Reflecties in de regionale boezem van de kerk

Hoe gaat het in de regio? Welke vragen komen we in de diverse gemeenten tegen? Iedere maand komen zo’n tien mensen bij elkaar die – alvorens een zakelijke agenda af te werken – meer bezinnend met elkaar spreken over een thema dat raakt aan de regio Overijssel-Flevoland. We zetten de thema’s nog eens op een rij die in 2023 aan de orde zijn geweest. Wellicht vindt de lezer er gedachten in die hem of haar tot nadenken stemmen en die verleiden tot het formuleren van eigen gedachten.

Het gaat om de volgende thema’s:

Bezinning op bloei van gemeenten (januari 2023) 
Bezinning op vacante gemeenten (februari 2023)
Bezinning op beleidsplan (maart 2023)
Bezinning op de dertigers (april 2023)
Bezinning op de dertigers / vervolg (mei 2023)
Bezinning op de inzet van de kerkorde (juni 2023)
Bezinning op de pioniersplekken (juli 2023)
Bezinning op collegeakkoorden van de overheid (september 2023)
Bezinning op het diaconale werk (oktober 2022)
Bezinning op Joden en Palestijnen (november 2023)
Bezinning op het vrijwilligersbeleid (december 2022)


Meer focus op groei en bloei

Het breed moderamen van de classis bestaat uit mensen die zelf ook in de plaatselijke gemeente ambtsdrager zijn. Toch hebben kerkenraadsleden soms een gevoel dat ze  met mensen te maken hebben die in een andere wereld leven. Er is idee van afstand naar het classicale niveau.

Men ervaart richtlijnen van de classis soms als hinderlijk en als betuttelend. Ook al hebben ze slechts de ambitie het gemeentelijke leven vorm te geven en een gezond kader te bieden. Brieven die de classis of het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken versturen worden als te zakelijk ervaren. Mensen hebben dan al gauw een beeld van de classis als van een schoolmeester. De classis kijkt over je schouder mee en als het tegenzit volgt er een kritische kanttekening. Plaatselijke kerkenraadsleden denken dan zoiets als: we kunnen toch zelf wel bepalen wat we als goed zien voor onze gemeente?

De distantie van het classicale niveau loopt parallel aan een algemene tendens in de samenleving om terughoudend te zijn richting de instituties. Een van de scribae vertelde dat het vaak al helpt om niet alleen een briefje te sturen, maar mensen persoonlijk te bellen; dat kan helpen om een meer persoonlijk contact te ontwikkelen. 

Het breed moderamen signaleerde dat het beeld mogelijk ook in de hand wordt gewerkt doordat men als classis vaak om de hoek komt kijken als er moeilijkheden zijn. Een groot deel van de agenda wordt in beslag genomen door trammelant, door problemen. Het breed moderamen besloot - wat dat laatste punt betreft - om de eigen agenda nog verder te structureren. Er moet aandacht zijn voor lastige situaties, maar er moet ook ruimte blijven om over groei en bloei in kerkelijke gemeenten te spreken. Dat laatste kan leiden tot een meer positieve benadering en tot stimulans van kerkelijke best practices. Het moderamen kan daarbij een voorsorterende rol spelen.

Het breed moderamen besloot in de eerstvolgende plenaire vergadering van de classicale vergadering verder te denken over dat thema. Er zal een inleider worden gevraagd van buitenaf om het thema 'Hoe kunnen we als classis de gemeenten verleiden' te introduceren. Andere onderwerpen bij de eerstvolgende classicale vergadering zijn: verkiezingen en het verkiezingsreglement. Er ligt een voorstel op tafel om het breed moderamen en de verkiezingswerkgroep meer initiatief te laten nemen, zodat het aantal vacatures kan worden teruggedrongen.


Foto: ds. Wilbert Dekker, preses

Bezinning op vacante gemeenten (februari 2023)

Sterker advies nodig aan vacante gemeenten

Er moet een sterker advies komen aan vacante gemeenten omtrent de invullingen van de vacatures. Kerkenraden nemen nog te vaak in alle naïviteit een afslag, waarvan ze zich later pas realiseren wat de consequenties zijn. In het algemeen zie je dat het aantal invullingen van vacatures met predikanten vermindert en het aantal aanstellingen van kerkelijke werkers groeit. De uitwerkingen van die keus komen pas na verloop van tijd boven tafel. Het breed moderamen van de classis Overijssel-Flevoland sprak vrijdag 10 februari 2023 over die ontwikkeling. 

Het steekt diverse leden van het breed moderamen dat sommige predikantsplaatsen zonder grondig overleg verdampen. ‘De gemeente vergadert zich rondom Woord en Sacrament’, citeerde één van de leden de kerkorde, ‘en dan heb je bevoegde voorgangers nodig’. Gemeenten die vacant geraken, moeten onder meer een solvabiliteitsverklaring aanvragen en een autorisatie van de classis om te kunnen beroepen. Maar als het stil blijft vanuit de gemeente, kan na verloop van tijd blijken dat de kerkenraad niet van zins is nog een predikant te zoeken. Soms gaat het om een keiharde bezuiniging, soms is men opgeschoven qua invulling van de vacature; men zoekt een kerkelijk werker en niet langer een predikant. De procedure om een kerkelijk werker aan te stellen heeft geen autorisatie en approbatie van het breed moderamen nodig. De veranderingen voltrekken zich in de anonimiteit van de kerkenraadskamer van de betrokken gemeente.

Het breed moderamen stelde vast dat het een groot verschil maakt of die verschuiving optreedt in een gemeente waar diverse predikanten zijn dan wel in een gemeente waar verder geen pastorale bearbeiding van een vrijgestelde, betaalde kracht is. Als er een team van pastores is, kan de taak van verkondiging en sacramentsbediening door een predikant worden uitgeoefend. De kerkelijke werker is er als specialist voor jeugdwerk of ouderenpastoraat. Een belangrijk punt van aandacht is in die situatie de afstemming tussen kerkelijk werker en predikant. Het breed moderamen en ook de visitatie ziet in de praktijk dat het aan afstemming ontbreekt. Er zijn diverse voorbeelden van gemeenten waar dat tot spanning leidt. ‘Er zijn gemeenten met een sterk egalitaire visie op het kerkenwerk. Ze maken geen onderscheid tussen predikant en kerkelijk werker. Dat kan leiden tot onduidelijkheden over bevoegdheden en afstemming van werkzaamheden’. In de praktijk zijn er verschillende voorbeelden bekend dat een spanning tussen bijvoorbeeld een al zittende kerkelijke werker en een predikant die nieuw in de gemeente komt, leidt tot spanning en onduidelijkheden in de taken. Het breed moderamen concludeerde dat het zaak is kerkenraden in vacaturetijd te wijzen op een goede teamafstemming en daaronder een goede taakverdeling en momenten van decharge en afstemming.

De situatie in kleine gemeenten vraagt een andere benadering. Er zijn kleine gemeentes die het ontbreekt aan financiële middelen voor het pastoraat. Deze kunnen de neiging voelen om een kerkelijk werker aan te stellen, zodat ze even goedkoper invulling kunnen geven aan de kerkelijke dienstverlening. Het lastige is, dat deze kerkelijke werkers niet de bevoegdheid hebben om het Woord te verkondigen of de Sacramenten te bedienen. Daarbij komt de verlegenheid dat de rechtspositie van de kerkelijke werkers minder goed is verankerd dan de rechtspositie van de predikant. De kerkorde geeft het breed moderamen de opdracht om bij een parttime-vacature te proberen vacatures in gemeenten met elkaar te verbinden, zodat er één predikant gezocht kan worden voor diverse gemeenten.

‘Is de discussie over de invulling tussen een predikant en een kerkelijk werker niet achterhaald als je let op de reorganisatie die de synode bezig is door te voeren?’, vroeg één van de leden van het breed moderamen. Iemand anders vulde aan dat de kerk op dit punt achterstallig onderhoud uitvoert. In het bedrijfsleven is het heel gewoon dat je na een jaar of zeven opnieuw kijkt naar de functies en de vraag stelt of je op onderdelen het functiehuis moet bijstellen. ‘Dan is de katholieke kerk met een functiehuis van de tweede of derde eeuw behoorlijk gedateerd’, relativeerde een ander lid van het breed moderamen.

Het breed moderamen besloot de verkenning met de vaststelling dat het zinvol is om met regelmaat vierjaarlijkse gesprekken van de classispredikant te koppelen aan de vacaturetijd. In zo’n situatie kan je bij grotere gemeenten wijzen op het belang van een teamafstemming en in kleine gemeenten op de noodzaak parttime vacatures te combineren met die van buurgemeenten.

Foto: ds. Jan Dirk Wassenaar, eerste scriba 

Bezinning op het beleidsplan (maart 2023)

Ketenomkering

Het breed moderamen sprak in mei over het beleidsplan voor de komende jaren. Na de classicale vergadering van 7 maart is duidelijk dat het nieuwe beleidsplan nog meer moet worden geformuleerd vanuit het perspectief van de plaatselijke gemeente. ‘Het gaat niet om de vraag of de classis zichtbaar is voor de gemeenten, maar omgekeerd of de gemeenten zichtbaar zijn bij de classis’, verwoordde iemand tijdens de vergadering. Zo’n ketenomkering  moet blijkbaar nog meer consequenties hebben voor de manier waarop je de agenda inricht van classis en breed moderamen, de manier waarop je informatie verzamelt en de informatie die je geeft aan lokale kerkbestuurders. Voor je het in de gaten hebt, is de toon onvoldoende dienstverlenend.

Vooral het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken merkt hoezeer beeldvorming van ‘toezicht’ bij oppervlakkige waarneming als betutteling kan overkomen. Vreemd is dat, want iedere bestuurder heeft de intentie is er te zijn ten dienste van de plaatselijke gemeente. De introductie van het administratiesysteem Fris is bijvoorbeeld bedoeld om de kwaliteit van verwerking van gegevens en feedback aan de gemeente te verbeteren. Maar het wordt al gauw negatief uitgelegd vanwege de ingewikkeldheid. Soms is er ook sprake van onwil. ‘Niemand doet moeilijk als je een aantal ingrijpende stappen moet nemen om een zonvakantie te boeken’, legde de adviseur van het ccbb uit in het bm, ‘maar op het moment dat je voor de kerk zaken moet invullen, mag het niet te veel tijd kosten’. Je kan cijfers van gemeenten makkelijker met elkaar vergelijken als je Fris invult; en dat geeft gemeenten zelf meer inzicht in hun situatie. ‘Je kunt het vergelijken met voetbalclubs die in hetzelfde shirt spelen; dat werkt het beste’. Er is een vorm van verleidend leiderschap nodig. Je moet de gemeenten uitleggen dat toezicht niet de autonomie van de plaatselijke gemeente aantast, maar mensen in hun kracht zet. Soms geldt de regel: ‘Alleen gaat sneller, samen kom je verder’.

Ook andere onderdelen van het beleidsplan kwamen aan de orde. Het ging over de mobiliteit. Sommige leden hadden de indruk dat het thema al weer is ingehaald door het feit dat er te weinig pastores zijn om de vacatures in te vullen. Anderen noemden het thema nog steeds relevant. Enkele pastores die langer dan 12 jaar in een gemeente zijn, kunnen de onbevangen communicatie in de weg staan. Ze vertonen soms een gebrek aan flexibiliteit. Als ze worden genodigd om te muteren zeggen ze: ‘Dat geldt anderen, maar mijn situatie is anders’. Een adviseur maakte een vergelijking:  ‘Mensen in machtsposities, zoals presidenten, mogen in sommige landen twee perioden blijven. Dat is besloten om te voorkomen dat er corruptieverschijnselen ontstaan. De cultuur is in zijn geheel die kant op geschoven; 35 jaar geleden kreeg je een koninklijke onderscheiding als je 35 jaar bij een bedrijf bleef, dat is nu niet meer aan de orde’.

Vorming en toerusting kwam aan de orde. De classis heeft daar in de periode 2018-2023 werk van gemaakt via onder meer de werkgroep Kerk en Israël en via de reflectie op de permanente educatie. Iemand stelde de vraag of je vorming en toerusting in zijn geheel niet zou moeten overlaten aan de landelijke kerk. ‘Ze hebben er webinars voor veel onderdelen van het kerkelijke werk, die goed zijn opgebouwd en waar veel op wordt ingetekend’.

Iemand anders stelde vraagtekens bij de aandacht voor het studentenpastoraat in het oude beleidsplan. Toch kan je zeggen dat het studentenpastoraat in vijf jaar tijd mede dankzij de beleidsverwoording is uitgebouwd. Naast Zwolle en Hengelo is er een academiepastor gekomen in Enschede en is er een kwartiermaker bezig in Almere op dit moment voor het werk van een stadspastor voor jonge zinzoekers.

Oecumene heeft in de achterliggende vijf jaren aandacht gekregen met de oprichting van kringen van kerken in Overijssel en in Flevoland. Om te voorkomen dat het allemaal te persoonsgebonden is, is eerder besloten om een werkgroep vanuit de plenaire vergadering meer te betrekken bij de voorbereidingen van de volgende ontmoetingen.

Het thema ‘beleidsplan’ komt in de volgende vergadering terug als ook de werkgroep ‘beleidsplan’ bij het breed moderamen op bezoek komt.


Foto: Johan Kuiper, tweede scriba 

Bezinning op de dertigers (april 2023)

Cultuuromslag bij dertigers

Voor veel gemeentes is de groep van dertigers een moeilijk te bereiken doelgroep. Sommige gemeenten weten zich representatief te handhaven qua leeftijdsopbouw, maar de trend in de kerk is toch dat de dertigers zich minder aan het instituut van de kerk liëren. Het breed moderamen van de classis Overijssel-Flevoland sprak er over op 14 april 2023.

De ervaringen met dertigers wisselden onder de bm-leden. Er zijn orthodoxe gemeenten die instroom krijgen dankzij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken, of instroom vanuit ultra-orthodoxe gemeenten, waardoor er dertigers lid zijn van de kerkenraad. Het grootste deel van de gemeenten ziet evenwel een cultuuromslag, die zich niet tot de kerk beperkt, waarbij dertigers minder verbinding zoeken met de georganiseerde kerk. Op tafel lag een artikel van ds. Wim Beekman, classisdominee in Friesland, die de dertigers typeerde als ‘nomaden’, als mensen die op allerlei plaatsen verkenningen uitvoeren zonder direct een bestuurlijke verantwoordelijkheid te zoeken. ‘Er is een groep die zich nog wel laat meenemen in uitvoerend of projectmatig werk, maar die het bestuurlijke werk aan anderen overlaat’, zei iemand.

‘We voeden onze kinderen ook meer projectmatig op en gericht op de eigen profilering. Dat begint al op de basisscholen. We vinden het geweldig als ze een spreekbeurt houden. Want dat zien we als teken dat het kind zichzelf weet te ontwikkelen. Bij zo’n klimaat moeten we niet verwonderd zijn dat de mentaliteitsverandering en de ik-gerichtheid zich doorzet op latere leeftijd’.

Een lid van het breed moderamen, zelf dertiger, vertelde dat er in de eigen gemeente een groep jonge mensen is die samenkomt in huiskamerlijke kring. Ze nodigen sprekers uit. En ze zingen bij voorkeur opwekkingsliederen. ‘Ze hebben het goed met elkaar’. Ze overwegen niet zich bij de kerk aan te sluiten. Sommige gemeenten bezinnen zich expliciet op het thema en werken met een onderwerp als ‘Self Growing Young’.

Een bm-lid in orthodoxe setting vertelde dat men in de eigen gemeente wel nadenkt over aanpassingen, maar die veranderingen worden niet ingegeven door het verlangen aansluiting te zoeken bij de jonge mensen. Men zoekt het veel meer in verdieping en oprecht gesprek met jonge mensen. Iemand anders zei: ‘Dat is bij ons al weer lastig, want hoe kan je in gesprek raken als de jonge mensen gewoon niet aanwezig zijn?’

‘Voor mij is het niet een vraag hoe we aansluiting zoeken bij jonge mensen, maar hoe we als gemeente een intergeneratieve gemeente kunnen zijn waar alle leeftijdsgroepen tot hun recht komen’, zei een predikant. ‘Lukt het ons om de generaties naar elkaar te laten luisteren? En als predikant probeer ik over het volle leven te spreken en me niet te beperken tot de thema’s die ouderen aanspreken’.

Wim Beekman spreekt in zijn artikel over de seizoenen van het kerkelijk leven; de seizoenen kunnen wisselen en soms moet je het accepteren dat je een herfstperiode mee maakt. Een bm-adviseur verwoordde: ‘Ik herken dat beeld. En ik zie als taak voor de huidige lichting van kerkelijk betrokken mensen vooral de deugd van de trouw. Het wordt niet meer zoals het vijftig jaar geleden was. We zoeken naar allerlei variaties van vormen, van high tea tot huisgemeente. Het zijn pogingen om dicht bij de mensen te blijven’. ‘Je probeert een gevoel te ontwikkelen van ‘onze kerk’, ook bij mensen die niet regelmatig de kerk bezoeken’, vulde een ander aan.

De preses stelde vast dat het breed moderamen verrassend snel eensgezind was over wat er speelt en hoe je de situatie kunt analyseren. Als je dat gedaan hebt, komen de vervolgvragen op over strategie en mogelijkheden die je als classis hebt om bij deze vragen een rol te spelen. Het breed moderamen wil daar de volgende keer over verder spreken.

Foto: Jessica Braakman, bm-lid en tevens afgevaardigde naar de generale synode 

Bezinning op dertigers (mei 2023)

High tea en borrelplankje

‘We hebben geen idee wie de dertigers zijn. We moeten met hen in gesprek en leren daarbij respect te ontwikkelen voor hoe ze denken. En we moten hen ruimte gunnen om dingen op hun manier te doen’. Aan het woord was één van de ouderlingen tijdens een vergadering van het breed moderamen van de classis op 12 mei 2023. Het ging over de dertigers. Het bm had daar al eerder over gesproken, over hoe ze op een eigen manier in het leven staan, meer als nomade en meer levend in wisselende ervaringen; nu ging het over hun kerkelijke betrokkenheid en over de rol die de classis heeft als het gaat over de dertigers.

Er was een verlangen in het gesprek om als kerk dertigers meer zichtbaar te maken. Ze zijn ondervertegenwoordigd in veel gemeenten als het gaat om de zondagse kerkgang en om de aanwezigheid in bestuurlijke gremia. Een predikant vertelde hoe de bibliotheek in de eigen plaats mensen zichtbaar maakt. Geïnspireerd door een initiatief ‘Humans of New York’ heeft men foto’s opgehangen in de bieb met gezichten uit de plaats en daaronder een korte tekst. Je kan langs de portretten lopen, sommige herken je, andere niet. Maar de variatie van mensen in de stad krijgt er letterlijk een concreet gezicht mee. Je zou je kunnen voorstellen dat je zoiets in de kerk doet.

Er waren meer van dat soort praktische ideeën. Een predikant vertelde dat er bij hem in de gemeente een whatsapp-groep is aangemaakt door dertigers zelf. Ze sturen elkaar een berichtje als ze naar de kerk gaan. En je ziet dan, dat er soms ineens een groepje leeftijdgenoten komt opdragen op zondagochtend. Want, zo concludeerde men in het breed moderamen, je ziet vaak dat kerkgangers gevoelig zijn voor leeftijdgenoten. Het is niet leuk om als enige dertiger bij een groep van ouderen te zijn. Een andere predikant vertelde dat hij na het schrijven van een homilie altijd even terugleest een kijkt of hij voldoende aanspreekt vanuit het perspectief van de dertigers. ‘Ik heb het niet over opa die met een kleinkind praat, maar over een jonge moeder die met haar kind spreekt’.

Een predikant vertelde dat hij in de concordantie het woord ‘dertig jaar’ had opgezocht en had gekeken wie op zijn dertigste iets begonnen is. Er zijn vier voorbeelden: Jezus zelf werd op zijn dertigste gedoopt, Jozef werd op zijn dertigste onderkoning van Egypte, David begon op zijn dertigste als koning over heel Israël te regeren en priesters konden hun ambtelijke werk opstarten als ze dertig waren. ‘Ik heb een prekenserie gehouden over Numeri en gereflecteerd over het steeds terugkerende refrein dat de weerbare mannen werden geteld in Israël. Dat zijn de mannen, de dertigers, die blijkbaar een stap naar voren doen en het verschil kunnen maken. Ik bedoel dat niet seksistisch, dat begrijpen jullie’.

‘Ik denk dat het geloof zijn seizoenen kent’, citeerde een ander ds. Arjan Plaisier. ‘We beleven nu een winterperiode. Daar moeten we ons misschien op aanpassen. En we kunnen vormen zoeken die laagdrempelig zijn. Een ontmoetingsmiddag mat high tea en een borrelplank’. ‘Maar waarom zou je dan als dertiger wel tijd maken voor zoiets en niet voor een kerkdienst op zondagochtend’, reageerde één van de dertigers in het breed moderamen.

Het is  belangrijk, zo werd geconcludeerd, vertrouwen uit te spreken in de dertigers; verreweg de meeste vinden zingeving belangrijk en ze willen dat graag op hun manier invullen. ‘Vroeger duurde een generatie zestig jaar’, zei een predikant, ‘tegenwoordig is er met tien jaar al weer een nieuwe generatie. Dus als we als vijftigers en zestigers het stuur vergeten over te geven hebben de dertigers het gevoel dat ze alleen maar in de bijwagen mogen meerijden en daarvoor bedanken ze’. ‘Jonge mensen zijn er voor gevoelig dat het speelveld echt openligt’, zei de voorzitter, ‘deze generatie is fijn afgesteld. Ze komen als het niet helemaal vastzit en ze alleen maar door bepaalde hoepels zouden moeten springen die te voren zijn aangebracht’. De dertigers hebben minder met de regeltjes, zei een ander, ze willen wel bijdragen aan een kerk 2.0. en dat kost ouderen dan weer moeite om die uitwerking te waarderen.

Het gaat ook om ‘timing habits’, zei iemand, dus dat je de toon mag aanreiken die in jouw generatie het verschil maakt. Tegelijk vinden volgende generaties het wel belangrijk te worden bevestigd in gemaakte keuzes, noem het coaching te ontvangen of bevestiging te krijgen, want onder de regie die ze voeren schuilt ook veel onzekerheid.


Foto: Janny Bunschoten, bm-lid en tevens voorzitter van de werkgroep 'Teksten'

Bezinning op de inzet van de kerkorde (juni 2023)

Kerkorde helpt plaatselijke gemeente geschikt spoor te vinden

De kerkorde is gestolde wijsheid. De kerkorde is geen hobby van een enkele kerkjurist. Het is een manier van handelen waarover we het in de kerk samen eens zijn geworden. De tekst is gebaseerd op de ervaringen van vele mensen. De regels zijn vastgelegd als gezamenlijk commitment in praktische zaken.  Je hebt er samen baat bij de kerkorde als uitgangspunt te hanteren. Je belooft dat ook als je ambtsdrager wordt. Je zegt dan ‘ja’ op de vraag of je je aan de orde van de kerk wilt houden.

Het breed moderamen van de classis sprak over het gebruik van de kerkorde tijdens de vergadering van 9 juni 2023. Het gesprek werd aangesneden op basis van een artikel dat Jan Dirk Wassenaar had geschreven met de titel: ‘Vonken of vinkjes’ (klik hier). De eerste scriba schildert daarin het onbegrip waar breed moderamen en ook classicaal college voor de behandeling van beheerszaken mee te maken krijgt als men zich beroept op de kerkorde. ‘Er is weinig kennis van de kerkorde’, verzuchtte een adviseur, ‘en er is ook weinig bereidheid zich in het kerkelijk recht te verdiepen’.

Mensen vinden het vooral hinderlijk als ze met zogeheten ‘toezicht’ te maken krijgen; dus als iemand vanuit een regionaal orgaan over de schouder meekijkt met het kerkelijk leven van de plaatselijke gemeente en er kanttekeningen bij maakt. Mensen ervaren dat niet als support, maar als het dwarsbomen van de plannen die men in de gemeente heeft gemaakt. ‘Onder het gebrek aan kennis zit vaak ook een gezagscrisis. Mensen vragen zich af: Waar bemoeien die mensen van buitenaf zich eigenlijk mee?’ Iemand citeerde het nieuwste boek van Tabitha van Krimpen, waarin de kerkorde al te gemakkelijk als hinderlijk wordt weggezet.

Klaas-Willem de Jong, docent kerkrecht aan de PTHU, heeft onlangs tijdens een studiemiddag in Overijssel-Flevoland, gewezen op de noodzaak niet alleen de kerkorde te citeren, maar mensen steeds weer uit te leggen waarom een tekst is opgenomen in de juridische bundel. Als mensen de achtergrond van een regel begrijpen, zijn ze eerder geneigd er in mee te gaan.

Het scribaat van de classis heeft te maken met de autorisatie (goedkeuring vooraf) en approbatie (instemming achteraf) van het beroepingswerk. En het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken beoordeelt talloze jaarrekeningen, begrotingen en solvabiliteitsaanvragen bij het beroepingswerk. Het is soms een hele papierwinkel en vraagt van gemeenten een ordelijke benadering. ‘Ik mis dan wel eens de inbreng van de predikanten, die de kerkorde toch zouden moeten kennen’, verzuchtte iemand.

Het generale college voor de kerkorde heeft de synode een notitie aangeboden waarin men in overweging geeft om na te denken over sancties die het bestuursrecht kent. Klaas-Willem de Jong zei zich zoiets te kunnen voorstellen in de vorm van een publicatie van een fout of een geldboete, zoals dat in het publieke recht ook kan voorkomen. Er klonk enig gesputter tegen die uitdagende stelling. ‘Als ambtsdrager probeer je anderen toch altijd weer te overtuigen met argumenten. We geloven in de kracht van het woord. En naarmate dat steviger ankers heeft ga je Woord misschien wel met een hoofdletter schrijven’.

Het begeleiden van gemeenten is maatwerk, zeiden verschillende mensen. Soms ben je explicieter in het citeren van de kerkorde als je merkt dat men zeer willekeurig te werk gaat. Op andere momenten blijf je empathisch, omdat de Geest zo sterk aanwezig is, dat de letter even iets meer op de achtergrond mag geraken. Je probeert te verhelderen wat de standaard van denken is in de kerk, zodat mensen inzien welke variaties ze aanbrengen en waar ze risico’s lopen.

Er werden verschillende voorbeelden gegeven. Als je een predikant beroept, wil je niet dat er na twee jaar geen geld meer is om hem of haar te betalen. Als je iedereen een dienst laat leiden, moet je niet verbaasd staan als de inhoud wegglijdt en verschraalt. Het heeft al met al iets van dweilen met de kraan open. Iemand noemde een gemeente waar men regelmatig mensen liet voorgaan die onbevoegd waren en die bij wijze van tegemoetkoming deze praktijk indamde door af te spreken dat men niet vaker dan tien procent van de diensten per jaar de regel wil overtreden. 

De vraag werd gesteld of je gemeenten de keuze zou moeten geven aan het begin van een traject: Of ze leggen hun werkwijze open voor aan het toezicht en krijgen daarmee dekking van de kerk of ze zien af van toezicht en kunnen dan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Zou zo’n expliciete keuzemogelijkheid mensen niet milder maken in hun oordeel over kerkrecht en toezicht?

Een ouderling legde uit dat je steeds meer ‘functioneel analfabetisme’ tegen komt in Nederland. Mensen begrijpen formele teksten  niet, of ze komen niet van de leesmodus in de actiemodus. Het dwingt zelfs de belastingdienst om minder formele teksten te schrijven en meer de Jip en Janneke – stijl te hanteren. De kerk ervaart bij het reageren op geldzaken vanuit het computerprogramma Fris, dat de standaardbrieven op een zelfde manier herschreven moeten worden en een vriendelijker toon moeten krijgen. Het breed moderamen spreekt ook af en toe in evaluaties over de toon van brieven. Je blijkt in de praktijk niet alleen de correctie te kunnen aangeven, maar moet mensen ook prijzen om al datgene wat ze te goeder trouw al wel op orde hebben gebracht. 

De preses vatte het gesprek in vier punten samen.
1. Start steeds weer met de ‘waarom’-vraag te beantwoorden. Leg uit mondeling en schriftelijk waarom iets moet gebeuren.
2. Gebruik taal op B1-niveau, dus eenvoudig Nederlands met makkelijke woorden die bijna iedereen gebruikt; met korte zinnen en actieve werkwoorden.
3. Realiseer je dat er nog een hele stap gemaakt moet worden vanuit de leesmodus naar de actiemodus. Geef dus duidelijke handvaten in de tekst.
4. Wees je ook telkens weer bewust van de kerkelijke context waarin we werken; iets van het kerkelijk eigene mag ook wel in de brief naar voren komen.

De vraag kwam aan de orde in hoeverre het breed moderamen kan werken aan ‘vonkjes’ naar de gemeente. Als je alleen op de regels focust roep je andere gevoelens op dan wanneer je bewust inspiratie aanwakkert. Zou het mogelijk zijn om naast een controlerende classispredikant iemand aan te stellen als een classispionier. Je moet daarbij denken aan een persoon, die kansrijke initiatieven aanwakkert en die nieuwe ideeën uit de ene plaats uitvergroot voor andere plaatsen. Het breed moderamen besloot de volgende keer verschillende pioniersactiviteiten in de classis tegen het licht te houden om te zien of hierin verdere lijnen te trekken zijn.

Foto: ds. Gijsbert Roohaan, bm-lid en tevens notulist


Bezinning op de pioniersplekken (juli 2023)

Verlangen inspiratie pioniersplekken zichtbaar te maken

Overijssel-Flevoland kent 14 pioniersplekken. Maar wat weten we eigenlijk van deze gemeenten? Waar zijn ze te vinden en hoeveel is er bekend? Het breed moderamen van de classis sprak vrijdag 7 juli over deze experimentele vormen van kerkzijn. De conclusie luidde dat mogelijk bm-leden samen met de classispredikant en leden van een lokale gemeente een plek kunnen bezoeken om belangstelling te tonen voor de nieuwe vormen van kerkzijn vanuit de bestaande Protestantse Kerk in Nederland?

De meeste pioniersplekken zijn in Overijssel-Flevoland te vinden in een stedelijke omgeving. Vaak zijn ze gestart, omdat er iemand geïnspireerd was en vanuit het eigen charisma op creatieve manier invulling gaf aan het geloof. Nu de pioniersgemeenten voorbij de periode van lancering zijn, komen er vragen op eigen aan een tweede generatie. En dan gaat het om vragen die te maken hebben met structuur en organisatie. Het is niet vanzelfsprekend dat een gemeente de stappen weet te ondernemen die nodig zijn om ook in die tweede fase verder te kunnen werken. ‘Misschien heb je wel vijftig pioniersplekken nodig om ten minste zeker te zijn dat er tien kunnen verder werken’, verzuchtte iemand.

De start van een pioniersgemeente heeft met enkele criteria te maken, zegt de website. Er moet sprake zijn van afstemming met de omgeving. Men werkt vanuit een gedeeld geloof. En er dient sprake te zijn van een duurzaam perspectief. Het breed moderamen sprak over dat laatste punt door. ‘Hoe kan je bewerken dat een persoonlijk initiatief leidt tot een situatie waarin ook anderen een vorm van eigenaarschap ontwikkelen?’

Enkele leden van het breed moderamen noemden initiatieven die niet direct als pioniersgemeente zijn opgenomen op een website, maar die qua omschrijving wel voldoen aan de criteria. Het meester Geertshuis in Deventer werd genoemd, waaruit men voluit diaconaal werkt en waar de gezamenlijke maaltijd leidt tot nieuwe vormen van gemeenschapsvorming. Een ontmoetingsplaats in Den Ham kwam aan de orde, waar jonge mensen van diverse kerken elkaar ontmoetten. Het gaat daar niet om randkerkelijken, maar juist om jongeren vanuit hervormde, gereformeerde of vrijgemaakte huize die samen optrekken.

De voorzitter vatte het gesprek samen met de woorden, dat je pioniersplekken meer in steden vindt dan in dorpen, vaak in plaatsen waar al een vorm van kerkelijk leven aanwezig is en waar de pioniersplaats als een soort zijbedding ruimte vraagt. Bij de vervolgvragen ontstaat er in enkele gevallen een zekere spanning tussen charisma en instituut en dan is het de vraag hoe de kerk daarin positie kiest.

Het breed moderamen kan daarin een eigen verantwoordelijkheid kiezen door belangstelling te tonen voor nieuwe initiatieven en enkele van de pioniersplekken uit te vergroten. ‘We kunnen in de etalage zetten wat er aan nieuw elan is’.



Foto: ds. Henk Spit, adviseur van het bm namens het college van visitatoren

Bezinning op collegeaccoorden van de overheid (september 2024)

Kerk zoekt integrale lijn van vitaliteit in overheidsbeleid

Het breed moderamen van de classis wil in de gesprekken met de overheid spreken over vitaliteit in de samenleving. In een vergadering van het breed moderamen op 1 september ging het over de collegeakkoorden die op provinciaal niveau zijn gesloten in Overijssel en in Flevoland.

In Overijssel kreeg het collegeakkoord de titel ‘Schouder aan schouder’; in Flevoland ‘Toekomst voor het nieuwe land’. De teksten kennen meer nog dan het beleidsplan van de classis een hoge abstractiegraad en een positieve, soms ietwat obligate woordkeus. Als je daar doorheen leest, en de beleidsintenties van de kerk er naast legt, merk je dat de kerkelijke insteek vooral een levensvisie geeft en de politiek uiteindelijk meer operationeel en incidenteel focust.

De preses deed daarbij de waarneming dat er qua rode draad verschil zit tussen het Flevolandse document en de visie in Overijssel. Flevoland zet in op de verhouding burger en overheid en sluit aan bij de burger die affiniteit heeft bij de ontwikkelingen in de samenleving. Overijssel zet het vizier meer op de gemeenschap, het begrip naoberschap wordt genoemd, en denkt verder langs de lijnen van de samenleving als geheel.

De inspanning van het breed moderamen op provinciaal niveau loopt parallel aan de inspanningen van pastores op gemeentelijk niveau, die op vele plaatsen periodiek overleg voeren met burgemeester en een enkele wethouder. ‘Je zal maar worden uitgenodigd door de burgemeester en de gelegenheid hebben tot nader overleg. Je staat dan voor de vraag: Wat heeft de Bijbel voor boodschap in zo’n situatie? Wat betekent het evangelie als je concreet uitgenodigd wordt de lijnen naar de samenleving door te trekken?’

‘Je merkt dat de kerk vaak pas in beeld komt’, verwoordde een ander, ‘als het gaat over cultureel erfgoed. Het kerkgebouw hoort bij de monumenten die men goed wil onderhouden’. ‘Ik denk dat het verstandig is in de contacten met de overheid in te zetten op concrete thema’s. Ik denk dan aan bijvoorbeeld het thema armoede’, zei een ander. ‘Ik merk dat diakenen het moeilijk vinden om hun doelgroepen te bereiken. We hebben ons als kerk door de secularisatie misschien wel wat op een eiland laten plaatsen’. Weer een andere reactie: ‘Ik vind die positie begrijpelijk in een tijd dat de eerste generatie bezig is de kerk te verlaten en argumenten zoekt om die keus te rechtvaardigen. Maar je merkt in toenemende mate dat er een nieuwe generatie bestuurders aantreedt die openstaat voor wat de kerken in het geheel van de samenleving te zeggen hebben’.

‘We hebben er als kerk ook belang bij om zichtbaar te zijn’, verwoordde iemand. ‘Het biedt de mogelijkheid om het evangelie in het geheel van de samenleving te laten doorklinken. En tegelijk verlaagt het de drempel voor mensen om een kerk binnen te gaan’.

Eén van de leden van het breed moderamen veronderstelde dat enige afstand tussen kerk en staat aan te bevelen is. ‘Ik heb een klap van Noordmans gehad en zou willen voorkomen dat de kerk zich instrumenteel inzet voor de politiek. Die gedachte heeft te maken met het besef dat je als christen een vreemdeling bent op deze aarde. De kerk heeft een eigen karakter’. Twee andere leden van het breed moderamen onderstreepten dat op een eigen manier. Bij alle stukken die op de agenda staan, waren ze er niet aan toe gekomen de coalitieakkoorden te lezen. 

Een bm-lid vertelde dat de samenwerking tussen kerk en staat tot meer solidariteit kan leiden. Ze vertelde dat diaconieën in haar regio overleggen met organisaties als Humanitas en fondsen beschikbaar stelt om juist de mensen te ondersteunen die door inflatie, energiecrisis en minder gefortuneerde posities in de samenleving over onvoldoende middelen beschikken om invulling te geven aan het leven.

Het breed moderamen sprak af dat er de volgende keer een keus wordt gemaakt voor nader contact met de politiek, waarbij als bodemlijn de vitaliteit, de leefbaarheid, de zingeving in het geheel van de samenleving als leidmotief wordt ingebracht.


Foto: ds. Klaas van der Kamp, bm-lid en classispredikant 

Bezinning op het diaconale werk (oktober 2024)

Diaconieën krijgen zeven actielanden aangereikt

Kerkinactie heeft de strategie bijgesteld. De koppeling van bijvoorbeeld Overijssel-Flevoland aan één land (Zuid-Afrika) is losgelaten. Daarvoor in de plaats zijn er zeven actielanden, zoals Moldavië en Colombia waar Kerkinactie speciale aandacht voor vraagt.

Dat vertelde Martin Zoer, diaconaal consulent voor Overijssel, tijdens een gesprek in het breed moderamen van de classis Overijssel-Flevoland, op 13 oktober. Martin Zoer is zelf recent in Moldavië geweest en is beschikbaar voor gemeenten en diaconieën om zijn verhaal te doen. Naast Martin Zoer is Jaantje Vink beschikbaar als consulent voor het diaconaat in Flevoland.

Een inventarisatie in het breed moderamen leverde een gevarieerd beeld. Diaconieën hebben over het algemeen voldoende inkomsten om de direct noodzakelijke uitgaven te dekken. Soms moet men zelfs zoeken om tot de gewenste bestedingen te komen. Er zijn voorbeelden van energiefondsen die niet uitputtend konden worden ingezet. Soms is er een drempel om daadwerkelijk om hulp te vragen. Nieuwe accenten van diaconaat komen naar voren, zoals het organiseren van maaltijden.

De burgemeester in de Noordoostpolder heeft kerken en organisaties uitgenodigd om nog meer gezamenlijk te opereren. In een plaats als Kampen zijn expliciet afspraken gemaakt met woningcorporaties, zodat mensen niet op straat worden gezet als ze hun schulden niet kunnen inlossen.

Afgesproken is, dat het breed moderamen periodiek al het bovenplaatselijke kerkenwerk in de classis, waaronder dat van de diaconaal consulenten, wil bespreken met als doel op allerlei deelgebieden het beleid aan te scherpen.


Foto: Rikus Snel, adviseur van het bm vanuit het college van behandeling beheerszaken 

Bezinning op Joden en Palestijnen (november 2023)

Poging Palestijnse narratief mee te nemen in Israëlprogramma

Op verschillende plaatsen in de classis merk je dat de ontwikkelingen in de Gaza-oorlog hun repercussies hebben op de verhoudingen in de kerk. Het breed moderamen van de classis sprak daar over op 10 november 2023. Het bestuur wil proberen de lijn van het synoderapport ‘Als pelgrims onderweg met Joden en Palestijnse christenen’ (17 november) een plek te geven in het midden van de gemeenten.

Het bm voerde het gesprek over Israël en Gaza samen met vier leden van de classicale werkgroep Kerk en Israël: ds. Leon Eigenhuis (Lemele voorzitter), Willem Bouwhuis (Hellendoorn), Jonette en Ad de Hoop (Kampen). De synode zet in – zo vatte iemand samen – op drie lijnen: de onopgeefbare verbondenheid met Israël, begrip voor het Palestijnse verlangen naar recht en een diaconale roeping om vredesinitiatieven in de regio te ondersteunen. In de praktijk blijkt loyaliteit moeilijk opdeelbaar, je wordt al gauw in het ene kamp gepositioneerd of in het andere.

Verschillende leden van het breed moderamen hebben ervaren hoe het gesprek over Israël en Palestina emoties oproept. Een predikant die als gastvoorganger in een gemeente kwam, werd stevig bevraagd op een interview van René de Reuver in het dagblad Trouw. De Reuver probeert daarin het meersporenbeleid uit te leggen. Een kerkenraadslid liep tegen die visie te hoop en verweet de landelijke secretaris onvoldoende inzicht als hij onderscheid maakt tussen Palestijnen en de Hamas-beweging. ‘De Palestijnen hebben zelf voor Hamas gekozen’, aldus de kritische ambtsdrager, die de gastpredikant tot een zelfde visie wilde brengen. Een andere predikant werd er zelfs tijdens de nazit op een begrafenis op aan gesproken.

Daarentegen kwamen er ook voorbeelden op tafel die van nuancering blijk gaven. In de regio Deventer is een mars geweest voor de vrede zonder polariserende vlaggen of leuzen. In de Noordoostpolder is een initiatief geweest van een ochtendgebed dat mensen ontroerde. Het breed moderamen wilde niet zo ver gaan in een mailing aan kerkenraden direct na de synodezitting een aanbeveling te doen van het rapport ‘Als pelgrims onderweg’. Een enkel bm-lid vreesde dat zo’n actie eerder de polarisatie in de hand werkt, dan vredestichtend werkt.

De werkgroep was in het bm om het eigen beleid voor het voetlicht te brengen. De werkgroep wil vooral de Joodse leeswijze van de Schriften bevorderen. Het is dan niet zozeer de bedoeling om deelnemers aan te spreken ‘met de bril nog op van het NOS-Journaal’. Er is vooral de intentie vanuit een Joodse oorspronkelijkheid (fragmenten van) de Schriften te herontdekken. Dat kan zitten in kleine exegetische nuances. Het voorbeeld werd genoemd van de vrouw die de mantel van Jezus aanraakte en genezen werd; ze raakte niet zozeer de zoom in het algemeen aan, ze strekte haar handen uit naar de tsietsiet, de draden van de Joodse gebedsmantel die Jezus moet hebben gedragen. Joodse exegeten wijzen je op dat soort details.

De suggestie werd gedaan om bij het uitzetten van meerjarig beleid af en toe de vraag expliciet te stellen of het programma zo kan worden ingekleurd dat iets van de genuanceerde benadering van de PKN-nota terugkeert in het programma. Het voorbeeld werd genoemd van René de Reuver die bij een opening van een interclassicale ontmoeting de mensen in de kapel uitnodigde om te luisteren naar een deel van Psalm 43 met ‘joodse ogen’. Daarna las hij dezelfde psalm, vroeg weer een moment stilte en vroeg daarop om de psalm te overdenken vanuit ‘Palestijnse ogen’. Je ontwikkelt dan gevoeligheid voor de diverse narratieven in de regio.

Het breed moderamen sprak hernieuwd uit met waardering kennis te nemen van de werkzaamheden van de werkgroep Kerk en Israël. De werkgroep geeft verdieping aan de ontmoetingen in de classis. Diverse pastores treffen elkaar bij het leerhuis en scherpen elkaar in bij het lezen van de Schriften. De financiële middelen voor het werk zijn weliswaar beperkt, maar het lukt toch altijd weer om geld vrij te maken als dat nodig is.

Een voorstel om direct na het vaststellen in de synode van de PKN een schrijven aan gemeenten te sturen met een aanbeveling het gesprek op de daar geschetste wijze op te pakken, haalde het niet. Enkele bm-leden vreesden dat zo’n extra schrijven eerder meer discussie zou geven dan balsem zou zijn om tegenstellingen te masseren.

Publieke theologie

De preses Wilbert Dekker opende het breed moderamen met een bezinning op de publieke theologie. Hij las een tekst van Dietrich Bonhoeffer, een morgentoespraak tijdens een oecumenische conferentie op het Deense eiland Fano, van 28 augustus 1934. Bonhoeffer laat zich daar kennen als idealist en pacifist. Er is de nodige onrust in Duitsland, nadat de nazi’s aan de macht zijn gekomen. In zo’n wereld spreekt Bonhoeffer de woorden uit: ‘Er zal vrede zijn vanwege de kerk van Christus’. De vrede komt er niet door herbewapening, niet door investeringen van kapitaal. ‘Door geen van deze redenen’, zegt Bonhoeffer, ‘om de eenvoudige reden dat in alle opties vrede wordt verward met veiligheid. Vrede zal nooit bereikt worden als alles draait om veiligheid. Want vrede moet gewáágd worden’. Oorlogen worden niet gewonnen met wapens. Oorlogen worden gewonnen vanuit geloof in God. ‘Zij zijn gewonnen omdat de weg leidde naar het kruis’.


Foto: bijeenkomst van het bm met leden van de werkgroep beleidsplan 

Bezinning vrijwilligersbeleid (december 2024)

Tien tips voor vrijwilligersbeleid van de kerk

Mensen vragen om een flexibele inkleding van het vrijwilligerswerk heden ten dage. Het is verstandig om mensen te peilen voor het ambt of voor een klus en te kijken of je het kerkenwerk zo kunt inrichten, dat ze daarop kunnen instappen.

Het breed moderamen van de classis sprak op 8 december over de vrijwilligers in de kerk. Directe aanleiding was het vrijwilligerscongres dat de provincie Overijssel met enkele partners recent organiseerde in Olst (klik hier). Verschillende deskundigen organiseerden tijdens het congres dat je je organisatie zo moet neerzetten dat vrijwilligers er op maat kunnen instappen. Nog te vaak redeneren organisaties omgekeerd: Ze willen dat vrijwilligers zich voegen naar het werk en de structuur die vastliggen.

De leden van het breed moderamen herkenden de gewijzigde opvattingen over het vrijwilligerswerk. Dr. Jan Dirk Wassenaar verzorgde een meditatie waarin hij drie fasen onderscheidde, die in de recente geschiedenis zich manifesteren. Nog niet zo lang geleden stond de heilige roeping centraal. Met aan variant op Plasterk (‘Als het volk je roept, mag je niet zo meer weigeren’) verwees hij naar de roeping die mensen ervaren van Godswege. Het is een motivatie voor het ambt en het werk vanuit de roeping.

Andere mensen zijn het meer functioneel gaan benaderen. ‘Je komt natuurlijk ook een keer aan de beurt, en als je je taak hebt volbracht, ben je weer vrij’. ‘Je bent lid van een vereniging, en daar hoort bij dat je ook iets voor de club doet’.

Meest recent is het motief van de zelfontplooiing. Je zoekt in het werk, of het nu kerkenwerk betreft of ander vrijwilligerswerk, naar een manier om jezelf verder te ontwikkelen.

Jan Dirk Wassenaar trok de lijn door in zijn meditatie naar de manier waarop Christus beschikbaar was om mensen te dienen. ‘Hij nam de gestalte van een mens aan’ (Filippenzen 2:6), hij heeft zich ontledigd en nam de gestalte van een slaaf aan.

Ds. Wilbert Dekker, voorzitter van het breed moderamen, stelde de vraag of mensen verschil beleefden tussen het vrijwilligersklimaat in seculiere organisaties en het klimaat in de kerk. Iemand zei dat er bij organisaties zoals de GGZ en schoolverenigingen meer balans gezocht wordt tussen wat de betaalde professionals doen en wat aan de vrijwilligers wordt overgelaten. Dat is wellicht onvermijdelijk, omdat de kerk grotendeels uit vrijwilligers bestaat. Maar, zei iemand anders, het klimaat is ook anders. Je krijgt buiten de kerk diverse scholingen. Soms is er zelfs een sollicitatieprocedure om het werk te mogen doen.

Een advies vanuit het congres in Olst luidde: Probeer de organisatie toegankelijk in te richten voor de vrijwilligers. Eén van de predikanten in het breed moderamen vertelde dat de kerk ooit werkte vanuit het thema ‘Gavengericht werken’. Iemand vroeg je: Waarin ben je goed? Gemeenten zouden iets van de flexibiliteit aan de dag moeten leggen, zei hij. ‘We zochten een scriba’, zei iemand anders, ‘en toen we merkten dat iemand veel van die gaven bezat, maar struikelde op de noodzaak notulen te maken, hebben we daar apart een notulist voor gezocht’. ‘Dat klinkt heel huiselijk’, reageerde iemand anders, ‘dat is heel anders dan het werken vanuit een pontificale omschrijving waar een nieuwe vrijwilliger of ambtsdrager zich bij moet aanpassen’.

Nogal wat kerken hebben geen uitgekristalliseerd vrijwilligersbeleid. Ze richten zich vooral op het invullen van de lege vlekken. Het beleid richt zich op de werving van nieuwe mensen. Er zijn ook gemeenten met een veel bredere blik. De verwachtingen worden minder zwaar aangezet. Er is een informele sfeer, te beginnen zondag na de dienst bij het koffiedrinken. Iemand die notulen schrijft en onzeker is, krijgt het aanbod dat iemand anders meeleest en suggesties aanreikt voor aanpassing. Het klimaat moet goed zijn. Dat geldt ook voor de mensen die afscheid genomen hebben. Iemand vertelde dat in zijn gemeente deze mensen een half jaar later nog een keer bij elkaar worden genodigd in huiselijke kring en met elkaar terugkijken op de ervaringen in het ambt.

Tien tips

De preses nodigde de leden van het breed moderamen uit om allen een tip te formuleren, zodat er een top tien zou kunnen worden gepubliceerd:

1. Ik pleit voor flexibiliteit; gebruik de maximale ruimte die je kunt vinden in de organisatie, zodat mensen dat kunnen doen, wat ze aanspreekt.
2. Ik vind enthousiasme en eerlijkheid van belang. Vertel enthousiast over datgene waar je vreugde aan beleefd en wees eerlijk over de omvang van een taak.
3. Ik hoop dat we voorkomen dat vleugels van het kerkenwerk te veel het klimaat gaan bepalen in het kerkenwerk; concentreer je op het eigenlijke van het kerkenwerk.
4. Ik vraag aandacht voor waardering en begeleiding. Geef elkaar af en toe een pluimpje over datgene wat goed is gegaan.
5. Geef een open beeld van wat vrijwilligers zoal doen. Waardeer ze, ondersteun ze, spreek verwachtingen uit en stel waar nodig verwachtingen bij.
6. Vraag nieuwe vrijwilligers persoonlijk, ga er desnoods als een idioot achteraan, wees bereid eventueel vijf, zes mensen persoonlijk te vragen en geef niet op aan te dringen op deelname.
7. Zoek net zolang tot je tenminste twee dertigers bereid hebt gevonden om in het hart van de organisatie werk te verrichten.
8. Durf keuzes te maken. Beter sommige dingen doen die goed zijn, dan alles een klein beetje doen.
9. Geef vrijwilligers vertrouwen, en laat ze de ruimte om taken in te vullen zoals ze het zelf prettig vinden.
10. Maak met elkaar eens een top-10 van wat je belangrijk vindt en wissel de onderliggende argumenten uit.