Foto: Dr. Paul Schenderling in de Domkerk
Kansen voor Europa zich te onderscheiden als continent van kwaliteit
‘Ik ben me de afgelopen vier jaar meer Europeaan gaan voelen dan ooit te voren. Dat zal er ook wel mee te maken hebben, dat er druk op Europa is komen te staan’. Paul Schenderling was de hoofdspreker op de Europadag in de Domkerk te Utrecht op 8 mei 2026. Hem was gevraagd om de kansen onder woorden te brengen die ontstaan nu de economische en politieke verhoudingen in de wereld aan het verschuiven zijn. Paul Schenderling ging daarop in, vanuit zijn nieuwe boek ‘Continent van de kwaliteit – Hoe Europa een eigen economische koers kan voeren’.
Dr. Paul Schenderling is macro-econoom, werkte ooit voor Berenschot en geeft advies rond duurzame economie en brede welvaart. Op zijn visitekaartje noemt hij zichzelf: ‘senior adviseur Sufficieny econoom. schrijver & spreker medeoprichter Just Enough’. Hij vertelde dat hij in 2025 is gaan schrijven aan zijn boek. Directe aanleiding was het rapport van Mario Draghi. De voormalig president van de Europese Centrale Bank en premier van Italië waarschuwde voor een crisis in Europa door achterblijvende productiviteit, hoge energiekosten en gebrek aan innovatie. Hij riep op tot forse investeringen. ‘Het deed bij mij allerlei alarmbellen rinkelen’, vertelde Paul Schenderling. Het is een enge manier, zei hij, als we standaarden loslaten en zelfs de ecologische ambities zouden loslaten om in 2050 geen broeikasgassen meer uit te stoten. ‘Europa is zijn ziel aan het verkopen’.
Schenderling stelde vervolgens de vraag aan de orde, wat de ziel van Europa is. Hij noemde de waarde van ‘zelfverbetering’ een kernbegrip voor het Europese denken. Europeanen geloven dat het leven altijd beter kan. Opvoeding, onderwijs en cultuur dragen daaraan bij. Dat besef heeft joodse, christelijke en humanistische wortels. Hij citeerde de Brits-Amerikaanse schrijver Aldous Huxley die benadrukt dat er vier fundamentele doeleinden zijn voor een zinvol leven en een gezonde samenleving: vrijheid, vrede, rechtvaardigheid en naastenliefde. Alle middelen in een samenleving zouden dienstbaar moeten zijn aan die vier doeleinden. Maar in de praktijk gaat dat vaak fout. Vooral doordat doelen en middelen door elkaar worden gehaald. Kolonialisme en racisme zijn pijnlijke illustraties van de verkeerde mix waar Europa de hand in heeft gehad. Om dat te voorkomen is er steeds kritische zelfreflectie nodig: Zetten we de intrinsieke waarden op één of toch stiekem de vermeerdering van middelen?
Schenderling introduceerde het begrip ‘hyperglobalisering’, een term die door de econoom Dani Rodrik van de Harvard Kennedy School gangbaar is geworden. Het is de doorgeschoten globalisering. Het gaat mis op het moment dat de democratische controle niet meer superieur is aan het vrije handelsverkeer. De handel is heilig verklaard boven het hanteren van de normen. We zijn producten gaan importeren zonder eisen te stellen aan de manier waarop het product tot stand is gekomen. We laten vragen achterwege over de milieuvriendelijkheid van de productie en de menswaardige behandeling van de arbeiders die het product hebben gemaakt.
Schenderling gaf voorbeelden van de ontsporingen die de laatste decennia hebben plaatsgevonden. Hij becijferde dat er buiten Nederland tien miljoen mensen aan het werk zijn zonder goede sociale voorzieningen om de achttien miljoen Nederlanders van goedkope producten en diensten te voorzien. Hij liet zien dat in Nederland zelf sinds 1980 de productiviteit per arbeider is verdubbeld, maar dat de lonen na een inflatiecorrectie nooit boven het niveau van 1980 zijn gekomen.
De econoom gaf een concreet voorbeeld van circulaire zonnepanelen die in Nederland worden gemaakt. Een ecologisch verantwoord nieuw product. Maar het bedrijf komt op de grens van faillissement omdat China het product namaakt en goedkoper op de markt brengt met staatssteun en uitbuiten van arbeidskrachten. Op zo’n moment moet de overheid ingrijpen, is de gedachte. Je ziet de ontsporing in de miljarden pakjes die vanuit China over heel Europa worden verspreid voor bodemprijzen. Alleen het transport doet 55 procent te niet van de milieu-investeringen die Europa doet. ‘Laten we voor kwaliteit kiezen boven kwantiteit’.
Trilemma
Schenderling geeft in zijn boek ‘Continent van de kwaliteit – Hoe Europa een eigen economische koers kan voeren’ naast een diagnose ook mogelijke oplossingen. Hij schetst daarin de keuzes die gemaakt moeten worden door drie begrippen in te voeren; hij spreekt daarbij zelf van een trilemma (een dilemma met drie begrippen). Het gaat om de begrippen ‘hyperglobalisering’, ‘sociale en ecologische wetten’ en ‘behoud van de Europese industrie’. Je kan maar twee van de drie begrippen echt recht doen; dat is het trilemma.
Kies je voor ‘hyperglobalisering’ en ‘sociale en ecologische wetten’ dan loop je het risico dat een aanzienlijk deel van de Europese industrie zal worden weggeconcurreerd.
Kies je voor ‘hyperglobalisering’ en ‘behoud Europese industrie’ dan moet je de standaarden verlagen en dat gaat ten kosten van kwaliteit van leven.
Kies je voor ‘sociale ecologische wetten’ en ‘Europese industrie’ dan blijft economie en sociale kwaliteit overeind. Die derde weg komt in het publieke debat nog te weinig naar voren, stelde dr. Schenderling. Als je voor deze weg kiest, moet je actief handelsbeleid durven voeren om de hyperglobalisering tegen te gaan.
Vanuit de derde weg tekende Schenderling een nieuw huis voor Europa. De economie dient daarbij de doeleinden van het leven. Dat kan, als je aan de grenzen je beleid concreet durft vertalen en optreedt tegen import van producten dat over de ruggen van mensen of over de rug van de ecologie tot stand is gekomen.
Zoals Europa een concreet plafond heeft ingesteld over CFK-gassen zou men ook eisen mogen stellen aan de productie van middelen die men in Europa op de markt brengt op andere terreinen. ‘In plaats van het verlangen meer producten op de markt te brengen, moet men eisen durven stellen aan de kwaliteit van de producten’. Hij pleitte voor een ecologisch plafond en voor een eerlijker betaling van praktisch opgeleide mensen.
Ondernemers zouden daarop kunnen inspelen door niet te opereren vanuit ‘efficiëncy’, maar vanuit ‘sufficiëncy’. Bij sufficiëncy ga je uit van wederkerigheid, waardigheid voor alle schakels in een productieketen. Consumenten en burgers kunnen daar op inspelen. ‘Kies voor eerlijke, duurzame producten’ en ‘word ambassadeur van andere toekomstgerichte coalities’.
Reacties
De organisatie liet bij monde van gastvrouw Manuela Kalsky, hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek, vier mensen uit verschillende sectoren reageren op het verhaal. Drs. Rachel Heijne van de branchevereniging Kringloop Nederland, vertegenwoordigster van 18.000 personeelsleden in deze sector, vertelde over de ervaringen waarbij men producten een nieuwe kans geeft en ook in het personeelsbeleid mikt op een inclusieve samenleving door mensen aan te stellen die minder snel elders werk vinden. Ze vroeg de Nederlandse overheid het hoge BTW-tarief op gerecyclede goederen af te schaffen. Europa heeft dat mogelijk gemaakt met een speciale regeling, verschillende landen hebben dat doorgevoerd. Het onderliggende idee is, dat er al eerder BTW is betaald over de goederen, toen ze als nieuw werden aangeboden.
Martijn Iwaarden, adviseur Public Affairs van branchevereniging Techniek Nederland, reageerde met de bril op van de leden die er voor zorgen dat producten langer in gebruik blijven. Hij stak positief in en vertelde dat er al heel veel geregeld is in Europa. ‘Europa heeft veel macht en we moeten die gebruiken’. Hij noemde als concrete consequentie het uitbouwen van het toezicht aan de grenzen. Want de regels voor kwaliteit zijn er wel, maar ze worden amper gehandhaafd.
Justin Hermsen, student en coördinator voor studievereniging Perikles van de opleiding bestuurs- en organisatiewetenschap, gaf een perspectief van zijn generatie. Hij benoemde het risico dat de kritische benadering puur vanuit een bovenlaag van de bevolking komt. Hij sloot aan bij werk van Mark Bovens die op dat risico wijst en spreekt over een ‘diplomademocratie’. Juist mensen met minder diploma’s houden op een praktische manier de samenleving draaiende en worden niet gehoord of gezien. Ze zijn vooral boos, omdat ze geen grip op de ontwikkelingen hebben. ‘De waardeneconomie moet daarom niet alleen iets zijn van de beleidsmakers’, aldus Hermsen, ‘maar herkenbaar zijn voor alle mensen’.
Gijs de Kruif, gedeputeerde van de provincie Utrecht, legde uit dat de insteek van Schenderling ook herkenbaar is voor het landbouwbeleid in zijn provincie. Er zijn honderden miljoenen uitgetrokken om ontspoord landbouwbeleid bij te stellen richting natuurherstel en balans naar import.
Schenderling herkende de vier verhalen als verdere uitwerkingen van zijn betoog. Hij reageerde onder meer met opmerkingen als: ‘Import is vaak kunstmatig goedkoop’, ‘Ik heb veel Europese wetten gelezen en de inhoud heeft me verrast. Zo is er een wet die eist dat producten tenminste twee jaar moeten meegaan. De regels zijn er. Maar ze worden onvoldoende getoetst’, ‘Ik ben het eens met de gedachte dat je praktisch werkende mensen niet alleen materieel moet belonen, maar ook immaterieel’, en in antwoord op vragen vanuit de zaal: ‘Ik pleit niet voor protectionisme op zich, maar voor een eerlijk speelveld met een eerlijke doorrekening van kosten’, en: ‘Je kunt andere landen daarin meenemen. Landen als Bangladesh, India en Pakistan hebben altijd een hoogwaardige textielproductie gehad. De norm is verlaagd, omdat wij om laagwaardig textiel vragen. Als we hen zouden aanspreken op kwaliteit, zouden ze dat maar wat graag leveren’.
Het is onontkoombaar dat we in Europa kiezen, aldus Schenderling. Op dit moment verdwijnen er in Duitsland maandelijks duizenden banen uit de industriële sector. De praktijk maakt al keuzes. Het is van belang die keuzes te sturen naar een continent dat kiest voor kwaliteit.
Prof. dr. Manuela Kalsky als moderator in de Domkerk
Op het podium achter Manuela Kalsky: Justin Hermsen (allen zijn blauwe trui is zichtbaar), mr. Gijs de Kruif, drs. Rachel Heijne en Martijn Iwaarden
Casual talk tussen Rachel Heijne en Paul Schenderling
Frans de Wolff, initiatiefnemer van de ontmoeting, bereidt de beeldpresentatie voor
Gasten kwamen van heinde en ver; rechts in het gezicht Rudolf Scheltinga, pastoor van de oud-katholieke parochies Amersfoort op 't Zand en Arnhem/Nijmegen; links in het gezicht Henk Korff, betrokken bij de Anglicaanse Kerk
Opruimen na afloop; links Justin Hermsen, de man die op de podiumfoto alleen zichtbaar was met de blauwe trui