Pastor in ambtsrapport geeft structuur aan kerk toekomst

Er zijn 83 kerkelijke werkers expliciet en zo'n 65 kerkelijke werkers in Nederland impliciet die ook een bevoegdheid hebben om sacramenten te bedienen. De werkgroep ambt in de Protestantse Kerk stond vanaf het begin helder voor ogen dat deze kerkelijke werkers en de mensen met een preekbevoegdheid in een duidelijke regeling zouden moeten komen. Niets doen was geen optie.

Woorden van een dergelijke strekking bracht prof. dr. Leo Koffeman naar voren tijdens een digitale classicale vergadering van de classis Overijssel-Flevoland op 8 juni. Leo Koffeman ging vanuit Amersfoort in op het rapport ‘Geroepen en gezonden’, dat op 11 juni in de generale synode aan de orde komt. Hij stelde dat er twee uitdagingen lagen: een vragen om een ambtsvisie en een vraag om allerlei praktische problemen die zijn ontstaan door de introductie van pioniers en kerkelijke werkers op te lossen.

De denklijn zet theologisch in vanuit de gedachte van de missio Dei, aldus Koffeman. Er is een beweging van God naar de wereld toe. De kerk is geen doel in zichzelf. De kerk is een middel in Gods hand om de wereld aan te spreken. De kerk is daarmee tot op zekere hoogte vrucht, en zeker ook instrument. De missio Dei krijgt gestalte in de openbare dienst van Woord en Sacrament. De ambtsopvatting die daaruit voortvloeit heeft oecumenische wortels, meent Leo Koffeman. Hij herkent impulsen vanuit Faith and Order en vanuit de protestantse internationale oecumene. De kerk is daar te vinden waar Woord en Sacrament worden bediend.

Het ambt van dienaar des Woords kent daarbij twee gestalten: die van de pastor en die van de predikant. De dienaar komt naar de gemeente toe, vanuit het geheel van de kerk. Daarin verschilt deze van de twee andere ambten, die van ouderling en die van diaken. Ds. Jan Droogendijk (Vroomshoop) vroeg tijdens de classicale ontmoeting door op dit punt. Als gereformeerd predikant, zo stelde hij, zie ik mijn roeping allereerst als een dienst aan de plaatselijke gemeente. Leo Koffeman stelde daar tegenover dat geen enkele gemeente kan beroepen als iemand niet beschikbaar is gesteld vanuit het geheel van het kerkverband. Een predikant komt eigenlijk altijd van elders. En met de titel van een oude rubriek in het dagblad Trouw noemde Leo Koffeman de dienaar des Woords ‘een voorbijganger’. Dat is anders dan de ouderling en de diaken die allereerst plaatselijk gemeentelid zijn en vanuit de gemeente zelf tot het ambt worden geroepen.

Ds. Wilbert Dekker (Kampen) toonde zich enthousiast over het rapport. Geroepen en gezonden biedt precies de ruimte voor inzet in de kerk die in deze tijd nodig is, meent hij. Hij noemde het positief dat het ambt ingevuld wordt vanuit de teamvorming. Koffeman wees er op dat dit onderdeel sterker dan tot nu toe is doorontwikkeld. De predikant en de pastor vormen samen onderdeel van een team en de één vult de ander aan. Een zekere hiërarchie zou men kunnen zien in het verschil qua taak, maar men moet dat ook weer niet te strak neerzetten. De pastor is evenwel vooral degene die binnen het frame van de lokale gemeente een taak uitvoert en de predikant heeft een bredere achtergrond en een bredere inzet. Leo Koffeman relativeerde het onderscheid, al liet hij merken de gevoeligheid te snappen, met een gereformeerde traditie die sinds 1571 in Emden waakt om te voorkomen dat het ene ambt over het andere ambt zou heersen.

Ds. Jan Dirk Wassenaar (Hellendoorn) die al eerder publiceerde over het onderscheid tussen de predikant maior en de predikant minor vroeg tijdens de vergadering door op de terughoudendheid waarmee het preekconsent aan een kerkelijk werker wordt verleend. Leo Koffeman beaamde dat en stelde dat bij de introductie van een dienaar des Woords met een eenjarige universitaire opleiding, die preek- en sacramentsbevoegdheid krijgt, er geen noodzaak is om anderen nog uitputtend met consenten te overladen.

Ds. Klaas van der Kamp vroeg of er nog alternatieven waren overwogen voor de pastor en hij wilde weten welke taak het breed moderamen van de classicale vergadering in de eindtermen krijgt. Leo Koffeman gaf aan dat men het ambtsrapport in nauw overleg met de gemeenten tot stand heeft gebracht en dat men hoe dan ook een betere regeling wilde die allerlei nieuwe taken en functies  in een kader plaatste. Het breed moderamen krijgt daardoor een integrale bevoegdheid om niet alleen de aanstelling van de predikanten te begeleiden, maar ook die van pastores en anderen. Vooral de ontwikkeling van het team van pastores zal daarbij extra accent krijgen.

Koffeman hoopt dat er in de generale synode draagvlak zal zijn voor de theologie onder het rapport en dat er diverse commissies zullen komen die voor een nadere uitwerking zorgen.

Verkiezingen

De classicale vergadering stemde in met de vorming van een werkgroep Verkiezingen vanuit de classicale vergadering. Deze zal een sturende rol krijgen bij het invullen van vacatures, zodat ook rekening gehouden kan worden met diversiteit van regio, gender en leeftijd. De vergadering benoemde ds. Rianne Veenstra uit Almere als secundus-afgevaardigde naar de generale synode. Ds. Remko Veldman (Balkbrug) en de heer Wim Bouwhuis uit Hellendoorn werden benoemd als lid van de classicale werkgroep Kerk en Israël.

De vergadering stelde de jaarrekening 2020 vast; geen spannende opstelling van cijfers omdat er door de coronacrisis weinig kosten waren gemaakt. Enkele aanvullende reacties waren er bij de consideraties rond ordinantie 3.13 en 3.23. Het gaat om de introductie van een zzp-er, die als geestelijk verzorger buiten de kerkelijke structuur om werk verricht in de gemeente. Enkele consideraties hadden een kritische toon. De vergadering sprak over de vraag hoe stevig die kritiek moet worden aangezet richting de generale synode. Het jaarverslag van het classicaal college van visitatoren kwam aan de orde en gaf een beeld van de vragen waar de visitatoren in de tijd van corona voor zijn komen te staan.

Diverse vertegenwoordigers vertelden hoe de kerkenraad in hun gemeente het complete kerkelijke werk denkt op te pakken nu er meer ruimte komt voor kerkelijke samenkomsten. In Zwartsluis overweegt men een dankdienst te houden met veel zang. In Wierden komt zoiets als een gezamenlijke dienst op het recreatiegebied 't Lageveld. En in Hardenberg komt er in een van de wijken een baalfestival waarin men samenwerkt met buurtorganisaties. 

Foto: prof. dr. Leo Koffeman