Foto: het breed moderamen bijeen, van links de tafel omgaand naar rechts: ds. Jan Dirk Wassenaar, Johan Kuiper, Jessica Braakman, Evelien Vrolijk, ds. Gijsbert Rohaan, Rikus Snel, ds. Wilbert Dekker en Wim Travaille; niet in beeld: Janny Bunschoten en ds. Klaas van der Kamp
Inzet ambulante predikanten en interims
Er werken beduidend minder interim-predikanten en ambulante predikanten in Overijssel-Flevoland dan in andere classes. Moet je dat als een zegen uitleggen of als een omissie om nuttige mensen in te zetten voor je gemeentewerk? Over die vraag sprak het breed moderamen in de vergadering van 6 februari 2026.
Ds. Jan Dirk Wassenaar opende de bijeenkomst en citeerde een boek van Gerben Heitink (‘Biografie van de dominee’) waarin hij drie ontwikkelingen benoemde rond het predikantschap. Er is sprake van professionalisering (het predikantschap wordt gezien als een vak waarin je bepaalde competenties moet hebben; er is een zakelijke HRM-benadering); personalisering (je benadert het predikantschap vanuit het karakter van een persoon, advertenties waarin men tegenwoordig aangeeft een nieuwe voorganger te zoeken staan vol van dergelijke eigenschappen, je moet bijvoorbeeld enthousiast zijn); en clericalisering (het predikantschap krijgt vooral een ambtelijk accent. Bij sommige predikanten kan je vanuit deze visie de herintroductie van het priesterboordje signaleren).
De introductie van de interim-predikant en de ambulant-predikant heeft vooral te maken met de functionalisering. Arnold van Ruler heeft in het midden van de vorige eeuw over de functionalisering geschreven; hij voelde zich er weinig senang bij. Klaas-Willem de Jong, een kerkjurist, heeft recent gewezen op het feit dat interim en ambulant predikant op de loonlijst staan van de landelijke kerk. Daarmee groeit de spanning in het protestantse kerkmodel, waarbij de ouderling en diaken (twee van de drie ambten) plaatselijk zijn verankerd, terwijl een groeiend aantal predikanten een landelijke aanstelling geniet. De scriba pleitte voor balans in de ambtsvisie en voor een gelijkwaardige benadering van de verschillende ambten.
De classis Overijssel-Flevoland heeft in de achterliggende maanden ongeveer 3,7 procent van het aantal interim-uren gebruikt van de kerk (het gemiddelde is 9,1 procent). Qua ambulante predikanten blijft de inzet steken op 6,5 procent (bij een gemiddelde eveneens van 9,1 procent). Een bm-lid vroeg zich af, of gemeenten schade oplopen door minder mensen van buitenaf in te zetten. Het vermoeden bestaat dat er gemeentes zijn, waar men een crisis beter had kunnen bezweren of meer het beleid had kunnen stroomlijnen als men wel iemand van buitenaf een tijdje had binnengehaald.
Die conclusie werd enigszins genuanceerd door vast te stellen dat er in Overijssel-Flevoland regelmatig emeriti zijn die opbouwend werk verrichten in een gemeente. Zeker als ambulant predikant brengen ze rust in een gemeente en zorgen ze voor continuïteit in het ambtelijk werk. Het is wel opvallend dat een ambulant predikant of een interimmer voor minder uren wordt aangesteld dan de standaardvacature die er is in een gemeente. Dat kan wijzen op een stille bezuiniging, zuinigheid die onvermijdelijk tot gevolg heeft dat er ook minder kerkenwerk van de grond komt. Het effect zal deels mogelijk gecompenseerd worden doordat men via de post ‘kerkdiensten’ vaker investeert in een gastpredikant. Verder wijst de geringe afname van landelijke diensten mogelijk op een hoge mate van zelfredzaamheid van gemeenten; Overijssel-Flevoland kent immer grote gemeenten en dat geeft meer armslag dan wanneer je weinig vrijwilligers hebt.
Het breed moderamen concludeerde dat men de brief met bijlagen die naar vacante gemeenten gaat nog een keer wil bekijken of de tekst scherper de mogelijkheden kan verwoorden. Ook wil men de positieve ervaringen uitbouwen die er zijn in de overdracht van werkzaamheden tussen het college van visitatoren (die een analyse maken bij een probleem) en de mogelijke inzet daarna van een interim-predikant.
Het breed moderamen besprak verschillende situaties in gemeenten. Men sprak over de taskforce die inmiddels het werk in de Kop van Overijssel opstart. Het onderwerp ‘sacramentele bevoegdheden van een kerkelijk werker’ kwam opnieuw aan de orde. Het thema is ook relevant nu de generale synode een tekst krijgt voorgelegd van een werkgroep, waarin men overweegt meer dan negentig kerkelijke werkers door te sluizen naar de positie van dienaar des Woords. Een gemeente die toestemming vraagt het beroepingswerk op te starten, zal geholpen worden met een bezoek om alle open eindjes op rij te zetten. Een delegatie van het breed moderamen vertelde over een geschil waarover het generaal college voor de behandeling van bezwaren en geschillen bijeen is geweest. Het gaat om de vraag hoe de gemeentegrenzen kunnen worden getrokken tussen twee gemeenten, zodat één van de twee gemeenten administratief eenvoudiger kan werken als protestantse gemeente.
Vanuit de classis zullen er zes namen worden doorgegeven aan Utrecht van jonge ambtsdragers die het wellicht leuk vinden om te spreken over de toekomst van de kerk en daarmee bijdragen aan het zogenaamde ‘kerkbrede gesprek’. De laatste hand werd gelegd aan de classicale vergadering die op 17 februari in Wijhe wordt gehouden. Het is inmiddels de vierde vergadering die buiten Dalfsen (een beetje het thuishonk van de classis) plaatsvindt. Eerder was de classis te gast in Weerselo, Nagele en Dedemsvaart. Het is de bedoeling na deze vergadering te kijken hoe het experiment met de wisselende vergaderplaatsen bevalt.