Een theologische invalshoek bij de coronacrisis

bijdrage Wilbert Dekker

Dit verhaal wil ik maar heel gewoon beginnen met mijn eigen ervaring van de afgelopen tijd. Toen we nog heel in het begin van de Coronacrisis zaten, vlak na de beruchte persconferentie van 12 maart zeg maar, had ik al het gevoel dat ik dit eerder had meegemaakt. Ik probeerde dat gevoel te verkennen, en ik begreep opeens dat ik zelf óók al een soort persoonlijke lockdown heb meegemaakt, namelijk in de winter van 2016-2017. Ik was namelijk van mijn fiets gevallen omdat mijn zoontje zijn voet tussen de spaken had gekregen. En in een poging om hem op te vangen brak ik mijn schouder. De breuk was zó gecompliceerd dat de arts mij niet eens wilde opereren. Het moest met een aantal weken volstrekte rust genezen. Uiteindelijk ben ik toen ruim drie maanden uit het arbeidsproces geweest. Het goede nieuws is dat, boven alle verwachting, mijn schouder na 9 maanden weer voor 100% hersteld was.

Maar goed, ik zat dus een aantal weken thuis. We waren net de adventsperiode ingegaan. En ik verheugde me op het vieren van het kerstfeest. Maar die kerstdagen zat ik thuis, en luisterde daar in mijn eentje de dienst via internet, terwijl de rest van mijn gezin in de kerk zat. Het was een vreemde tijd.


Natuurlijk liggen de verschillen met de Coronatijd van nu voor het oprapen. Dat begrijpt iedereen. Maar dat ik in de tijd van mijn schouderbreuk al veel heb gereflecteerd op wat zo’n crisis met mijn geloofsleven, mijn spiritualiteit doet. Dat kwam in de Coronatijd allemaal weer boven.


Eén van de dingen die ik in mijn isolement van drie jaar geleden leerde, is om niet te snel naar antwoorden te grijpen. Het is evident dat er vragen zijn. Waarom ik? Waarom nu? Waar heb ik dit aan verdiend? Ik merkte dat ik geen antwoorden op die vragen had, omdat ik niets kón met de antwoorden die zich aandienden.


Is het een straf van God? Wie weet. Maar waarvoor dan? Moet je het zien als een oefening? Nou, ik leer zeker geduld oefenen, pijn verdragen. Maar dan nog is me duidelijk waarom ik dat op dit moment nodig zou hebben.


In de tijd van mijn ziekteverlof las ik meerdere boeken. Eén ervan vond ik heel aangrijpend en ook ingrijpend. Het is vertaald als Mintijteer, misschien ken je het wel. Het is eigenlijk een confrontatie tussen geloof en atheïsme in romanvorm, waarbij het er ook om gaat welke plaats het lijden heeft in ons leven. Nu is de Nederlandse titel behoorlijk raadselachtig. Maar ik schrok me een hoedje toen ik de oorspronkelijke Duitse titel las: “Gott braucht dich nicht”. Daar zat ik dan, uitgerangeerd in de kerstdagen, vleugellam, in mijn eentje. En dan ook nog horen: God heeft jou niet nodig.


En toch was dat een begin van mijn spirituele genezing. God had mij die kerstdagen niet nodig om het evangelie te verkondigen. Dat ging ook zonder mij wel door. God heeft in deze Coronacrisis al onze goedbedoelde adviezen en maatregelen niet nodig. Zijn werk gaat tóch wel door, hoe dan ook.


Nu, in deze Coronacrisis herken ik bij mezelf dezelfde afkeer die ik toen ook had. Afkeer van een spiritualiteit die denkt dat wij mensen alle antwoorden wel hebben. Ik kan er eerlijk gezegd niet goed tegen. Natuurlijk is het de eerste reflex bij een crisis om op zoek te gaan naar antwoorden op de vragen die zich onmiskenbaar aan je opdringen. Maar welk antwoord snijdt hout?

Is de Coronacrisis een straf van God? Ja maar, waarvoor dan? Voor welke zonde? Wat gaat er dan concreet mis? Is de Coronacrisis een teken van de eindtijd? Ja maar hallo, we zitten sinds de Hemelvaart van Christus al in de eindtijd. En er zijn nog veel grotere rampen dan deze over de wereld getrokken. Dus ja, het is de eindtijd, maar daar zeg je ook weer niets mee. Is het Gods oproep dat we nu eindelijk eens inzien dat het huidige systeem niet houdbaar is en dat we ons gedrag moeten veranderen? Ja, maar hoe volgt het één uit het ander? En is dat niet uiteindelijk ook een uitvlucht om deze crisis maar te bezweren, alsof wij tóch aan de knoppen kunnen draaien? Als we nu maar duurzamer worden en minder kapitalistisch, dan overkomt ons dit niet meer? Ik geloof er eerlijk gezegd niets van.


En daarom heb ik in deze crisis ook in de videoboodschappen die ik voor mijn gemeenteleden op Facebook zette er steeds voor gepleit om niet voortijdig allemaal antwoorden te willen geven. We moeten de crisis niet willen bezweren. We moeten haar doorstaan. In het geloof dat we uiteindelijk zullen zeggen dat God toch ook nu met ons was. Dat is nu niet helder te zien. Dat laat zich ook niet afdwingen. God laat zich niet afdwingen. Als deze crisis Gods gelaat verhult, dan kunnen wij Hem niet dwingen zich tóch te laten zien. God is, om met C.S. Lewis en zijn Narnia te spreken, wel een leeuw, maar geen tamme. Het komt nu aan op stil zijn, volharden, het uithouden, ook als wij de antwoorden nu niet hebben. Wachten. Het is een spiritualiteit van de leegte, waarin God uiteindelijk zichzelf opnieuw zal openbaren.


In de tijd na mijn schouderongeluk, toen ik alweer aan het werk was, kwam ik het werk van de Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski tegen. Hij ontwikkelde de theorie van de ‘positieve desintegratie’. In mijn eigen woorden: het zijn juist de ontwortelende ervaringen die ervoor zorgen dat je groei doormaakt. Of omgekeerd: groei gaat niet zonder deze diep ingrijpende ervaringen, waarin je jezelf als het ware eerst kwijtraakt, om jezelf later opnieuw te vinden. Ik vind dat een hele barmhartige manier om naar jezelf en naar je medemens te kijken. Als mensen nu bij mij komen in pastorale nood, dan zeggen zij: ik maak een moeilijke tijd door. En dan hoor ik dat niet als een vraag om samen met hen naar die moeilijke tijd te kijken. Maar ik hoor dat als een vraag: help mij te groeien. Help mij om deze moeilijke tijd te gebruiken om mezelf opnieuw te leren kennen, en zo wellicht ook God op een nieuwe manier te kennen.


Daarom zou ik willen zeggen: ik zie deze Coronacrisis als een uitnodiging om God opnieuw te leren kennen. Maar dat laat zich niet afdwingen. Het is een spiritueel groeiproces. Het duurt even voordat God zich kennen láát, in deze nieuwe tijd. Laten we ons ervoor hoeden om als dominees te snel met antwoorden tevoorschijn te komen. En laten we samen met alle mensen om ons heen hopen op God, op de dag dat Hij zijn aangezicht weer zal tonen.


En om op de laatste vraag nog een antwoord te geven: ik geloof niet dat de rol van de pastor zo heel erg verandert door deze crisis. Zeker, alle beperkingen van de 1,5 meterkerk zijn heel lastig voor ons. Hoe kun je mensen nabij zijn, zonder fysiek té nabij te komen. Tegelijk is onze taak net als anders: zielzorg. Help mensen te groeien, door hen in verbinding te brengen of te houden met God en met de medemens.

Dat was het vooreerst. Bedankt!