Gé Batterink-Nijwening: 'Wie kennis vermeerdert....'

‘In Prediker staat: ''Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smarten''. Maar die smarten hebben niet betrekking op datgene wat je nieuw leert, maar op datgene wat je moet loslaten’. Gé Batterink uit Dedemsvaart is al zo’n dertig jaar verbonden met het regionale werk van Kerk en Israël. Op 5 oktober neemt ze afscheid van het werk en kijken we samen terug op de ervaringen. Hier al een voorproefje daarvan.

Het verhaal van Gé Batterink-Nijwening begint eigenlijk al op de basisschool. ‘We hadden een juffrouw die heel mooi kon vertellen. Ze wist veel van bijbelse geschiedenis en kon je meenemen in het verhaal. Ze vertelde van de doortocht van het volk Israël door de Schelfzee. En dat het volk aan de overkant gekomen murmureerde. Ik zat op de fiets op weg naar huis en dacht over het verhaal na. En ik troostte me met het idee dat wij niet bij dat volk hoorden, dat ik gelukkig gereformeerd was. We zouden niet ontevreden zijn geweest na zo’n ervaring. Het was toch niet te geloven, dat zij Jezus, die toch zo'n goede man was, kruisigden. En later, in het volgen van de catechese, werd die gedachte versterkt doordat we leerden dat de gereformeerde kerk 'de meest zuivere openbaring was van het lichaam van Christus. De kerk was in plaats gekomen van Israël'.  

De verandering in het leven van Gé op dit punt werd ingezet toen ze haar jongere broer verloor. Hij was voorbestemd het bedrijf thuis over te nemen. De ervaring liet zich moeilijk rijmen met het vijfde gebod uit de Tora: ‘Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden’. Er kwam weinig terecht van dat verlengen van de dagen van haar broer. Ze legde haar moeite voor aan anderen, onder wie de predikant. Maar er kwam geen bevredigend antwoord. Ze bleef rondlopen met de vragen, ook toen ze ouderlinge geworden was in de gereformeerde kerk.

Haar broer uit Dronten suggereerde Gé om een cursus theologische vorming voor gemeenteleden te gaan volgen. Na veel vijven en zessen deed ze dat. Ze ging naar de driejaarlijkse opleiding in Nijverdal en rondde dat in 1981 af met een scriptie over de Afscheiding en de Doleantie. Ze gaf zich daarmee rekenschap van haar eigen gereformeerde achtergrond. Tegelijkertijd gingen er nieuwe deuren voor haar open. Dat was al zo vanaf het begin, toen bij de opening van de cursus klip en klaar werd gezegd: ‘De bijbel is een boek voor en door joden geschreven. Als je vragen hebt bij de tekst moet je dus bij het jodendom te rade gaan om daar een mogelijk antwoord te vinden’. Ze leerde ook de betekenis van Prediker 1: 18, ‘wie kennis vermeerdert, vermeerdert verdriet’. ‘We hadden in onze opvoeding veel kennis gekregen die we ten dele weer moesten leren loslaten’.

Gé kreeg de smaak van het leren te pakken. Ze ging diverse keren naar de B. Folkertsma Stichting voor Talmudica in Hilversum en volgde cursussen bij Marieke den Hertog, Dodo van Uden en Niek de Wilde. ‘Ik vond het geweldig interessant en heb de teksten nog in mijn boekenkast staan’. Gé gebruikte onderdelen voor het eigen werk in de gemeente. ‘Ik schreef over de vijf steentjes die David voor zijn slinger uitzocht en legde de link naar de vijf boeken van de Tora, zoals dat in het jodendom gebeurt’.

Gé Batterink vond aansluiting bij het bovenplaatselijk werk voor Kerk en Israël, toen ds. G.A. Versteeg uit Nijverdal haar vroeg om een vacature in te vullen. Dat was even wennen. ‘Het werk van Kerk en Israël was vooral iets van predikanten’. Maar ze maakte de stap. Ria Kemper uit Leusden maakte haar wegwijs en ds. Willem Visscher uit Dedemsvaart steunde haar. Ze bezocht kerkenraden en legde de ambtsdragers stellingen voor over Jezus aan de hand van boeken van David Flusser. ‘Ze moesten gaan staan bij die stelling die hun voorkeur had. Op die manier kwamen de ambtsdragers letterlijk in beweging’. Ze haalde prominente sprekers over de thematiek van Kerk en Israël naar de regio; mensen als Peter Thompson en Niek de Wilde. ‘Allemaal mensen die nog bij rabbijn Yehuda Aschkenasy hebben gestudeerd’.  

Zo is het gekomen dat zij in 1991 door de Particuliere Synode Overijssel-Flevoland van de Gereformeerde Kerken in Nederland officieel werd aangesteld als deputaat Kerk & Israël in de classis Ommen. Ze werd benoemd als lid van de Provinciale Interkerkelijke Werkgroep Kerk en Israël in de provincie Overijssel-Flevoland. Vier jaar later verbreedde het werk zich tot de samen-op-weg-werkgroep Kerk en Israël van de classis Ommen en uiteindelijk neemt ze nu afscheid van de classicale werkgroep van Overijssel-Flevoland. Ze stelde een zogenaamde kei(k)doos samen, met daarin voorwerpen die refereerden aan het jodendom. Het budget was bescheiden. Ieder jaar kwam er een voorwerp bij. Een sidoer (gebedenboek), een mezoeza, een jad, een miniatuur van de Dode Zee-rollen. Met het materiaal ging ze naar vrouwenverenigingen, naar catechesegroepen; het wordt nog steeds gebruikt.

Vervangingstheologie 

Gé Batterink begon een hbo-opleiding theologie bij Windesheim en rondde dat af met de scriptie ‘Voorbij de vervangstheologie?’ Ze merkte in de praktijk dat een deel van de christenen voorbij dat punt kwam waarop men de kerk als het nieuwe Israël zag; een deel bleef voor dat punt hangen. Ze ging zelf verder met ‘lernen’. Ze volgde elke dinsdag lessen Hebreeuws bij ds. Otto Mulder in Almelo. ‘Het was een soort van bijbelstudie, kan je wel zeggen’.

Dat Gé bij zoveel affiniteit met jodendom en christendom stopt met het werk voor Kerk en Israël heeft vooral te maken met haar gezondheid. Hoe kijkt ze nu terug op de ontwikkelingen en op de huidige situatie in de kerk? Ze is voorzichtig, omdat ze zich realiseert dat een duiding altijd een inkleuring is vanuit je eigen positie. En voor haar is de essentie van het contact met het jodendom nu juist dat je allereerst luistert. Dat luisteren is de laatste jaren wel lastiger geworden, omdat de politieke situatie in het Midden-Oosten soms een onbevangen gesprek met de joden in de weg staat.

Daarnaast merk je verschuivingen in de kerk. De liturgie verandert in de kerk. De klassieke lezing van de tien geboden is minder vanzelfsprekend geworden. De leiding van de kerk verandert. Er zijn diverse voorgangers met een meer evangelische achtergrond en in die kringen is de verbinding met het jodendom minder vanzelfsprekend. ‘Ik vroeg ooit een voorganger naar de plaats van het jodendom in de alfacursus en ontdekte dat men er helemaal geen aandacht voor heeft’. Gé deed dezelfde ontdekking toen ze een catechete vragen stelde over een kerkentocht die men door de eigen woonplaats houdt. ‘Staan jullie ook stil bij de ster in het plein waar ooit de synagoge stond?’ Dat bleek niet het geval. Naar aanleiding van de vraag van Gé is het programma overigens wel bijgesteld. De ster maakt nu een vast onderdeel uit van de tocht.

Gé Batterink heeft verschillende reizen gemaakt die haar interesse voor de joodse wortels van het christelijk geloof illustreren. Ze bezocht met rabbijn Lody van de Kamp het vernietigingskamp Auschwitz. En met Simon Schoon en Douwe van de Sluis ging ze tot twee keer toe (in 2009 en 2011) naar Israël en de Palestijnse gebieden. ‘Ik wilde kennis nemen van de situatie en ik wilde weten hoe het conflict lag. Ik heb het laatste boek gelezen van Els van Diggele en toch het beeld gekregen dat het vooral een conflict is tussen machthebbers. De gewone man en vrouw zit daar tussenin’.

2030 

‘Hoe ziet je wens er uit voor Kerk en Israël in 2030?’, vroeg ik. Gé aarzelde. ‘Ik hoop dat we willen luisteren naar anderen. Dat geldt de joodse gemeenschap. Dat geldt ook van moslims en de vraag of we naar hun ervaringen willen luisteren. Elkaar leren verstaan kan niet zonder gesprek waarin luisteren belangrijk is. Ik las onlangs dat moslims hun schoolboekjes gaan aanpassen. Dat zijn belangrijke ontwikkelingen’.

‘Of er dan in 2030 interesse is voor de joodse wortels van ons geloof?’, herhaalt ze de vraag. ‘Ja, dat denk ik wel. Dineke Houtman zegt dat er elk jaar enkele studenten zijn die judaïca als specialisatie kiezen’.

Gé geeft aan te hopen dat die belangstelling steeds gepaard mag gaan met een luisterhouding. ‘Het gaat me om het leren’, en dus  niet om het getuigen van eigen gelijk.

‘Ik heb vanuit die belangstelling het laatste boek van Cees den Heijer gelezen’. ‘Welk beeld kwam daaruit boven drijven?’, vroeg ik, ‘dat de verzoeningstheologie later in de Middeleeuwen geïntensiveerd is?’ ‘Dat weet ik niet’, zegt Gé, ‘daar zou ik de tekst nog eens voor moeten lezen. Maar wel dat de evangeliën geschreven zijn, nadat de tempel is verwoest en mensen vragen hadden bij het offer en hoe er bij het ontbreken van offers verzoening zou moeten plaatsvinden’.

Foto's: 
Boven: Het duo Wilde Eend maakt zich klaar voor een optreden. Het optreden heeft de titel 'Oostenwind' gekregen. Ze legden uit dat er jaarlijks een of twee miljoenen eenden uit Rusland naar Nederland schijnen te vliegen om hier te overwinteren. Ze drijven mee op de oostenwind. Het tweetal liet liedjes horen en sprak teksten uit van het onderliggende land Oekraïne en Polen, waar de chassidiem hun sporen hebben getrokken. 

Foto hieronder: Meer dan vijftig mensen met wie Gé nu of eerder samenwerkte, waren naar Hellendoorn gekomen om de scheidende secretaris de hand te drukken. 

Foto onderaan: Gé en haar man even in de houding voor de foto.