Liedteksten 1995 – 2020


Hieronder volgen 26 liedteksten geschreven door ds. Johan Meijer uit Borne. Hij dichtte de teksten in de achterliggende 25 jaar. Hij geeft zelf vooraf een inleiding en legt onder de teksten uit wat de setting is van een lied. Aan het einde hebben we een register gemaakt, zodat bezoekers van deze website eenvoudig bij 'Pasen', 'Pinksteren', 'Kerstfeest' kunnen kijken of bij 'Huwelijk' of 'Jeugd' om suggesties voor liederen te vinden. De melodieën zijn vanuit bestaande bundels in te zetten en als dat lastig is, is er een melodiebalk opgenomen. De lezer mag de liederen vrij en rechtenvrij gebruiken, mits de naam van de schrijver wordt genoemd. 
 

inleiding

- tekst Johan Meijer - 

De liedteksten in dit overzicht zijn ontstaan in de jaren 1995- 2020. In deze vijfentwintig jaar ben ik op verschillende manieren betrokken geweest bij het organiseren van kerkdiensten, als student eerst, als predikant later tot op vandaag.

Het begon in Kampen, waar ik meewerkte in een taakgroep die maandelijkse diensten van Schrift en Tafel voor studenten organiseerde. Ieder half jaar had een eigen thema. Om iedere dienst in de serie op gelijke wijze te laten beginnen en eindigen ontstonden er enkele openings- en slotgroeten. Zo begon het. De eerste tekst, ‘Kom binnen’ schreef ik op een bierviltje. Jos Wijmans, cantor van het studentenkoor maakte de melodie. Het was een aparte gewaarwording toen ik op een dag iemand het lied hoorde zingen in een gang van de Theologische Universiteit.

Toen ik stage liep in de Nieuwe Kerk te Groningen, ontstond de eerste strofische tekst op een bestaande melodie. Dit lied, ‘Lang voor wij zijn geboren’, werd gezongen in een jeugddienst, waarin ikzelf voorging, najaar 1996.


Na een korte onderbreking ontstonden er in 1999 en 2000 nieuwe teksten. Enkele daarvan schreef ik voor jongerenvieringen in de Nieuwe Kerk, enkele maakte ik als Bijbellied bij een roosterlezing in diensten waarin ikzelf voorging. Eén lied ontstond ter gelegenheid van een onvergetelijke en naar later bleek historische (want laatste) Oecumenische Dienst in de Kathedrale St. Jozefkerk te Groningen, tijdens de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen. 

In mijn Sauwerdse jaren, predikant in mijn dierbare eerste gemeente, 2002-2008 zijn ook enkele strofische liederen ontstaan. Ik plande dat nooit, ik wachtte op inspiratie. Kijk ik terug, dan was 2006 een Geestrijk jaar, met als hoogtepunt de paascompositie 'Viermaal vernieuwd', die ik samen met mijn dierbare vriend, de musicus Halbe de Jong maakte. Met het afscheid van de kindernevendienstkinderen in Sauwerd, juni 2008, eindigde mijn Sauwerdse periode.


Ik werd predikant in  Borne. In de eerste jaren schreef ik geen liederen, maar vanaf 2012 werden er zo nu en dan (gelegenheids)liederen geboren. Bijzonder was het dat onze cantor Heleen Steenbergen en haar echtgenoot, de musicus, Gerrit Baas me uitdaagden om een communielied uit het Noors te vertalen, terwijl ik geen woord Noors spreek. Een werkvertaling was genoeg om een ‘vrij vertaald’ lied te maken. Er volgden meer. Er moge meer volgen, geïnspireerd door de Heilige Geest van de Levende God.

 

Borne, 1 juli 2020.


1. 
openingsgroet ‘Kom binnen.’

 

Kom binnen, kom binnen,

jij die het geloven kan,

of jij die niet meer weet.

Kom en hoor naar anderen,

die zeggen: ‘Ik geloof’

 

slotgroet ‘Ga ‘

 

Ga, ga,

jij die het weer geloven kan

of jij die nog niet weet.

Wees gesteund door woorden,

die wij hier samen hoorden.

Ga maar, weer je leven aan.

Ga maar weer je leven aan!

 

Kampen 1995,  bij een serie studentendiensten over credo’s.  melodie: Jos Wijmans

 

2. openingsgroet. ‘Kom van heinde’

 

Kom van heinde en van ver,

jij achter adem opgejaagd.

Stap aan boord van deze ark,

voor nieuwe adem,

even veiligheid.

 

slotgroet ‘Ga naar heinde ‘

 

Ga naar heinde, ga naar ver,

met iets van vrede in je hart.

En ga aan land, het droge op.

En adem van de frisse lucht.

 

Kampen 1995,  bij een serie studentendiensten, thema: ‘Beestenboel’ melodie: Jos Wijmans


3. 
Lang voor wij zijn geboren

 

1     Lang voor wij zijn geboren leefden ons mensen voor

vol twijfelende vragen, soms vallend, dan weer door.

Zij zochten en zij vonden verloren ook het zicht

kenden hun pijn en wonden hun duisternis en licht.

 

2     Als wij ons soms bedenken ‘ik kan het niet alleen’,

dan willen zij ons wenken de mensen van voorheen:

verhalend van hun leven hun vreugden, hun verdriet.

Weten wij ons omgeven, wij zijn de eersten niet.

 

3     In optocht door de tijden zien wij een blinkend spoor

van twijfelaars die strijden van mensen door en door.

Zij die de Heer niet zagen hebben Zijn stem gehoord,

zij durfden het te wagen, vertrouwend op zijn Woord.      

 

Groningen 1996,  voor een jeugddienst over de ‘wolk van getuigen’ op de laatste zondag van het kerkelijk jaar melodie: Een mens te zijn op aarde, Liedboek voor de kerken gezang 172  (dat op zijn beurt de melodie van psalm 128 - uit 1543-  heeft overgenomen)

 

4. Een lied over zes zintuigen in acht verzen

 

1     Menselijk zijn wij geschapen, luisterrijk

        met oren en ogen, bijna Godgelijk,

        om met reuk en smaak en horen en gevoel, gezicht

        Gods tekens te verstaan, te zijn op Hem gericht.

 

2     smaak

        Als een weldaad smaken vruchten van het land

        waar akkers en gaarden, liefdevol beplant,

        oogsten overvloedig schenken ieder die daar woont

        melk, honing, brood en wijn het goede leven toont.

 

3     gezicht

        Zie de schoonheid van de schepping al haar pracht

        de bloemen, de dieren, de sterren in de nacht

        en de mensen in wier ogen liefde leven is

        op wier gelaat het komend licht te lezen is. 

 

4     gehoor

        Hoor hoe stemmen juichen als een eng’lenkoor

        de tonen van vreugde klinken in het oor

        mensenmonden, instrumenten als een symfonie

        veelstemmig lovend God in warme harmonie.

 



5     gevoel

        Aangeraakt door warme liefde in het hart

        beminnend gestreeld, gekoesterd en aanvaard,

        voelt een mensenkind van meetaf dat het groeien mag,

        vertrouwend in het leven tot de oude dag.

 

6     reuk      

        Waar een vleug van toekomst het verlangen wekt

        een zweem van het voorjaar de neus tot vreugde strekt

        lentebloemen, nectar ruikend, geuren schoon en zoet

        daar leeft de mens naar zomertijd in overvloed

 

7     zesde zintuig

        Al wie door der wijsheid prikkel is gewekt

        om schoonheid te zoeken, waarheid, liefde, recht,

        legt opmerkzaam ‘t oor te luister bij het wijze woord;

        het horend hart verstaat wat bij het leven hoort. 

 

8     Zicht, geluiden, smaak en geuren,  het gehoor

        gegeven aan mensen alle tijden door

        om te horen naar een Stem, te zien het levend Licht

        Gods lentegeurend Rijk, dat lieve vergezicht. 

 

 

Groningen, 1999- 2000 . Een serie van 6 jongerenvieringen over de 6 zintuigen van de mens.  Gaandeweg het seizoen ontstond het lied. melodie: ‘Looft de Heer,  al wat gemaakt is’ . (Gezangen voor Liturgie 491, van het Souterliedeken ‘nu dyn leven’)

 

5. Rechtop en fier

 

1 Efeze           Rechtop en fier hebt gij weerstaan

       de leugen die verleidt;

       maar doe ook weer uw liefde aan

       zoals eertijds.

 

2 Smyrna       Verdrukkende gemene macht

       drijft graag u in het nauw;

       blijf daarom sterk, wend aan de kracht

       der liefde trouw.

 

3 Pergamum Zelfs na een brute martelmoord

       zijt gij niet afgeschrikt;

       weersta wel ‘t twijfelzaaiend woord

       dat u verstrikt.

 

4 Thyatira     Een boze tong slist aan uw oor

       en spoort tot ‘t kwade aan;

       geeft gij alleen mijn Stem gehoor

       van nu af aan.

 

5 Sardes        Word wakker, slapers, het is tijd

       het leven aan te gaan;

       de dode nacht verliest de strijd

       vanwie opstaan.

 

 

6 Filadelfia    Mijn sleutel opent deuren wijd

       voor alwie heeft volhard

       te zoeken naar gerechtigheid

       met heel het hart.

 

  1. Laodicea Wie rekent rijk, die telt zich arm

       met al het aardse goed;

       alleen Gods liefde maakt u warm

       met gouden gloed.

 

Groningen, september 1999: geschreven voor een dienst waarin dit lied werd gezongen afgewisseld met lezing van de 7 brieven uit Openbaring 2 en 3. Melodie: Wim Mennes (Weet Gij waarmee het koninkrijk, Liedboek voor de Kerken, gezang 55)

 

6. Lied van Licht tegen duister

 

1     Openbaring 12: 1-7

 

Licht der wereld, pas geboren

klein en kwetsbaar mensenkind,

uit een vrouw die uitverkoren

door de hemel werd bemind.

Maar een draak wilde het verslinden,

blind van haat,

wilde van het goede winnen

met zijn kwaad

 

2     Openbaring 12: 7-12

 

Oorlog werd het tussen beide:

Licht en duister voerden strijd.

Satan, slang, die aartsverleider

tegen de gerechtigheid.

Maar de duiveldraak moest buigen,

het gedrocht!

Hemel-eng’len hebben juichend

overmocht.

 

 

3     Openbaring 12: 13-18

 

In de hemel hard verslagen,

maar op aarde woedt hij voort,

kronkelend door mensendagen,

waar hij levenslicht verstoort.

Slang, die slist en schreeuwt en aanvecht

en verwart.

Draak, nóóit sterker dan wie oprecht

is van hart.

 

Groningen, oktober 1999: bij Openbaring 12. Melodie: Den singende swaen, Antwerpen 1655 (David heeft de reus verlagen/ Gelijk de witte zwanen, Liedboek voor de Kerken gezangen 10 en 269)


7. 
Gezegend

 

1     wij zegenen God 

 

        Gezegend zijt Gij, die hebt gegeven

        uit liefde het Kind van uw hart.

        Met Hem die ons voordeed te leven,

        zijn wij als uw Eigen aanvaard.

 

2     samen als kerken gezegend    

 

        Gezegend zijn wij op deze aarde

        met licht aan ons toevertrouwd

        oneindige Bron van genade

        waar liefde en wijsheid op bouwt

 

3     wij zegenen elkaar

 

        Gezegend met warmend licht van vrede! 

        Gezegend met gloed van de Geest,

        die Een maakt en aanvuurt tot liefde