Ds. Dirk van Keulen uit Rijssen heeft voor zijn eigen gemeente Open Hof een aantal artikelen geschreven voor het kerkblad en een bezinning voor een eredienst over het thema ‘De maaltijd van de Heer’. De teksten geven impliciet een verdieping aan het landelijke thema ‘Aan tafel!’ dat de gemeenten wordt aangereikt voor het seizoen 2021-2022. We geven hieronder de artikelen weer, waarin elementen zitten die ongetwijfeld voorgangers en andere ambtsdragers kunnen inspireren.


De maaltijd van de Heer


Alle predikanten binnen de Protestantse Kerk in Nederland moeten elk jaar een paar weken besteden aan nascholing. Daarvoor moeten zij een plan schrijven: welke cursussen wil je volgen aan de Protestantse Theologische Universiteit? Wat ga je daarnaast aan eigen studie doen?


Deze nascholing is bedoeld om je als predikant nader te verdiepen in iets wat raakt aan geloven en kerk-zijn. Zo ontwikkel je jezelf als predikant: je werkt aan verbreding en verdieping van je kennis en vaardigheden. Maar het is niet de bedoeling dat je dat alleen voor jezelf doet: het zou mooi zijn als de gemeente er ook door wordt verrijkt.


In het vorige nummer van het kerkblad hebben jullie kunnen lezen dat Astrid in de laatste week van september de training ‘Leren geloven in diaconaal handelen’ heeft gevolgd. Daar gaan we in de Open Hof vast iets van merken.


In mijn vorige gemeente Luttelgeest heb ik ook zo’n plan voor de nascholing geschreven. Het is besproken met classispredikant Klaas van der Kamp. De leden van de kerkenraad van de Open Hof hebben het ook onder ogen gehad.


Er is dit jaar nog niet van gekomen om aan de nascholing te werken. Dat betekent dat ik dit najaar er drie weken aan moet besteden – om te beginnen de laatste week van oktober. Daarom is dit nummer van het kerkblad een goede gelegenheid om te vertellen wat ik ga doen.


Ik heb dit stukje de titel gegeven: ‘De maaltijd van de Heer’. Ik had ook kunnen schrijven: ‘Avondmaal’ of ‘Eucharistie’ (dat betekent: dankbaarheid, dankzegging).


De maaltijd van de Heer is belangrijk voor mij. Dat is niet altijd het geval geweest. Nee, oh nee: als kind had ik een grote hekel aan diensten met avondmaal. Later, in de jaren dat ik theologie studeerde in Amsterdam is dat veranderd. Ik kwam toen in een protestantse kerk, waar elke zondag brood en wijn werden gedeeld. Ik moest er even aan wennen. Maar al

spoedig kreeg het grote betekenis voor me. Met vreugde sloot ik me elke zondag aan in de bonte stoet van mensen die naar voren liep voor een stukje brood en een slokje druivensap (de wijn was voor iedereen vervangen door druivensap). Ik ging van de viering van het avondmaal houden – zozeer dat ik het mis als in een kerkdienst de maaltijd van de Heer niet

wordt gevierd.


Is die wekelijkse viering van de maaltijd van de Heer niet vreemd in de protestantse traditie? Op basis van wat we gewend zijn, zou je dat al snel denken. Toch is dat niet het geval! Voor Luther was de wekelijkse viering van de eucharistie niet meer dan normaal. En niemand minder dan Calvijn heeft in Genève ook geprobeerd vast te houden aan de wekelijkse viering

van het avondmaal. Anderen wilden dat niet. Zij hebben de overhand gekregen. Zo zijn we de wekelijkse viering kwijtgeraakt. Maar dat was volgens de eerste leiders van de Reformatie niet de bedoeling.


Als nascholingsopdracht ga ik me nader verdiepen in de viering van de maaltijd van de Heer. Hoe? Ik ga erover lezen. En wat ga ik lezen? Een driedelig boekwerk. De titel is: The Eucharist. Its Origins and Contexts. Sacred Meal, Communal Meal, Table Fellowship in Late Antiquity, Early Judaism, and Early Christianity.

 

Het is een paar jaar geleden (2017) verschenen. Het is heel omvangrijk. De drie delen tellen samen ongeveer 2200 pagina’s. Het geldt als een nieuw standaardwerk over de wortels van het avondmaal. De huidige stand van het onderzoek wordt door een lange reeks auteurs samengevat in artikelen, waarbij een groot aantal thema’s aan de orde komt:


– Deel 1 is gewijd aan Oude Testament, vroeg Jodendom en Nieuwe Testament. Dus: de bijbelse achtergronden. Dan gaat het niet alleen om de bekende instellingsverhalen uit de evangeliën. Er komt veel meer aan de orde.


– Deel 2 gaat over kerkvaders en afbeeldingen (iconografie). Hoe hebben kerkvaders als Ignatius, Justinus, Irenaeus, Tertullianus, Origenes, Ambrosius, Augustinus en vele anderen over het avondmaal gedacht?


– Deel 3 bevat studies naar gedachtegoed, tradities en gewoonten uit het Oude Nabije Oosten en de Grieks-Romeinse wereld en naar archeologische vondsten.

Zo worden de ontstaansgeschiedenis en vele achtergronden van het avondmaal vanuit talloze gezichtspunten belicht.


Ik denk dat ik er veel van zal leren. Ik ga vast en zeker meer begrijpen van de viering van de maaltijd van de Heer. En ik neem me voor jullie daar af en toe eens iets over te vertellen. Dat kan via een stukje in ons kerkblad. Als het past kan dat ook in een overweging tijdens de zondagse kerkdienst. En we zouden er ook weleens een avond aan kunnen wijden. Bij zo’n avond denk ik bijvoorbeeld aan een avond over afbeeldingen van de maaltijd van de Heer. Daar zijn er vele van. In het tweede deel van de drie boeken staat een groot stuk over afbeeldingen van de derde tot en met de zevende eeuw. Ik ben benieuwd het te lezen; en te kijken naar de daarbij gevoegde foto’s.


Na de zevende eeuw zijn er nog talloze nieuwe afbeeldingen gemaakt. De meesten van ons zullen de grote afbeelding van Leonardo da Vinci wel kennen: die lange tafel met Jezus in het midden; en links en rechts de leerlingen. Dat is de grote icoon van de maaltijd van de Heer. Maar er is veel meer. Laat ik er nu vast één laten zien.

Deze is gemaakt omstreeks het jaar 1425, waarschijnlijk in de omgeving van de Duitse plaats Keulen. Wie de schilder is weten we niet.


Anders dan bij Leonardo da Vinci zien we hier een ronde tafel. Er is veel te zien: hoe zitten Jezus en de leerlingen om de tafel? Wat gebeurt er? (de dynamiek, de communicatie) Wie ligt daar min of meer te slapen tegen Jezus aan? (dat is een beeld dat we ook op andere afbeeldingen zien) Wat ligt er op tafel? (meer dan brood en wijn!) Wat zegt dat over de betekenis van de maaltijd van de Heer? Of kan ik beter zeggen: betekenissen? Want het avondmaal laat zich niet in één betekenis opsluiten. Zulk soort vragen kun je bij elke afbeelding stellen.


De afbeelding die ik hier laat zien behoort niet tot mijn favorieten. Sterker: ik vind het eigenlijk een afschuwelijk beeld. Dat heeft met één detail te maken. Ik ga dat hier nu niet verklappen. Kijk eerst zelf maar eens. Als we een avond afbeeldingen kunnen kijken, zal ik uitleggen wat ik zo afschuwelijk vind aan deze afbeelding.

 

De maaltijd van de Heer (vervolg)

 

In het vorige nummer van ons kerkblad schreef ik een stukje over de maaltijd van de Heer. Ik sloot dat af met een oude afbeelding. Daarbij schreef ik dat de afbeelding niet tot mijn favorieten behoort; en ik zei het zelfs sterker: ik vind het een afschuwelijk beeld.

 

Afgelopen weken is me meer dan eens gevraagd wat ik zo afschuwelijk aan de afbeelding vind. Wat is er mis mee? Bij nader inzien had ik dat er beter gelijk bij kunnen vermelden. Daarom nu een kleine toelichting bij het schilderij.

 

Het is gemaakt omstreeks het jaar 1425, waarschijnlijk in de omgeving van de Duitse plaats Keulen. Wie de schilder is weten we niet.

We zien een ronde tafel. Die ronde vorm is uitdrukking van gemeenschap: de tafelgenoten horen bij elkaar. Dertien personen zijn er verzameld voor wat in het bijbelverhaal meestal het laatste avondmaal wordt genoemd. Twaalf van de dertien hebben een nimbus om het hoofd: een ronde kring, die aangeeft dat we met een ‘heilig’ iemand te maken hebben. Eén heeft met rode streepjes een kruisvorm in de nimbus. Daarmee is ieder misverstand uitgesloten: dat is Jezus.

 

Heel opvallend op het schilderij is de ene persoon die geen nimbus om het hoofd heeft. Hij lijkt een ietwat afgezonderde plaats aan tafel te hebben. Ook zal het geen toeval zijn, dat zijn plaats recht tegenover Jezus is. Zo hoeven we er niet lang over na te denken wie dat is: Judas. Het lijkt alsof hij volop aan het woord is, terwijl hij tegelijkertijd met de handen gebaren maakt.


Judas is gekleed in een helder geel gewaad met een riem om zijn middel. Aan de riem hangt zichtbaar een geldbuidel. Dat Judas in het geel is gekleed komen we vaker tegen op schilderijen uit diezelfde tijd en regio. De kleur geel is geen toeval, maar heeft een betekenis: geel staat bij Judas voor haat. Judas zou vervuld zijn van haat jegens Jezus. Daarom heeft hij ook een plaats recht tegenover Jezus.

Heel opvallend is ook zijn lichaamshouding. Judas kijkt zijn tafelgenoten niet aan. Zijn hoofd hangt helemaal achterover. Zijn neus steekt als hoogste punt omhoog. Die neus heeft typisch joodse trekken. Hoewel alle tafelgenoten tot het joodse volk behoorden, heeft niemand anders zo’n neus.

 

Het ontbreken van een nimbus, de ietwat afgezonderde plaats in de kring recht tegenover Jezus, het gele gewaad en de geldbuidel maken zichtbaar hoe negatief er tegen Judas werd aangekeken. Die negatieve kijk was wijdverbreid in de Middeleeuwen. Een ander treffend voorbeeld daarvan vinden we in De goddelijke komedie van Dante (1265-1321). Daarin komen we Judas tegen op het allerdiepste punt van de hel: daar bevindt zich Lucifer, de vorst van de duivels; en Judas wordt fijngemalen tussen de kaken van Lucifer, terwijl alleen zijn benen nog naar buiten steken.

 

De opvallend omhoog gestoken neus van Judas op het schilderij laat tevens zien dat de schilder er antisemitische ideeën op nahield. Ook daarin stond hij zeker niet alleen. In die tijd hoefde er maar weinig te gebeuren of dat antisemitisme leidde tot uitbarstingen van geweld. Pogroms waren aan de orde van de dag. Waar die antisemitische ideeën later in de geschiedenis toe hebben geleid hoef ik jullie niet te vertellen.

Zo snappen jullie nu wel, waarom ik dit een afschuwelijk schilderij vind.