. Ze heeft een vereniging al gauw een eigen organisatie-cultuur. Het is belangrijk dat je daar oog voor krijgt, zodat je er op kunt variëren.

Foto: Johanna Hoving

Jonge generaties


Johanna Hoving van het project ‘Tijd voor actie’, ging in op de vraag hoe je jonge vrijwilligers kan betrekken bij jouw organisatie. ‘Tijd voor actie’ bemiddelt tussen jonge mensen en organisatie. Er is bij organisaties onwetendheid. ‘Kan je een blik jongeren voor ons opentrekken?’, vragen ze dan. Johanna maakte een vergelijking met een huwelijk. Daar gaat een periode van kennismaking aan vooraf. Het is voor jongeren met het vrijwilligerswerk niet anders. Ze liet een filmpje zien van een zekere Bas, die als maatje bezoeken aflegt bij een bejaarde vrouw en haar wegwijs maakt op social media.

Hoving noemde enkele sleutels om jongeren zinvol in een organisatie te integreren als vrijwilliger. Een eerste is het besef dat jonge mensen veel te bieden hebben. Een tweede sleutel is, dat je als organisatie de jongere centraal moet stellen. Jongeren willen het idee hebben gezien te worden en hebben bevestiging nodig. Een derde aandachtspunt is, dat je als volwassene jezelf moet blijven. Vraag gewoon wat het woord ‘cool’ is en je krijgt als antwoord misschien iets als ‘vet’. Het is ook belangrijk je hart te laten spreken, aldus Hoving. ‘Vertel wat je belangrijk vindt’. Gevoel communiceert sterker soms dan verstand.

Hoving citeerde Lucas Meijs, die veel over vrijwilligers heeft gepubliceerd. Hij spreekt over de 3 B’s: let op beschikbaarheid, bekwaamheid en betrokkenheid. Het heeft in het kader van beschikbaarheid weinig zin iemand voor drie aaneengesloten weken te vragen als de meeste vrijwilligers een dagdeel per week voldoende vinden. Je moet voorkomen dat je mensen boven hun comfortzone vraagt op bekwaamheden die ze missen. En als organisatie laat je je betrokkenheid zien.

Anja Slendebroek van het project ‘Goed geregeld’ ging in op het behouden van vrijwilligers. Het is natuurlijk niet wenselijk dat je nieuwe vrijwilligers welkom heet, die binnen de kortste keren weer via de achterdeur verdwijnen.  De zelfevaluatie is op internet voor iedereen te vinden op www.vrijwilligeinzetgoedgeregeld.nl Het geeft een beeld van hoe open je bent voor nieuwe vrijwilligers.

Foto: Joost van Alkemade

Joost van Alkemade, directeur van de NOV, ging tijdens een workshop in op enkele recente onderzoeken. Tien jaar geleden was nog 49 procent van de Nederlander een vrijwilliger. Dat is gedaald naar 44 procent in 2020 voor de coronacrisis. En de coronacrisis heeft het aantal vrijwilligers verder teruggebracht naar inmiddels zo’n 41 procent. Theoretisch opgeleiden zijn eerder vrijwilliger meent het CBS dan praktisch opgeleiden (62 procent tegenover 31 procent). Jongeren zullen eerder vrijwilliger zijn in de sport en ouderen meer bij zorg en kerk. In absolute getallen is het aantal vrijwilligers ook teruggelopen van gemiddeld 6 uur per persoon in 2004 naar ongeveer 4,2 uur nu per vrijwilliger.

Er zijn in totaal 43.000 verenigingen in Nederland. Eén op de drie Nederlanders is vrijwilliger. Volgens het VNG wil tweederde wel iets doen voor de buren, maar als de hulp structureel wordt haken de meesten af.

Nieuwe stijl

Van Alkemade haalde een rapport van Sirris aan uit 2022, waarin het verschil wordt uitgelegd tussen de vrijwilligers oude stijl en de nieuwe vrijwilligers. Vrijwilligers van de oude signatuur zijn: geworteld, bereid continu te blijven, werken vanuit traditie en collectief, zijn loyaal, voelen zich geroepen en verplicht en kennen altruïsme. Vrijwilligers van de nieuwe signatuur zijn selectief, gaan uit van vrije keus en individualisme, werken meer ad-hoc en projectmatig, zien vrijwilligerswerk als mogelijkheid zichzelf te realiseren, en zijn niet alleen altruïstisch, maar ook uit op eigen ontwikkeling. Mensen van het oude stempel zeggen: ‘Ik ben van vluchtelingenwerk’. Jongere mensen zeggen: ‘Ik doe iets voor vluchtelingen’.

De grootste drempels om geen vrijwilligerswerk te doen zijn volgens Motivaction: het gebrek aan tijd en de houding geen verplichtingen te willen aangaan. Via een e-learning, zo zei hij ook, kan je leren om niet alleen acties te voeren om vrijwilligers te krijgen, maar veel breder naar je eigen organisatie te kijken, waarbij je eerst je doel bepaalt, kijkt hoe je vrijwilligers kan meenemen, je denkt over gedragspsychologie en pas in een laatste stadium werf je concrete vrijwilligers.

Edith Starrevelt, adviseur ‘vrijwillige inzet en sociale basis’ van het NOV, benoemde enkele uitdagingen voor actueel vrijwilligerswerk, met name in de zorg:
* vrijwilligers kunnen overbelast raken door meer en zwaardere hulpvragen;
* er wordt meer mantelzorg gevraagd waardoor er minder tijd is voor ander vrijwilligerswerk;
* vrijwillige inzet staat onder druk door administratieve processen en subsidievoorwaarden;
* er is een tekort aan bestuursleden.

Foto: Je kon speeddaten met gedeputeerde Tijs de Bree (links)

Tijs de Bree, gedeputeerde van de provincie Overijssel voor de PvdA, onder meer verantwoordelijk voor cultuur en de sociale agenda, was tijdens het symposium aanwezig en noemde het belangrijk de regeldruk voor vrijwilligers te verminderen. Hij noteerde 136 verplichtingen waar je mee te maken kunt krijgen. Het is een hele klus als je je aan alle regels wilt houden. Hij zei te willen zoeken naar minder druk in dezen.

Besturen

Terrence van Damme, projectmedewerker bij de provincie Overijssel voor Studio Vers Bestuur, ging in op de manier waarop je als bestuur kunt omgaan met de veranderingen onder de vrijwilligers. Hij wees op de ingrijpende veranderingen in deze tijd door Jan Rotmans aan te halen: ‘Dit is geen tijdperk van veranderingen, maar een verandering van tijdperken’. Hij liet zien hoe de mensen zijn veranderd in een evolutionair proces. Van verzamelaars werden mensen tot boeren, van boeren ging het naar de industriële revolutie. En je ziet dat de veranderingen exponentieel groeien. Er zijn inmiddels drie nieuwe spelregels ontstaan:
* robots en algoritmes nemen het over;
* platforms maken de dienst uit;
* de crowd weet het beter dan de experts.

Als besturen moet je leren met de nieuwe tijdsgeest om te gaan. Veel besturen hebben nog een open autoritaire stijl. Van Damme pleit voor een faciliterende stijl, waarbij je als bestuur de voorwaarden helpt te creëren waarmee de vrijwilligers zinvol kunnen werken. Als het je lukt die houding te vinden, zal de vrijwilliger zich eigenaar voelen van het succes en verantwoordelijk voor ontwikkelingen. Van Damme presenteerde om dat te illustreren en zogenaamde ‘ladder van eigenaarschap’. Hij citeerde Ghandi: ‘Alles wat je voor mij doet, maar niet met mij, doe je tegen mij’.
 

Foto: Menno Hurenkamp

Noaberschap

Menno Hurenkamp ging in zijn bijdrage in op het begrip noaberschap. Hij had de teller van Lexis Nexis gebruikt om na te gaan hoe vaak het begrip in de media wordt gebruikt. Hij ontdekte dat het begrip in de pers niet van alle tijden is. Het begrip is pas vanaf 2002 populair geworden en het breekt door nieuwe populaire grenzen heen vanaf 2019. Hurenkamp stelde vast dat de populariteit gelijke tred houdt met de ontmanteling van de verzorgingsstaat. De term dient blijkbaar om de pijn te verzachten van het verlies van sociale voorzieningen. Hij signaleerde dan ook dat de term een romantische lading heeft. Het is bedoeld om impopulaire maatregelen door de strot te duwen.

De sterke stijging van het gebruik ‘noaberschap’ omstreeks 2019 noemde Hurenkamp het ‘Caroline-effect’. De BBB heeft de term omarmd in de verkiezingsprogramma’s. Overigens trok Hurenkamp in twijfel of de BBB en ook de NSC het begrip werkelijk breed zullen invoeren. Hij onderzocht in hoeverre politieke partijen inhoudelijk werkelijk ideeën over het vrijwilligerswerk in hun programma doorzetten en hij stelde vast dat juist de grote winnaars in de verkiezingen daar weinig woorden aan vuil maken. Wie thema’s als ‘democratie en participatie’, ‘financiering’, ‘ondersteuning’ en ‘subsidies’ scant, termen die belangrijk zijn voor vrijwilligers, komt ze in het PVV-programma niet tegen, terwijl programma’s van partijen als D66 en GL/PvdA er van overlopen. Hij riep de vrijwilligers op alert te zijn op de recente ontwikkelingen in Den Haag. ‘Ik vermoed dat er met dedain over de vrijwilligers gesproken gaat worden’.

Hurenkamp toverde ook oude teksten tevoorschijn uit bijvoorbeeld De Oude Tijd (een tijdschrift uit 1874) en hij stelde vast dat het door bij ‘noaberschap’ ook domweg over een plicht gaat. Dat idee van ‘plicht’ kom je in hedendaagse teksten niet tegen. Vroeger gingen mensen de buurt door en was je moraal verplicht noaber te zijn. Het was de garantie dat je iedereen in de buurt zou helpen als hij hulp nodig had. Noaberschap gaf uiting aan lotsverbondenheid. De noaberschap was de voorloper van de verzorgingsstaat en zorgde er voor dat er niemand door het ijs zou zakken.

Hurenkamp citeerde Jacques van Doorn, de socioloog, die in 1959 in nuchtere bewoordingen over noaberschap spreekt. Het gaat bij burenhulp niet om emoties delen, of om gelijke gezindheid in maatschappelijke vraagstukken, je maakt eenvoudigweg het leven mogelijk voor elkaar. ‘De integratie voltrekt zich in het interactievlak’ en daarvoor was solidariteit nodig ook buiten de eigen bubbel.

Foto: scan waarmee je op vrijwilligeinzetgoedgeregeld.nl komt en een nuttige verkenning kunt maken hoe het er met jouw organisatie / kerk voor staat.