Foto: ds. Bart Gijsbertsen, vriend van Henk Vreekamp, was één van de inleiders bij het symposium
Verandering bij Vreekamp begon met het lezen van de Heliand
In 2001 kreeg ds. Bas Zitman als nieuwe predikant in Epe bezoek van dr. Henk Vreekamp. Henk inspecteerde de boekenkast en pakte er een klein, geel boekje uit, de Heliand. ‘Daar gaan we het de komende tijd over hebben’, zei Henk, ‘leg het op je bureau naast de Bijbel’.
Maandag 9 maart was het ongeveer tien jaar geleden dat Henk Vreekamp in Epe was overleden. Met een symposium in de goed gevulde Grote Kerk in Epe werd stil gestaan bij zijn leven, zijn werk en zijn theologie.
De ontmoeting met Zitman in 2001 markeerde een bijzonder moment in het leven van Henk Vreekamp. Hij had zich als secretaris van de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël (1984-1999) jaren toegelegd de verhouding met het jodendom; op 1 juni 2002 ging Henk Vreekamp op 59-jarige leeftijd vervroegd met emeritaat en hij stelde zich open voor het thema van de heidenen. ‘Ik ben wakker geschud’, zei hij zelf, ‘door de vraag: Hoe kan je in Gods naam zo rustig leven als christen’. ‘We weten van alles van de Grieken , maar van onze eigen voorouders weet ik eigenlijk helemaal niets’. Vreekamp ging vanaf dat moment het gesprek zoeken met de heidenen. En hij ontdekte opnieuw de Heliand, een evangelieharmonisatie die ook Bas Zitman al dankzij de colleges van Gilles Quispel in zijn bezit had. ‘We wisten eigenlijk niet wat we er mee moesten’, zei Zitman. De tekst hielp Henk Vreekamp om terug te gaan naar zijn heidense wortels.
Er kwam in 2006 een Nederlandse vertaling van de oud-Saksische tekst gemaakt door Jaap van Vredendaal. Daardoor kon iedereen onderzoek naar de inculturatie van het evangelie in het land van de Saksen. Aanvankelijk dacht men dat men het evangelie alleen mocht lezen in één van de drie heilige talen, waarop het ‘Koning der Joden’ boven het kruis had gewezen: Hebreeuws, Grieks en Latijn. Maar een synode in Frankrijk in 794 wees er al op dat je je in principe het evangelie kon toeëigenen in iedere taal. Mensen lazen in de Heliand dat Jezus op een paard Jeruzalem binnenreed en dat de herders in de velden van Ephrata op paarden pasten. Hoe moest je dergelijke aanpassingen aan de cultuur van de Saksen interpreteren? Bas Zitman waagde de stelling dat Edda en Tora in iedere theologische propedeuse een sleutelpositie zou moeten innemen in het curriculum.
Ds. Bart Gijsbertsen uit Elspeet haalde als vriend van Henk Vreekamp persoonlijke herinneringen op. Hij herinnerde zich het moment dat hij met een foto op een boek werd geconfronteerd en van Henk de vraag kreeg: ‘Wat zie je?’ Henk Vreekamp voelde zich bezwaard doordat de kerk nog nooit echt naar de Joden heeft geluisterd. Daardoor was de kerk afgedwaald van de essentie van wat Joden in de Tenach horen. Maar ook het heidendom komt er in de christelijke traditie bekaaid af. Henk verwonderde zich daarover, totdat hij in de studeerkamer een stem hoorde: ‘Naar buiten’. En hij ging. Henk Vreekamp reorganiseerde zijn boekenkast en plaatste in de serre een kast vol met de Veluwe. Wat betekent het dat ik, van de Veluwe, christen mag zijn? was de vraag. Henk Vreekamp ging luisteren naar de oude Veluwse verhalen. ‘Hij had ontdekte dat de kerk ook nog nooit had geluisterd naar de ziel van de heidenen’. Het heidense levensgevoel moet serieus genomen worden, meende Vreekamp.
Vreekamp had bij het lezen van de Bijbel, bijvoorbeeld van een psalm, altijd in het ‘ons’ ‘de kerk’ gelezen. Hij bemerkte dat de Joden daarin ‘het Joodse volk’ lazen en dat de kerk en anderen gerekend moesten worden tot ‘de heidenen’. Volgens de Tenach was ieder buiten het jodendom een heiden.
Wim Steller, godsdienstdocent op Urk, heeft een materstudie over Vreekamp geschreven. Hij vertelde dat de definitie van ‘de heiden’ bij Vreekamp wisselde. Het kan gaan om de mensen die leefden in een gebied voordat het christendom er kwam; het kan gaan om niet-joden en niet-christenen; het kan een vertaling zijn van goj, am, etne, paganos, het kan duiden op de Franken en Germanen.
Steller heeft de bibliotheek van Henk Vreekamp geordend en beschreven. Hij schat dat er ongeveer 10.000 titels zijn. Ongeveer tien procent is dogmatiek; 50 procent gaat over de bronnen (oude en nieuwe testament, kerk en jodendom); 25 procent is praktische theologie en de rest bestaat uit romans en andere werken. Kijk je naar de auteur dan heeft Vreekamp liefst 150 titels van Kohlbrugge, 50 van Miskotte, 25 van Van Ruler, Berkauer en W. Aalders en 20 titels zijn van Barnard. De bibliotheek is inmiddels fysiek ondergebracht in Heerde, bij één van de kinderen van Henk Vreekamp.
Leonhard Vreekamp vertelde hoe hij na de dood van zijn vader hernieuwd kennis had genomen van zijn intellectuele nalatenschap. Hij memoreerde de agrarische achtergrond die tot in de naam Vreekamp doorklinkt (vree = omheining; kamp = akker). De vader van Henk had al vroeg in de gaten dat er in Henk een dominee schuilging. Hij kreeg geen bruine schoenen, maar zwarte; dat paste beter bij een dominee. Na een halve eeuw van school, studie en predikantschap keerde Henk terug naar de akker, op zoek naar zijn heidense wortels. Het plattelandsleven maakte hem ontvankelijk voor de natuur. ‘Hij is altijd blijven geloven als een kind. Zijn wereld was zo anders dan die van een stadsmens. Als een stadsmens uit het raam kijkt, ziet hij een wereld die de mens grotendeels heeft gemaakt. Als je op het platteland leeft, is bijna alles wat je ziet een wonder’.
Henk Vreekamp formuleerde zijn teksten zorgvuldig. ‘Als moeder niet op de deadlines had gewezen, was zijn eerste boek nu nog niet af geweest’. Marjoleen Vreekamp-Van den Berg en Henk Vreekamp vulden elkaar aan. ‘Je vader sprak met vraagtekens’, zei de dichter Henk van der Ent, ‘en je moeder sprak met uitroeptekens’.
Opperrabbijn Binyomin Jacobs noemde tijdens het symposium Henk Vreekamp ‘een pionier’. Vreekamp sprak met de Joden, niet om hen te bekeren, maar om zich met hen te verbinden. Hij noemde het pijnlijk dat nog geen tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog de vormen van antisemitisme zo zijn toegenomen.
Ds. Jacco Overeem, medewerker bij de dienstenorganisatie, ging in op de actuele koers van de Protestantse Kerk. De onopgeefbare verbondenheid met Israël staat hoog in het vaandel bij de protestanten. Er is een speciale Israëlzondag. Deze is de laatste jaren met de strijd in Gaza gepolariseerd en gepolitiseerd. Hij noemde dat een misvatting. Het gaat de kerk niet om een politieke stellingname, maar om een theologisch zich geworteld weten op Joodse bodem.
Naast een diepgravend theoloog was Henk Vreekamp ook een verdienstelijk organist. Gerrit Christian de Gier speelde enkele nummers van onder meer Bach, Vivaldi, de Joodse traditie, Psalm 136 en een lievelingsgezang van Henk Gezang 114 (‘Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen, een nieuwe aarde ontstond, om het geheim des levens te beseffen, niet meer in zee gegrond’).
Het is de bedoeling dat de teksten van het symposium in druk verschijnen. Na het overlijden van Henk Vreekamp zijn er diverse teksten over zijn werk verschenen. Els van Swol schreef bijvoorbeeld ‘Mythe, mysterie en mystiek’. En Kees van Ekris wijdde een hoodstuk aan Henk Vreekamp in zijn boek ‘De magie van het geloof’. Jos de Weerd gaat in zijn onderzoek ‘De Veluwe gereformeerd’ in op de persoon van Henk Vreekamp. En Wim Steller wijdde zijn afstudeerstudie aan Vreekamp. Zijn boek ‘Het evangelie naar de beschrijving van de apostel Paulus’ geeft een interpretatie van de Romeinenbrief tegen de achtergrond van de relatie ‘Kerk en Israël’ bij Henk Vreekamp.
Foto's onder: Een goed gevulde Grote Kerk in Epe en een foto van Henk Vreekamp zoals hij op de uitnodiging stond