Theologisch gesprek over corona

Hoe spreken we in de kerk over de coronacrisis? Welke theologische duiding kunnen we geven aan de coronapandemie? Over die vragen sprak de werkgemeenschap Kampen op 19 november in IJsselmuiden.

Er lagen twee boekjes op tafel. Een uitgave van de Amerikaan John Piper (‘Coronavirus en Christus’). En een uitgave van de Engelse Tom Wright (‘God en de pandemie. Een theologische reflectie op het coronavirus en wat volgt’). Twee predikanten gaven een korte inleiding in het denken van de Angelsaksische theologen.

John Piper

Ds. Jan Geerts uit Zalk ging in op het boek van John Piper. De Amerikaan zet in bij de soevereiniteit van God. Hij houdt de wereld tot in het detail in Zijn hand. Er is niets wat aan Zijn aandacht ontsnapt. Dat geldt positieve zaken, en het geldt negatieve zaken. We spreken dan met de Heidelberger Catechismus zondag 10 over Gods voorzienigheid. De soevereine God Die het virus zou kunnen stoppen en dat niet doet, is dezelfde God Die de ziel te midden van het virus ondersteunt.

Piper kan daaruit enigszins cru de consequenties trekken,  maar is wel duidelijk. Hij stelt dat het coronavirus door God is gestuurd. God heeft het coronavirus gewild en zal er op Zijn tijd een einde aan maken. ‘De soevereiniteit die het leven neemt, is dezelfde soevereiniteit die de dood heeft overwonnen en gelovigen thuisbrengt’.

Je kunt vervolgens de vraag stellen wat Gods plan is met het coronavirus. Piper beperkt zich tot een zestal antwoorden.

1. Het coronavirus laat allereerst zien hoe huiveringwekkend en moreel verwerpelijk de zonde tegen God is. In het coronavirus gaat er een oordeel over deze wereld.
2. Voor sommige mensen is de besmetting zelfs een gericht oordeel, een straf op hun concrete zondige leven.
3. Door het coronavirus schudt God een ieder van ons wakker.
4. De ramp is een oproep van God om ons te bekeren.
5. God roept door het coronavirus mensen op om goede werken te doen.
6. God maakt christenen los van deze wereld door het coronavirus.

Tom Wright

Tom Wright is een publicist die in zijn boek zich eerst afzet tegen Grieks denken. Hij wil voorkomen dat men vanuit een Stoïcijnse bril of een Epicurische bril, legde ds. Wilbert Dekker uit, een duiding geven van het coronavirus. Wright is niet zozeer geïnteresseerd in de duiding als wel in het handelen wat volgt op de coronacrisis. Wright begint zijn duiding bij het Oude Testament. Hij ziet er twee lijnen in.

1. God gaat een verbond aan met Zijn volk en zoekt door de zonde heen steeds weer naar een nieuw begin.
2. Er is een onbegrijpelijke lijn van het kwaad, dat mensen overkomt buiten het schema van zonde-oordeel-genade.

Wright ziet in het Nieuwe Testament dat Jezus niet achterom kijkt bij de problemen om een oorzaak van het kwaad te vinden. Hij kijkt vooruit om te zien wat God gaat doen in de toekomst. De Bijbel nodigt christenen uit om evenzeer vooruit te kijken. Mensen hebben deel aan het zuchten van de schepping en ze worden als het ware opgenomen in de triniteit. Ze delen in de natuur van God zelf, die zucht onder de moeite die mensen in de schepping ervaren. Mensen lijden net als God mee en worden uitgenodigd tot handelen. ‘De christenen zijn voor de wereld wat Jezus voor Israël is geweest’, zegt Wright. We hoeven niet roekeloos te zijn, maar ook niet afzijdig te blijven.

Romeinen 8

Paulus spreekt in Romeinen 8 over het gezamenlijk zuchten van de schepping en gezamenlijk in barensnood verkeren. De werkgemeenschap sprak over de vraag in hoeverre mensen daarbij deelhebben aan het werk van God. Is het werkelijk dat wij mee zuchten met Gods Geest. Of is het eerder dat de Geest ons helpt om een nieuwe werkelijkheid onder ogen te zien?

Op de achtergrond speelt mee, dat Piper en Wright vanuit een verschillend godsbeeld denken. Piper zet in op de eerste persoon van de triniteit en op Zijn soevereiniteit. Hij spreekt vanuit dat hoge goddelijke beeld over de mensen in categorieën van oordeel. Er is afstand. Wright zet in bij de derde persoon van de triniteit en krijgt daardoor meer raakvlakken met de mensen. Wright is pastoraal, zo zei één van de predikanten.

De Anglicaanse schrijver C.S. Lewis kwam naar voren, die in zijn boek Gods megafoon ingaat op de relatie tussen God en het lijden. Het is de vraag naar de theodicee, hoe God zich verhoudt tot pijn en verdriet. Wright, toch ook fan van Lewis, noemt in zijn boek de megafoon eenmaal. Maar het gaat dan niet om de relatie tot het kwaad, maar om mensen die zeggen wat ze eigenlijk toch al vonden en zo een duiding geven.

Wright zou Piper kunnen verwijten dat hij met zijn hang naar de soevereiniteit van God een stoïsch godsbegrip hanteert, zo zei één van de pastores. Hij zal Piper misschien verwijten bloedhond te zijn. Wright zoekt naar meer dynamiek in de verhouding van God en mensen. En hij vindt die door een aanloop te nemen in het Oude Testament. Rick Warren heeft ooit gewaarschuwd voor een massief spreken over de soevereiniteit van God. De openbaring loopt door.

Aan de andere kant is Wright zo open en pastoraal, maakt hij mensen tot medewerkers, dat je je afvraagt of je na het lezen van zijn boek toch niet met lege handen staat. Het ligt allemaal nog open.

Voorzienigheid

Het gesprek cirkelde daarbij om het begrip van de voorzienigheid. Jozef werd geciteerd die uitspreekt dat zijn ervaringen menselijk gezien moeizaam waren, maar God deed het ten goede keren. Augustinus zegt dan: ‘God is niet de bedenker van het kwaad, maar het kwaad gaat toch niet buiten Hem om’. Voetius maakt een onderscheid tussen een actieve en een passieve relatie. God heeft het niet zelf opgezet, Hij is passief, maar Hij blijft niet afzijdig als het kwaad zich aandient.

We bidden toch ook ‘Uw wil geschiede’, zo zei één van de pastores. Dat zou niet nodig zijn als de wil van God zich al volledig had gerealiseerd. Piper is dan wel erg stellig. ‘Het doet mij islamitisch aan’, zo zocht één van de deelnemers naar woorden, ‘het is heel stellig in het benoemen van de wil van God’.

Een andere dominee bracht een culturele vertaalslag in bij het theologische debat. Hij zag verschil tussen het Angelsaksische model en het Rijnlandse model. In het Rijnlandse model denk je minder centralistisch vanuit een CIO. Er is ruimte voor een genuanceerdere lijn.

Ds. Wilbert Dekker (Kampen) stelde de vraag terug naar de praktijk in de gemeente. Hoeveel gemeenteleden spreken ons aan op een theologische duiding? wilde hij weten. De ervaringen waren heel verschillend. Sommige pastores hadden bij huisbezoeken discussies gevoerd over de manier waarop God in de coronacrisis aanwezig is. Anderen bespeurden weinig animo voor het thema. ‘Misschien is het ook wel de vraag in hoeverre je zelf dergelijke thema’s wilt aansnijden’, zei een oudere pastor. ‘Wat je er in stopt, komt er weer uit’.

Ds. Klaas van der Kamp vertelde dat enkele classispredikanten werken aan een theologische bezinning over de coronacrisis. Onder de titel ‘Als het leven kantelt’ komen zo’n twaalf meditaties beschikbaar, opgezet vanuit de Psalmen en ingedeeld naar drie personen van de triniteit. Doel daarvan is het theologische gesprek, je mag ook zeggen het geloofsgesprek, in de breedte van de kerk te bevorderen.

Verloren penning

Ds. Martin  van Dam (IJsselmuiden) opende de bijeenkomst met een bezinning op Lucas 15: 1-10. Hij las onder meer de gelijkenis van de tien penningen. De gelijkenis staat in de context van twee andere gelijkenissen: het verloren schaap en de verloren zoon. Hij legde uit hoe de penning verschilt van de zoon (die schuld belijdt) en het schaap (dat in ieder geval zelf pootjes heeft). Een penning is niet meer dan een penning. Het was misschien op de rand van de tafel gelegd door de vrouw en daardoor zoekgeraakt. Je kan de vraag stellen of ze goed op de penning heeft gepast. Als Jezus het verhaal vertelt, spreekt Hij met de Farizeeërs. Veel mensen redden het niet in hun tijd. De lat ligt ook wel erg hoog. Jezus stelt met de gelijkenis impliciet de vraag: ‘Hebben jullie als geestelijke leidslieden wel goed op de mensen gepast?’ De inleider trok de lijn door naar de huidige coronacrisis: Passen we als gemeenteleden voldoende op elkaar?

Foto boven: ds. Martin van Dam, gastheer van de werkgemeenschap

Ds. Taeke Veenstra (links) en ds. Jan Geerts (rechts)