Foto: Vrije associatie bij het thema (archieffoto Noord-Duitsland)

Onderzoek wil kerken grond onder de voeten aanreiken


Hoe kunnen  mensen verantwoord met de aarde omgaan? De huidige concepten over ‘grond’ bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Kan er gekeken worden naar hoe God de toekomst opent? Zou je daarbij de term ‘verbond’ kunnen gebruiken, niet alleen als verbond van God met mensen, maar als verbond van God met alle schepselen?

Het zijn vragen die de PTHU oppakt in de volgende fase van het project ‘Grond’. De eerste fase ‘Grond en geloof in Nederland’ is naar buiten gebracht en biedt een terreinverkenning vanuit een christelijk theologisch perspectief. Mirella Klomp en collegae van haar hebben het rapport geschreven. Het onderzoek heeft de bestaande situatie in beeld gebracht en is toe aan een volgende stap die meer gidsend en verbeeldend zal zijn.

De onderzoeksgroep constateert dat de ideeën over grond weinig geruststellend zijn. Men heeft zaken onderzocht als grondbezit, grondrelaties en grondtaal. Men stelt vast: ‘Hoewel christenen belijden dat alles, dus ook de grond, van God is, spelen sinds anderhalve eeuw theologie en geloof nauwelijks nog een rol als het gaat om de grond; juridische en economische belangen zijn steeds dominanter geworden in de visie van mensen (ook christenen) op grond en hun omgang ermee’. De conclusie sluit aan bij het belang dat de huidige samenleving hecht aan geld. Het rapport: ‘Geld is doorgaans de dominante factor in keuzes van burgers: geloof speelt niet of nauwelijks een rol in hun houding, handelen en bereidheid om offers te brengen om klimaatverandering tegen te gaan’.

Dat grond nauwelijks resoneert als theologisch thema is opmerkelijk, menen de onderzoekers, in het licht van de rol van grond in de Bijbel (denk aan scheppingsverhalen waarin schepselen verbonden zijn met de grond), de aloude band tussen geloof en landbouw in de Bijbelse en Westerse cultuur (denk aan ‘rentmeesterschap’) en de rol van grond(bezit) in de Nederlandse kerkgeschiedenis.

De uitkomst dat mensen sociale, morele, ecologische en spirituele aspecten van de verschillende grondrelaties lijken te zijn vergeten, staat haaks op de grote theologische betekenis van grond. Het rapport: ‘We verklaren dit onder andere door de objectivering en instrumentalisering van de grond waarin juridische en economische belangen dominant zijn, vervreemding van de grond door de industrialisering van voedselproductie, en de vrees om grond te vereren. Deze ‘grondvergetelheid’ wordt weerspiegeld in het spreken: er treedt geregeld spraakverwarring op doordat mensen begrippen bewust of onbewust vereenvoudigen, of stilvallen omdat ze geen woorden hebben voor het belang van grond vanuit het perspectief van geloof of van God’.

Het onderzoek signaleert drie theologische knelpunten. Allereerst is de verhouding tussen ‘natuur’ en ‘schepping’ ingewikkeld. Als die twee begrippen samenvallen, kan dat leiden tot heidendom. Als je ze van elkaar onderscheidt, kan dat tot instrumentalisering en uitputting van de grond leiden. Ten tweede vraagt de verhouding tussen Gods handelen en dat van mensen een nadere omschrijving. De nadruk op het menselijk handelen kan eerbied voor en afhankelijkheid van God onder spanning zetten. Dat beïnvloedt de visie op de rol die de mens moet nemen om theologisch recht te doen aan de intrinsieke waarde van grond voor het leven op aarde. Het derde knelpunt is de spanning rond het begrip rentmeesterschap, dat in de praktijk heel verschillend wordt ingevuld, maar intussen wortelt in een geschiedenis waarin kerk en theologie de goede zorg voor de grond stimuleren en ondersteunen.

De uitkomsten van het onderzoek zijn ontnuchterend, zeggen Mirella Klomp en haar collegae. ‘Het zijn tekenen van secularisatie onder christenen en christelijke geloofsgemeenschappen die weerspiegelen dat geloof steeds meer als geestelijke zaak wordt opgevat en mensen de concrete, materiële werkelijkheid aan zich onderwerpen, vaak met schade tot gevolg. Maar de kerk geschiedenis, actuele signalen van belangstelling voor de herkomst van lokale grond, en voorbeelden waarin taal en rituelen de relatie met de grond anders nieuw verbeelden, bieden hoop en perspectief voor de toekomst. Het (opnieuw) verbinden van geloof en zorg voor de grond is mogelijk, maar dan is er werk aan de winkel voor theologen, gelovigen en kerkelijke gemeenschappen’.