Foto: Staande Theo van Remundt (auteur van het Groot Bijbels Namenboek) met naast hem Henny, vrouw uit het publiek die een quiz over Bijbelse namen won en daarom een exemplaar van het boek als beloning kreeg 

Tien keer meer mannen in de Bijbel dan vrouwen


Hoe ben je er ooit toe gekomen om Bijbelse namen te verzamelen? Die voor de hand liggende vraag stelde Rolf Deen, ooit werkzaam voor KRO en voor de Rooms-Katholieke Kerkprovincie, aan Theo van Remundt, schrijver van ‘Het Groot Bijbels Namenboek’. Theo vertelde dat hij ooit getuige was van een pastoor die bij de eerste communie namen noemde van kinderen en daar wat klungelachtig uitleg bij gaf. ‘Dat moet beter kunnen’, dacht ik, ‘en daarom ben ik vooruit gaan schrijven. Ik merkte dat mensen het leuk vonden. En daarom ben ik gaan bundelen’.

 ‘Het is een kwestie van lang doorgaan’, vertelde Theo van Remundt bij de presentatie van zijn boek in de Abdij Koningsoord te Oosterbeek. Het perspectief om de revenuen ten goede te laten komen aan Artsen zonder Grenzen had hem ook gestimuleerd. ‘Nu levert mijn werk nog niet zoveel op, misschien, maar ik hoop dat de uitgave actueel blijft en al met al wat extra’s aanreikt aan Artsen zonder Grenzen’.

Ezra Caglar, die werkt als marketeer bij Artsen zonder Grenzen, sprak uit blij te zijn met de bijdrage. Artsen zonder Grenzen neemt geen geld aan van overheden of van farmaceutische bedrijven. Daarmee garandeert men de onafhankelijkheid. Het impliceert wel dat men meer dan andere organisaties afhankelijk is van donateurs. Artsen zonder Grenzen biedt help in pakweg tachtig landen en schroomt zich niet een kritisch geluid te laten horen als menselijk leven structureel in gevaar is. De organisatie bestaat inmiddels ruim vijftig jaar.

Klaas van der Kamp was gevraagd om iets te vertellen over ‘Verhalen achter Bijbelse namen’. Hieronder zijn tekst. Hij kreeg ook het eerste exemplaar overhandigd van het kloeke boek. Mensen die geïnteresseerd zijn kunnen het onder meer via bol.com aanschaffen en daarmee ook het werk van Artsen zonder Grenzen ondersteunen.

Verhalen achter de bijbelse namen


Iedere cultuur heeft een eigen omgang met namen. Ik ben opgegroeid op een boerderij. Vier generaties terug had iedere koe een eigen naam waaronder ze gekend werd. Als er een koe werd gekocht, die niet in het stamboek zat, kreeg de koe een eigen naam afgeleid van een familielid: een Jantsje, Stijntje of Klaasje. En soms kregen de koeien namen van het koninklijk huis: Wilhelmina, Juliana, Beatrix, Irene, Margriet, Christina. Ze werden gekend vanaf een schets. Het hele koninklijk huis stond bij ons op stal, kan je wel zeggen. Tegenwoordig worden de dieren vooral gekend door hun nummer in de computer.

Ik was verrast, toen ik gevraagd om te spreken bij de presentatie van het Groot Bijbels Namenboek. Theo volgde het advies op van Jos, zijn broer, met wie ik al jaren een bijzondere verstandhouding heb.

Theo deed me een groot plezier met de vraag. Want ik heb iets met namen, zeker met Bijbelse namen. Ik was van 2003 tot 2018 bijbeluitgever. En als zodanig gaf ik onder meer een mannenbijbel en een vrouwenbijbel uit. In elk van die bijbels zit een namenregister. Ik heb me actief met de samenstelling bemoeid. Ik kwam dingen op het spoor, waar me sinds 2003 nog nooit iemand naar gevraagd heeft. Ik prijs me gelukkig om vandaag in dit prachtige klooster er over te mogen vertellen.  

Vandaar de titel ‘Verhalen achter de bijbelse namen’. Ik beperk me tot drie thema’s:
1. Betekenisvolle namen.
2. Verlegenheid met namen.  
3. Goddelijke namen.  

Ik moet een voorafje plaatsen. Ik richt me op persoonsnamen. Theo zet breder in op namen van zaken en geografie. Hij maakt zelfs vergelijkingen met de Koran, met andere talen zoals Sanskrit, Frans, Tsjechisch, Perzisch, Spaans. Ik ben smaller. Mijn strakke focus wordt nog eens versterkt doordat ik protestant ben.  Protestanten hebben een dunnere bijbel dan rooms-katholieken, zoals u wellicht weet; we laten tien apocriefe boeken weg. Boeken als het gebed van Manasse, Wijsheid en Jezus Sirach.  

Zetten we in op het eerste thema:

1. Betekenisvolle namen

Namen hebben een betekenis. Ze geven je een identiteit en maken je aanspreekbaar. Ze zijn in zekere zin een paspoort voor allerlei situaties; zonder naam letterlijk geen toegang tot een vliegtuig of een computer. Soms valt de naam zelfs samen met het beroep, een zogenaamde aptoniem. De woordvoerder van de pilotenvakbond heet Benno Baksteen. De vogelwachter van de luchtmacht heet: Martin Vink. Henny de Haan is de voorzitter van de Nederlandse Pluimveehouders. En een uitvaarder in Enschede heet Edwin Kist.

We vinden namen belangrijk. Ik citeer een recent onderzoek in de kerk (Nieuw Kerkelijk Peil). De onderzoekers vroegen gemeenteleden (parochianen) om allerlei vragen in te vullen. Met de computer vogelden ze daarna uit wat mensen belangrijk vinden in een parochie. De belangrijkste conclusie? Mensen vinden het essentieel dat ze in een parochie met naam en toenaam gekend worden.  

Vandaar dat we jonge dominees adviseren om in een nieuwe gemeente mensen direct al met naam en toenaam aan te spreken. Hoe belangrijk dat is, weten mensen uit het onderwijs. Ik heb zelf drie jaar maatschappijleer gegeven. Ik ging een week voordat de lessen begonnen in de zomervakantie naar school. Ik bekeek pasfoto’s en leerde namen uit het hoofd. Want het werkt niet als je zegt: ‘Wil dat meisje met dat roodje truitje aan stil zijn’. Het moet zijn: ‘Stefanie stil’.

De overheid weet inmiddels ook hoe belangrijk het is burgers als mensen met een naam te blijven zien. Als je mensen reduceert tot een sofinummer kan je er op wachten of er staat iemand op als Pieter Omtzigt, die dat aan de kaak stelt.

Hoe zit dat in de Bijbel? Ook daar spreken namen voor zich. Alleen al de moeite die men doet om generaties vast te leggen. In Genesis, Kronieken en Mattëus vind je eindeloze geslachtsregisters.

Ik heb voor de mannen- en vrouwenbijbel ook gekeken naar het aantal persoonsnamen in de Bijbel. Enig idee hoeveel vrouwen met een naam zijn genoemd? 153 namen. En hoeveel mannen, denkt u? 1642. De vrouwen beginnen bij Abi, ‘mijn Vader is de Heere’ (de moeder van koning Hizka, 2 Kronieken 29: 1). Het eindigt bij Zippora (vrouw van Mozes), haar naam is een een onomatopee, het geluid valt samen met de betekenis: ‘zipzipzipzip’, vertaald als ‘vogeltje’ vanwege het tjilpende begin. De eerste man is Aäron (Ex. 4: 14). De laatste is Zurisaddai (Numeri 1: 6).

Ik stuitte op het belang van namen toen ik een Joodse uitgave van de bijbel, een diglot, wilde maken. David Lillienthal, de rabbijn die me zou begeleiden, stelde als voorwaarde dat alle namen in de christelijke bijbel zouden worden teruggezet naar het Hebreeuws. Dat gold bijbelboeken. Genesis moest weer gewoon ‘Bereshit’ heten. Het gold ook de persoonlijke namen. Mozes Moshe. Adam Adaam. Rebecca Rivka. En Maria u raadt het Mirjam. Namen zijn niet onschuldig.

Namen kunnen zoek raken. Hoe spannen de Joden zich in om de 6 miljoen Joden te herinneren door hun namen in Yad Vashiem levend te houden. Ramsey Nasr, zoon van een Palestijnse vader, stelde voor bij Khalid en Sophie, alle 6000 (nu al 9000) namen van overleden Palestijnen ergens in steen te beitelen en ze niet af te doen als ‘verzameld leed’.

2. Verlegenheid met namen

Wij in Nederland kennen sinds de Franse tijd het systeem van achternamen. We erven die van onze ouders. Er was een tijd dat er geen achternamen bestonden. Als je in Amsterdam naar een kerk wilde, en je vroeg de weg, dan zei iemand: ‘Je loopt hier rechtdoor en bij de Bakkerij ga je dan rechts. Doorlopen tot de Slager. Daar links. En dan kom je bij de kerk’. Toen de Fransen kwamen begin 1800 vonden ze dat lastig. Ze introduceerden de achternamen. En je kon nu de weg vragen en kreeg als antwoord: ‘Rechtdoor. Bij Bakker rechtsaf. Daarna bij Beenhakker links. En dan kom je bij de familie Bisschop’. Dat laatste is wel pijnlijk, want een beetje familie Bisschop duurt gezien het celibaat, slechts één generatie.

Er waren mensen rond 1800 die de opdracht van de Fransen om een achternaam te kiezen, niet serieus namen. Ze maakten er een grapje van. Ze lieten zich Naaktgeboren noemen. Of Zeldenrust, waarmee ze een loopbaan voor het nageslacht in de sfeer van de massagesalons bij voorbaat onmogelijk maakten. Of nog erger: de familie Poepjes. Je kon dat later slechts corrigeren voor 835 euro en liet er dan Poëpjes van maken, of Poortinga. Alleen voormalige slaafgemaakten mogen om niet de naam wisselen en zich laten verlossen van namen als: Winklaar, Koeiman, Boekhoudt en Havertong.

Namen hebben allemaal een betekenis. ‘Theo’ betekent zoveel als ‘God’. Dat is nogal aanmatigend. Nog beter is het dan om over ‘Theodoor’ te spreken ‘Van God gegeven’. Ook de Bijbel maakt gebruik van de betekenis. En stelt daarom ook namen bij. ‘Benoni’, zoon van verdriet, geboren bij het overlijden van Rachel, wordt Benjamin, ‘zoon van de vreugde’. ‘Abram’ ‘verheven vader’ wordt ‘Abraham’, ‘de vader van vele volkeren’. Saraï ‘twistziek’ wordt Sara ‘vorstin’. ‘Jakob’, ‘de linke’, wordt ‘Israël’, ‘Hij die strijdt met God’.

Ik vertelde u dat er 153 vrouwen met naam en toenaam in de bijbel worden genoemd. Veel vrouwen in de Bijbel, ik kom bij een pijnlijk punt, heten: ‘vrouw van’. Mensen zonder naam. Daarvan identificeerden wij er 105 in de vrouwenlijn. Wie zal zeggen hoe de vrouw van Noach heet? Hoe de dochters van Loth? De vrouw van Potifar? De moeder van Simson? De prostitué die Simson in Gaza bezoekt? De waarzegster in Endor? De namen van Salomo’s duizend vrouwen? De  naam van de koningin van Scheba? De weduwe in Zarfath? Het joodse dienstmeisje van Naäman? De vrouw van Job? De naam van de schoonmoeder van Petrus? De naam van de dochter van Jaïrus? De moeder van de zonen van Zebedeüs? De naam van de weduwe in Naïn? De naam van de vrouw van Pilatus? 

De bijbel zelf vindt dit ook te zot. Dat blijkt in een bijzonder verhaal over de dochters van Zelafead (Joz 17). Deze vrouwen hebben aanvankelijk geen erfdeel in Israël, omdat ze geen broers hebben. Hun namen dreigen uit de registers te verdwijnen. Ze maken er een punt van. En mogen dan als vrouwen alsnog erven. En daarna worden ook haar namen genoemd: Machla, Noa, Hogla, Milka en Tirza. Ze hebben dus weer een naam in Israël.

Hedda Klip, een vrouw die predikant geweest is in Ootmarsum, bij ons uit Twente promoveerde op vrouwen in de Bijbel schreef ‘Those mentioned by name’. Ze analyseerde de geslachtsregisters en keek hoe er over vrouwen is gesproken. Ze stelt vast dat de laatste genealogieën, die van Kronieken, met meer onbevangenheid spreekt over vrouwen dan de oudere genealogieën. Er is hoop.

3. Namen voor God

Ik wil ook nog iets zeggen over de namen voor God. Als Abram en Melchizedek over God spreken als Abraham een overwinning heeft gehaald en mensen uit Sodom hebben bevrijdt spreken ze in Genesis 14, 19 over ‘El Eljon’, de ‘Allerhoogste God’. In Genesis 17,1 noemt God zich in een openbaring aan Abram ‘El Sjadai’, ‘God de Almachtige’. En tegenover Naomi heet God ‘God Zebaoot’, ‘God der heerscharen’ of ‘God de Ontzagwekkende’. En God maakt zich aan Mozes bekend als ‘Adonai’, JHWH, Ik ben erbij.

Je ziet dus verschuivingen voor de naam van God. Accenten passen zich aan. In het Nieuwe Testament belandden we bij de naam ‘Jezus’, ‘God die redt’. Maar hij heet ook Christus, de Gezalfde, in het Hebreeuws De Messias. En ook wel Rabbi. Zoon des Mensen. Zoon van God.  Redder, Heiland.

Ik acht het van belang vast te stellen dat de namen van God wisselen, al naar gelang de culturen wisselen. Dat moet ons niet zenuwachtig maken. Dat is prachtig.  

Een belangrijk boek acht ik ‘God 9.0’ van Marion Küstenmacher, Tilmann Haberer en Werner Tiki Küstenmacher. Vertaald door Piet van Veldhuizen. God 1.0 heeft te maken met de kaalheid van leven. God als moederborst. Als hand in het leven. Dat gaat naar God 2.0. De God van genezers en sjamannen. Naar God 4.0. De morele God. De Almachtige, Rechter. Naar God 5.0. De zoekgeraakte God. De persoonlijke God. De God van Jesaja. Naar God 7.0 de meer spirituele God. Naar God 8.0, God 9.0 God alles in allen.

Dus de namen ontwikkelen zich al naar gelang het besef van God zich ontwikkelt. In de dogmatiek heet dat Gods accommodatio. Het vermogen van God zich steeds weer aan te passen.
Misschien kan het zo ver komen dat we ook meer over God gaan spreken in vrouwelijke namen. Hennie Marsman schreef een dissertatie, die daartoe aanmoedigt. Haar boek heet ‘Women in Ugarit and Israël’. Ze laat zien dat er in de Bijbel ook vrouwelijke eigenschappen aan God worden toegeschreven.
Hosea 13: 8 ziet God als moederbeer, Exodus 19: 4 als moederarend. In Deuteronomium 32: 18 als het volk vreemd gaat maakt Mozes hen het verwijt: ‘U vergat de God die u gebaard heeft’.

Ik stel voor dat we met zijn allen de ontwikkelingen in de gaten houden. En als het resulteert in nieuwe namen voor God, laten we Theo dan vragen met een nieuwe druk te komen van zijn boek. Alleen de opbrengst geeft dan een probleem. Wan tik hoop en bid dat er een tijd komt dat Artsen zonder Grenzen overbodig is geworden.


Ezra Caglar van Artsen zonder Grenzen

De bijeenkomst vond plaats in Oosterbeek; toch is zo'n event ook een feest van Overijsselse herkenning. Onder de bezoekers de oud-aalmoezenier van de luchtmacht uit Oldenzaal.

Toke Elshof, één van de bezoekers. Ze woont in Dalfsen en is bezig met het opstarten van een centrum 'Voedsel voor de ziel'. Toke is van huisuit rooms-katholiek, en in promoveerde in 2009 op het proefschrift 'Van huisuit katholiek'. Daarin beschrijft ze drie generaties katholieken: de ene familie is drie generaties katholiek gebleven; de andere vertonen een knik tussen de generaties. Ze beschrijft wat de kern is van wat blijft hangen; wat het verschil is tussen generationele binding en institutionele binding. Het centrum in Dalfsen geeft verdieping voor mensen die zich melden.