Welkom bij het afscheid van de classispredikant

Ds. Klaas van der Kamp blijft tot 1 september 2026 werken als classispredikant van Overijssel-Flevoland. Hij neemt formeel afscheid met een kerkdienst op 28 juni ’s middags om 14.30 uur in de Bovenkerk in Kampen. Op vrijdag 4 september volgt er dan nog een symposium over (de kerk in) Europa. Wie bij de afscheidsdienst wil zijn of bij het symposium over Europa is hartelijk welkom en kan zich wat de viering betreft opgeven via deze link. Hieronder volgt een gesprek met de afscheid nemende classispredikant.

Je neemt op 28 juni in formele zin afscheid met een ‘meertalige’ kerkdienst. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Antwoord:
In een meertalige kerkdienst zijn diverse talen te horen. De geloofsbelijdenis klinkt in het Kampers en verwijst naar diverse Aramese uitspraken in de Bijbel, de moedertaal van Jezus. De schriftlezingen zijn in het Rijssens en in het Fries. Het Onze Vader klinkt in het Aramees. Ik heb voor deze onderdelen collegae gevraagd die het betreffende dialect of de betreffende taal van huis uit spreken. We zingen ook enkele liederen in de streektaal.

Waarom wil je die talen in de viering laten horen?

Antwoord:
Ik merkte in mijn werk als classispredikant dat veel mensen me kennen van de kerstnachtdienst in de streektaal. Dat maakte me de impact duidelijk van de streektaal. Ik vind het belangrijk dat minderheidstalen in leven blijven en af en toe te horen zijn. Dat doet recht aan de cultuur in de regio en het sluit aan bij de moedertaal van een deel van de mensen.

De dienst begint om 14.30 uur, maar drie kwartier daarvoor worden de predikanten en kerkelijke werkers uitgenodigd voor een fotomoment eventueel in ambtskleding. Waarom is dat?

Antwoord:
Er zijn amper gelegenheden om met diverse collegae op de foto te gaan. Ik hoop dat er 28 juni een aantal komt. Ik zou het leuk vinden om dan in ambtsgewaad buiten met hen te poseren. Dat geeft een uniek beeld. Het sluit tegelijk aan bij het thema van de dienst.

Wat zal het thema zijn van de meertalige viering?

Antwoord:
Ik wil het hebben over ‘de mantel der liefde’. Het gaat daarbij onder meer over het ambtsgewaad. Ik merkte bij mijn werk als classispredikant dat verschillende kerkenraden me bevroegen over het ambt. Een deel van de kerkenraden vond het moeilijk ambtsdragers te vinden en probeerde het kerkenwerk anders te verdelen en niet per se aan een ambt te koppelen. Ik heb daarin met de kerkenraden proberen mee te denken, maar persoonlijk vind ik dat het ambt waardevol is; juist omdat het je uit de wind houdt van een functie. Het ambt verwijst voor mij naar het cadeau van Gods liefde, die de mantel overneemt op het moment dat het kleed ons te zwaar op de schouders drukt.

Op 4 september is er een symposium over Europa. Wat heb je met dat onderwerp?

Antwoord:
Ik ben in de periode dat ik werkte voor de Raad van Kerken in Nederland betrokken geraakt bij het werk van de Europese Raad van Kerken (CEC, Council of European Churches). Daarvan zijn 114 kerken lid, waaronder de Protestantse Kerk in Nederland.  Ik merkte dat de Europese Raad met weinig middelen gezicht geeft aan de kerk in de Europese samenleving en zich inspant om kerken in Europa nader met elkaar te verbinden. Ik vind het belangrijk dat we als Nederlandse kerken daarin een bijdrage leveren.

Waarom is dat belangrijk?

Antwoord: Ik denk dat de Heer van de kerk de eenheid van de christenen waardeert. En ik vermoed dat wij als kerken in Europa veel van elkaar kunnen leren. Als je bijvoorbeeld kijkt naar krimpmodellen kunnen we veel opsteken van bijvoorbeeld protestantse minderheidskerken in Frankrijk, die een langere traditie hebben van kerkelijke samenwerking op lokaal vlak. Als we kijken naar pionierswerk valt er het nodige te leren van de Engelse kerk. En als we ons richten op de publieke zichtbaarheid van de kerken in de samenleving kunnen we in Duitsland en in Scandinavië het nodige opsteken.

Hoe lang ben je classispredikant geweest?

Antwoord: Acht jaar. Ik ben in 2018 begonnen als eerste classispredikant voor Overijssel-Flevoland en ik vind het boeiend om het stokje nu door te geven aan mijn opvolger, die vanaf 1 augustus aan het werk gaat.

Wat zie je als je belangrijkste bijdrage aan de ontwikkelingen van de kerk?

Antwoord:
Oei. Die vraag klinkt behoorlijk aanmatigend. Ik vind juist dat we als kerk goed bezig zijn in de manier waarop we het collectief leiderschap via de ambtelijke vergadering hebben georganiseerd. Wat mij betreft moet je iedere indruk van een bisschop of bijna-bisschop uitsluiten. Laat ik dus voorzichtig formuleren. Ik heb geprobeerd me in te zetten voor een kerk die extravert is, die kleur wil geven aan de samenleving. Het evangelie is bedoeld om op de standaard zichtbaar te zijn ter inspiratie voor alle mensen.

Je afscheid als classispredikant is tegelijk het afscheid van je fulltime-inzet voor kerk en samenleving. Wat heeft je werkzame periode jezelf gebracht?

Antwoord:
In het verlengde van wat ik hiervoor zei, denk ik dat ik zelf gemotiveerd ben door men werk bij de media; eerst bij een krant, later bij een uitgeverij.

Wat hoop je na 1 september te gaan doen?

Antwoord:
Ik wil me verder verdiepen in de theologie van Henk Vreekamp. Ik hoop daarover te publiceren. Ik blijf via deze website de ontwikkelingen in de kerk als geheel volgen. En ik blijf beschikbaar voor het leiden van kerkdiensten. Waar de kerk me kan gebruiken voor een project of een andere vorm van levitische arbeid wil ik proberen daar desgevraagd op in te gaan.

Je blijft dus gewoon als werker in de kerk actief?

Antwoord:
Ja, ik ga via de voordeur weg en blijf via de achterdeur binnenkomen. Maar niet voor het classicale werk als zodanig. Ik wil daarin mijn opvolger niet voor de voeten lopen. Die moet ruim baan hebben om die accenten te geven die nodig zijn om de kerk optimaal te kunnen dienen.

Foto onder: Klaas van der Kamp die het licht van Christus' aanwezigheid doorgeeft aan ds. Arie van der Maas, onlangs tijdens het kerkasiel in Kampen