Overdenking bij Handelingen 10: 9-20

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Kort geleden sprak ik als classispredikant met een kerkenraad hier in de regio. Het ging over de toekomst. Hoe zijn we kerk als er minder mensen in het gebouw komen? De tekst van vandaag geeft drie antwoorden. Het verhaal gaat over een linnen laken dat uit de hemel neerdaalt. Drie dingen halen we naar voren:

1. Petrus gaat seculier
2. Petrus blijft jood
3. Petrus is van Pinksteren

We spiegelen ons in Petrus. Ik kan het ook verwoorden vanuit de Here God. Het gaat over God, die de wereld op het oog heeft; over God die zich bekend maakt via Israël en over God die in ons werkt via zijn Geest.

Petrus gaat seculier.

Het verhaal van het linnen laken leert ons als christelijke gemeente ons niet blind te staren op deze muren van de kerk. Het evangelie is voor alle mensen in Kuinre. Het evangelie is seculier. Hoe? Dat zal ik vertellen.   

Je kunt het verhaal lezen als hagada, als uitleg bij een bijbelboek uit het Oude Testament. Het bijbelboek Jona. Jona had de opdracht de heidenen van Ninevé het evangelie te brengen. Maar hij had er geen zin in. Stel je voor dat mensen die niet in de synagoge komen gered worden. Hij vluchtte weg. Hij ging naar Jafo en zocht een schip dat hem naar de andere kant van de wereld kon brengen.

Ons verhaal pakt dat thema op. Petrus maakt af waar Jona stopt. Je merkt het aan details. Je merkt het aan de plaats waar Petrus is. Hij is in Jafo, net als Jona. Je merkt het aan de namen. Jona heet ‘ben Amittai’, ‘zoon van mijn waarheid’. Hij gaat uit van eigen gelijk. En Petrus heet: ‘Simon-bar-Jona’, Simon zoon van Jona. Petrus gaat door waar Jona ophoudt. Petrus gaat het evangelie vertellen aan de heidenen.  

Dat leert ons allereerst dat kleed dat uit de hemel komt. Petrus ziet op het kleed, vers 12 ‘alle lopende en kruipende dieren van de aarde en alle vogels van de hemel’. Sommige commentatoren zien in de opsomming van dieren een citaat van Genesis 1, de schepping. Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Want de opsomming is niet compleet. We missen de vissen. Ik kan me niet voorstellen dat de visser Petrus bij een visioen de vissen zou vergeten. Aannemelijker is het dat deze hagada een verwijzing is naar Genesis 7, naar de ark van Noach, waarin immers de viervoetige dieren, de wilde en de kruipende dieren en de vogels in de lucht (vers 12 HSV) voorkomen, maar waar de vissen ontbreken. Of - even buiten het beeld stappend - het visioen maakt duidelijk dat je voor heil, voor redding, voor een verblijf in de ark des behouds –, voldoende hebt aan het gegeven dat je als mens bent geboren en als mens door God bent gewild.

Het visioen bevestigt hem daarin. Hij ziet een linnen kleed. Daarop zitten allerlei dieren, rein en onrein. En de opdracht klink: ‘Sta op’, het klinkt als echo van Pasen, de opstanding van Christus. ‘Sta op, slacht en eet’’. Het laat zien dat God geen scheiding maakt tussen Joden en heidenen. Tussen gelovigen en seculiere mensen.  

Zo komt hij in Jafo. Hij gaat er wonen bij een leerlooier. Dus niet in het huis naast de synagoge, een strategie die Paulus toepast. Petrus kiest voor het huis van Simon (weer zo iemand die Simon heet, dat betekent ‘God hoort’) Simon de leerlooier. Leerlooiers zijn mensen die huiden van dode dieren stropen. En die huiden maken ze klaar voor gebruik. Maar omdat je dode dieren aanraakt, geldt dat je daarmee onrein ben. Toeristengidsen wijzen tegenwoordig nog steeds het huis aan van Simon de leerlooier. Het ligt aan de rand van de stad, vlakbij de zee. De frisse zeebries kan de stank verjagen. Petrus is dus al bezig met de vraag: Op wie richt God zich? Klopt mijn oude indeling wel van mensen die deugen en mensen die niet deugen, reine Joden en onreine heidenen. Het laken komt dus niet helemaal uit de lucht vallen. Het zat al in het hoofd van Petrus. 


Wij leven in een tijd van grote veranderingen rond de kerk. We zien jonge mensen die ons ouderen niet bevestigen in de keuzes. Dat is bedreigend. Oud is vertrouwd. Zou Petrus dat soort vragen ook hebben gekend? Als die heidenen zich niet laten besnijden? Als hun vrouwen en mannen het badhuis mijden en zich niet houden aan de reinigingswetten? Als ze niet meer naar Jeruzalem gaan naar de tempel? Als ze geen offers brengen? Wat blijft er over van al datgene wat vorige generaties zo zorgvuldig hebben opgebouwd aan religieus erfgoed? Ik vraag u als kerkganger niet bezorgd te zijn. Als het evangelie hier beperkt klinkt, moet het evangelie door onze aanwezigheid maar de straat op. We mogen proberen het evangelie te belichamen, uit te spreken in het midden van uw dorp.

Het is een hele geestelijke oefening voor Petrus, onzekerheid over de toekomst. Tegelijk is het een hele troost. God laat zijn aandacht voor de wereld uitwaaieren. We weten dat toch ook, als we letten op Christus. ‘Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem bouwen’. God gaat in de gestalte van Jezus Christus naar de wereld. Hij zoekt ons op; in het Godshuis, of daarbuiten. ‘Alzo lief had God de wereld, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gezonden’ zegt Johannes. Het koninkrijk gaat over vernieuwing van de hele aarde. Petrus gaat seculier.

Petrus blijft jood.

Sommige mensen menen dat Petrus ophoudt Jood te zijn. Ze slaan door in hun uitleg. De synagoge blijft als oriëntatie. Petrus blijft Jood. Petrus blijft lid van de Gideonsbende die God een naam en toenaam geeft in de wereld.  

Het is opvallend, dat vers 15 ‘heilig en rein’ naast elkaar zet. Ik lees het uit de HSV, die is net iets preciezer dan de NBV: ‘Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden’. Dat zijn twee verschillende categorieën. Heilig is, dat je bij God een thuis mag hebben. Rein is dat je je in deze wereld onderscheidt. Joden en – sta me toe - christenen zijn rein, ze maken onderscheid in deze wereld. En alle mensen van goede wil zijn bedoeld heilig te zijn, betrokken bij Gods nieuwe wereld. We, christenen, blijven dus trouw aan de vormen; maar staren ons niet blind op het feit dat anderen de vorm minder vatten en toch geroepen zijn heilig te wezen. Bij God.  

Enkele joodse elementen vallen op. Het laken is van linnen. Linnen is religieuze stof. De tabernakel, de tent in de woestijn, is van linnen. Het gebedskleed van de joden is van linnen. Jezus wordt geboren en in linnen gewikkeld. Jezus wordt begraven in een linnen kleed.


Nog een joods element. Dit speelt zich af op het zesde uur, vers 9 HSV, NBV zegt omstreeks het middaguur. Als je heel Handelingen leest, merk je dat er steeds tijden worden genoemd. Bijvoorbeeld in Handelingen 16: 25-26 staat dat Paulus en Silas om middernacht zingen en de deuren van de gevangenis springen open. Als je dat soort tijden op rij zet, merk je dat de apostelen de gebedstijden volgen van de joodse synagogen en de tempel. Die gebedstijden beginnen om middernacht, en lopen via het derde, zesde, negende uur de hele dag door. Die uren vinden we in het boek Handelingen. Dus de tempel brengt de wereld bij de tijd van God. Petrus blijft jood.  

In onze kerk woedt een discussie over de positie van Israël en de Palestijnen. Dan gaat het bij de synode over de IP-nota. Het risico dat we lopen is aan Israël voorbij te gaan. Direct beginnen over Palestijnen en met de Palestijnen over de wereld. We vergeten waar God zich kenbaar heeft gemaakt. God heeft zich in gesprekken met Joden een gezicht gegeven. Daardoor hebben we weet van God. En we kunnen nooit om dat volk heen als we iets meer over God willen kunnen zeggen. Zonder Israël geen besef van de God van Israël.

Petrus is van Pinksteren.

Dit verhaal van het linnen laken maakt onderdeel uit van een groter geheel. Het is ingebed in de vertelling van Cornelius. Cornelius is geen Jood. Als officier voert hij de Italiaanse cohorte aan van honderd man. Hij woont vijftig kilometer verder op in Caesarea. Hij heeft ook een droom. Dat is ’s middags het negende uur, de tijd staat er weer bij. Het Joodse middaggebed begint. En het is het moment dat Jezus komt te overlijden. Op dat moment krijgt hij een engel te horen die hem meldt dat hij Petrus moet uitnodigen.

Het is opvallend hoe Lukas spreekt over de heilige Geest. In vers 3 is het nog niet de Geest, maar is het een engel die binnenkomt bij Cornelius. Het is behelpen met een engel. In vers 19 staat dat de Geest de regie neemt, eerst bij Petrus: ‘Zie, drie mannen zoeken u’. In vers 45 staat dat de gave van de Geest ook op de heidenen komt. En vers 47 geeft een soort algehele ontknoping: ‘Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen die even als zij – de joden - de gave van de heilige Geest ontvangen niet gedoopt zouden zijn?’


Het is de Geest die het verschil kan maken. Wij bekommeren ons om dit gebouw. We hebben het nodig om ons te voeden in het geloof. Maar beslissend is de vraag of we ook de Geest, de bezieling weten over te dragen op mensen hier in onze woonplaats. Kunnen we jaloersmakend spreken? Dat het leven zoveel mooier wordt, als je metafysische waarden toelaat. Geluk. Vreugde. Liefde. Zachtmoedigheid. Allemaal begrippen die je niet kunt meten met een centimeter. Begrippen die je aanvoelt als de Geest vaardig over je wordt. Die je belichaamt weet in Jezus, tot het einde toe, aan het kruis op Golgotha. In wiens opstanding je ziet: die metafysische waarden zijn toekomstbestendig.

Dat is het huis waarin we wonen. We spraken over Petrus gaat seculier. We spraken over Petrus blijft Jood. En we spraken over Petrus is van Pinksteren. Voor ons beklijft de vraag of de Geest in ons mag werken.

In welke geest doe je dingen? Ik hoorde ooit het verhaal van een acteur die bij een bruiloft was. Op het hoogtepunt van het feest kreeg hij de vraag om een stuk voor te dragen. En hij las een psalm. Psalm 23. Over een herder die zijn kudde leidt. De mensen vonden het prachtig. En toen riep iemand: ‘Psalm 23. Dat is religie. Misschien kan de dominee het ook voorlezen’. De dominee was ook op het feest. Maar hij was niet super getalenteerd. En hij las psalm 23. Een beetje gebroken. Hakkelig. Aan het einde bleef het stil. De bruidegom brak de ban en zei: ‘De acteur kent de tekst; de dominee kent de herder’. Dat is het geheim van leven, nietwaar? Dat de goede Geest je de goede tongval geeft.

Amen