Godsdienst bij Besthemerberg

Je zou Albertus (A.C.) van Raalte de eerste classispredikant kunnen noemen. De in 1811 geboren dominee uit Wanneperveen trok als gereformeerde dominee in de negentiende eeuw door langs de diverse Overijsselse dorpen en steden om het evangelie te verkondigen. Dat ging zo door tot hij in 1846 met een groep volgelingen uit diverse Overijsselse en Drentse plaatsen vertrok naar Michigan en de stad Holland stichtte.

Dat vertelde Gerko Warner uit Ommen zaterdag 24 november tijdens een bezoek van de Stichting Bedehuizen Overijssel en Flevoland. De Stichting presenteerde tijdens het bezoek de bundel ‘Wederopbouwkerken in Overijssel’, het gaat daarbij om kerken die in de periode 1940 tot 1965 zijn gebouwd, inclusief de kerken die verrezen in de Noordoostpolder, de polder die in die tijd nog bij de provincie Overijssel hoorde.

Krishnamurti

Na de presentatie verzorgde Gerko Warner een presentatie van het religieuze leven in Ommen met aansluitend een bezoek aan het hart van Ommen, de hervormde kerk. Hij begon zijn verhaal net buiten Ommen op de Besthemerberg waar in de twintigste eeuw Jiddu Krishnamurti (1895-1986) zijn hoofdkwartier had. Krishnamurti stond aan de wieg van de theosofische vereniging. De in India geboren charismaticus belandde via de adellijke familie Van Pallandt in Ommen. De van huis uit hervormde baron was gecharmeerd van Krishnamurti en nodigde hem in 1924 uit om neer te strijken in zijn landgoed Eerde. Er ontstond een sterkamp waar in de zomer duizenden volgelingen en geïnteresseerden op af kwamen. Uit grote Europese steden als Berlijn en Parijs waren er treinen die zonder tussenstops rechtstreeks naar Ommen gingen. Krishnamurti brak uiteindelijk zelf in 1930 met de inmiddels gevormde orde van de ster van het oosten. Hij verzorgde lezingen over de hele wereld en onder meer de vermaarde Greet Hofmans was een volgeling van hem.

De Duitse paardenslager Werner Schwier (1907-1971) nam het voormalige sterkkamp over en zocht naar een nieuwe bestemming. Hij richtte het strafkamp Erika in, waar mensen die gebrouilleerd raakten met de Duitsers werden ondergebracht. Na de oorlog zijn er nog een tijdlang NSB-ers gehuisvest en uiteindelijk is het een vakantiepark geworden.

Rune-teken

Gerko Warner nam de bezoekers virtueel mee naar het buurtschap Besthmen. Hij vertelde dat de boerderijen een naam kregen, bijvoorbeeld Teusink heetten, waarna nieuwe bewoners als vanzelf de naam van de boerderij gingen dragen. Er was ook een boerderij van de bisschop. Dit ging om kerkelijke bezittingen. De mensen uit de buurtschappen trokken via kerkpaden en soms via een kerkbrug naar de godshuizen in Ommen. Ze kwamen twee keer per week in Ommen, op de zondag en op de marktdag. Warner refereerde aan vormen van heidendom die je nu nog op huizen kan vonden, zoals het kruis wat een kwartslag is gedraaid, een gebo-rune.

Het christendom in deze streek van Nederland is te danken aan Lebuïnus en Massalinus. De zendelingen trokken door naar Heemse, waar ze het witte kerkje stichten. Vlak voor de kerk is nog een grote offersteen te vinden. De naam van de heilige Brigida van Kildare is eveneens met de Ommer gemeenschap verbonden. De jonge beeldschone vrouw (overleden in 525) wilde non worden, maar haar vader was daar aanvankelijk tegen. De legende wil dat ze na een gebed een oogontsteking kreeg en er ontoonbaar uitzag. Het aantal huwelijkskandidaten slinkte navenant. Eenmaal toegetreden tot de Ierse kloostergemeenschap herkreeg ze haar schoonheid. Haar naam is verbonden met de hervormde kerk van Ommen en later met de rooms-katholieke parochie.

Protestantisme

De hervormde kerk heeft nog sporen van staanders waarop ooit de beelden in de kerk hebben gestaan. Toch heeft de beeldenstorm zelf niet echt plaatsgevonden in Ommen, merkte Gerko op, dat was meer een westerse aangelegenheid. Wel trokken legers van opstandelingen en staatsen door de streek en stuitten ze op elkaar op 17 juni 1580 tijdens de slag op de Hardenbergerheide. De staatsen wonnen. De regio gleed richting het protestantisme.

Op de kerk na waren nagenoeg alle huizen van hout gebouwd. Veel erfgoed ging dan ook in vlammen op, als het vuur zijn verwoestende werk weer eens deed. Iedere burger was weliswaar verplicht een leren emmer thuis te hebben voor het geval er brand uitbrak, het kon niet verhelen dat er geregeld hele straten werden weggevaagd door oplaaiend vuur. Bij zo’n stadsbrand in 1624 is ook de stenen toren verloren gegaan. Er is later een houten toren voor in de plaats gekomen, die veel goedkoper is en die aan een kant rust op een dwarsbalk die door de kerk loopt bij het orgel. De balk buigt enigszins door, zodat de toren al jaren niet helemaal recht oogt. De houten constructie is niet sterk genoeg om ook de klokken te dragen. Er is een klokkenhuis aangebouwd bij de kerk, waarin aanvankelijk drie klokken waren ondergebracht, maar de beruchte Bommen Berend en zijn cohorte hebben er in het rampjaar 1672 één verdonkeremaand. Een legende wil dat de derde klok in de haven is gevallen, maar men heeft er nooit meer iets van teruggezien.

De gereformeerde afscheidingsbeweging is nog aanwijsbaar in Ommen. Anthony Brummelkamp heeft in 1831 in de boerderij van weduwe Woertink de afgescheidenen toegesproken en er een gemeente gesticht. Albertus van Raalte, predikant in Mastenbroek en Genemuiden kwam enkele keren in de streek als rondreizend prediker. Het gaf veel deining.

Jeudenkarke

Een bijzondere plaats namen de joden in in dit deel van de provincie. De joden hadden slechts beperkt toegang tot de steden. Berucht is een verhaal van een joodse familie die aanvankelijk in Hardenberg woonde, enkele broers trokken tijdelijk weg, en bij terugkomst mochten ze zich niet hervestigen in de stad. In 1796 voltrok zich de burgerlijke gelijkstelling. Vanaf dat jaar konden joden zich ook vrijuit vestigen in Ommen. De meesten werkten als slager, als vilders of deden in kledingzaken. Er kwam rond 1830 een sjoel, een ‘jeudenkarke’ in Ommen met een eigen ritueel bad. Tot dat jaar moesten de rituele reinigingen plaatsvinden in het stromende water van de Vecht. Slechts één joods gezin overleefde de oorlog. De spullen van de joodse gemeenschap waren wel veiliggesteld. Ze zaten verborgen onder de vloer van het orgel in de gereformeerde kerk.

Foto: Gerko Warner voor de hervormde kerk van Ommen