Foto: Mgr. Gerard de Korte in gesprek met de classispredikanten

Herkenning PKN en RKK


Er is veel publiciteit geweest rond kerkreorganisaties. De indruk bestaat dat diverse bisdommen en kerkgenootschappen er heel verschillend mee omgaan. En toch als je preciezer kijkt, zijn er veel parallellen te trekken. De classispredikanten van de Protestantse Kerk maakten de vergelijking samen met Gerard de Korte, bisschop van het bisdom Den Bosch, op woensdag 4 oktober.

In het bisdom Den Bosch zijn 230 geloofsgemeenschappen ondergebracht binnen ruim 60 fusieparochies. In zo’n fusieparochie is er één bestuur, er zijn diverse parochies met weer eigen locatieraden. Het pastorale team is aan het bestuur gekoppeld. De rechtspersoon hangt aan het cluster en per fusieparochie mag men zelf beoordelen of alle gebouwen openblijven. Als er een besluit wordt genomen om een gebouw te sluiten is er nog beroep mogelijk op Rome. Een enkele keer wordt zo’n beroep gehonoreerd. Oosterwijk is daar een voorbeeld van. Daar zijn twee kerkgebouwen; elk kerkgebouw heeft ruimte voor 800 gelovigen; op zondag zitten er in elke kerk 100 parochianen en er is voldoende vermogen. Bij zo’n plaatje oordeelde Rome is het niet nodig een kerk af te stoten.

De Korte heeft destijds als bisschop van het bisdom Groningen op een zelfde manier gewerkt. Hij heeft de parochiebesturen ruimte gegeven om zelf beslissingen te nemen. Hij stelde een datum van vijf jaar waarin keuzes moesten worden gemaakt. Een plaats als Franeker koos er zelf voor, om vooraan in het traject te werken; andere plaatsen kozen andere routes.

In het gesprek was duidelijk het plaatje uiteindelijk zeer vergelijkbaar is met fusiegemeenten in de Protestantse Kerk, zoals ze in classes als Brabant/Limburg/Waalse gemeenten en Groningen/Drenthe te vinden zijn. Ook de voorstellen die vanuit de classis Overijssel-Flevoland zijn voorgelegd aan gemeenten in de Kop van Overijssel tonen veel overeenkomst met de geschetste lijnen. De overgangen in het bisdom Den Bosch worden begeleid door twee opbouwwerkers, die in dienst zijn van het bisdom. Er is een besef dat het van een handtekening onder de fusie naar een implementatie van de consequenties nodig is nog een heel proces te lopen.

De Rooms-Katholieke Kerk heeft überhaupt gekozen voor een meer decentrale inzet van begeleiders. De formatie hangt grotendeels aan de diverse bisdommen en niet aan de kerkprovincie Nederland. De kerkprovincie heeft slechts enkele formatieplaatsen met onder juristen en economen. Zij verhuizen binnenkort van Utrecht naar Baarn. Zoals bekend heeft de PKN juist de formatie samengetrokken in de ene landelijke organisatie, die te vinden is in de dienstenorganisatie te Utrecht.

Het gesprek met mgr. Gerard de Korte viel toevalligerwijs samen met de start van de synodale bijeenkomst in Rome, waar mgr. Ted Hoogenboom de Nederlandse kerkprovincie vertegenwoordigt. Deze synode vindt een vervolg in 2024 en ordent informatie die vanuit parochies over de hele wereld zijn ingezameld. De belangrijkste thema’s zijn: communio (de kerk als gemeenschap), participatio (de inzet van parochianen vanuit het doopsel, vormsel en eucharistie) en de missio (het uitdragen van je geloofsovertuiging). De Korte noemt het opmerkelijk dat andere kerken bij de ceremoniële opening een rol speelden. Je moet je voorstellen dat niet-katholieken samen bidden voor het welslagen van een synode van de Rooms-Katholieke Kerk. Ook iemand als Bernd Wallet, zoon van de protestantse ds. Barend Wallet (secretaris Samen op Weg) en zelf bisschop van Utrecht voor de Oud-Katholieke Kerk was prominent in beeld bij de gebeden vanuit Rome.

Classispredikanten en bisschop spraken verder over de teruggang in leden. Onder de kerkcrisis, zo stelde men, zit een geloofscrisis, crisis rond de Godsvraag. De crisis in de overdracht van het geloof is al begonnen in de jaren zestig. In de jaren zeventig en tachtig zette het stevig door. Beide kerken geven aandacht aan alfa-cursussen, aan catechese. In het Rooms-Katholieke bisdom Den Bosch krijgen inmiddels 25 parochies steun bij het begeleiden van jonge mensen.

Bisschop en classispredikanten herkenden veel in elkaars werk. Het gaat dan om taken als die van leraar, bruggenbouwer, brandweerman, bestuurder/manager. Er zijn ook verschillen. Een rooms-katholieke bisschop heeft een meer liturgische verantwoordelijkheid en is altijd betrokken bij de wijding van nieuwe geestelijken. Het onderzoek van Carlo van Dijk wees uit dat overigens nogal wat predikanten – net als de bisschop – er zelf voor kiezen op diverse plaatsen in de eigen regio voor te gaan. Maar een vanzelfsprekende taak bij de intrede van bijvoorbeeld aantredende nieuwe predikanten is er in de PKN niet. Bij de rol van de bisschop die inwijdt hoort q.q. de zorgtaak naar de pastores die hij wijdt.

Een ander belangrijk verschil is te vinden in de Mariadevotie. Mgr. Gerard de Korte noemde de honderdduizenden waxine-lichtjes die in de maand mei en de maand oktober bij de beelden van Maria worden ontstoken. Hij noemde het belangrijk Maria te zien als een persoon die naar Christus leidt. De volksvroomheid haakt daar op in. Gilden spelen een rol, er zijn processies. Een dergelijke inbedding in de cultuur draagt bij aan een verbondenheid met de kerk.

‘Frappant dat we tegen dezelfde dingen aanlopen’, vatte een van de classispredikanten samen.


Mgr. Gerard de Korte in gesprek met Marjolein Willemsen van de dienstenorganisatie

Samen rond de tafel