Bijbel in moedertaal 

'Dass man Deutsch mit ihnen redet'. Dat is het motto van het Bijbelmuseum in Munster, op driekwartier over de grens bij Glanerbrug.In het Bijbelmuseum in de Werse-stad is van 3 mei tot 13 november 2022 een speciale tentoonstelling ingericht in het kader van '500 Jahre Lutherbibel'. Het Bijbels Museum maakt onderdeel uit van het Nieuwtestamentisch Instituut waaraan namen zijn verbonden als Nestle-Aland, de geleerden die het Nieuwe Testament in de grondtaal beschikbaar hebben gesteld voor de hele wereld. Want of je nu in New York of in Kaapstad met theologische vakgenoten een Bijbeltje in de grondtaal openslaat, het Nieuwe Testament wordt altijd gebruikt in de editie van Nestle-Aland van wie het instituut in Munster nog steeds toonaangevend is voor het Duits Bijbelgenootschap en de bijbelgenootschappen wereldwijd. 

Je realiseert het je niet altijd, maar deze Duitse regio is cultureel sterk verbonden met oost-Nederland. De historische banden zijn zichtbaar in de vredeszaal van het stadhuis in Munster, waar Nederland in 1648 na tachtig jaar oorlog voor het eerst internationale erkenning vond als staat. Het laat zich aflezen uit de Heliand die west-Duitsland en oost-Nederland met elkaar verbindt, vandaar dat Anne van der Meiden enkele jaren geleden de oud-Saksische Heliand liet uitbrengen in diverse streektalen die hun basis vinden in de Heliand, waaronder het Gronings, het Twents en de taal in Munsterland. En je ziet het in de inspanningen die men in dit Duits-Nederlandse grensgebied sinds jaren pleegt omwille van de Bijbel in de volkstaal. 


Het Duits Bijbelgenootschap voert in deze tijd een campagne om de Lutherbijbel weer onder de aandacht van de mensen te brengen. Het komt goed uit dat Luther de eerste proeven naar buiten bracht in 1522, nadat hij op de Wartburg in enkele maanden tijd het hele Nieuwe Testament drukproef klaar gemaakt had. Nadien zou het nog wel een jaar of negen duren voordat de hele Bijbel beschikbaar was, maar de teksten van Mattheüs tot Openbaring vormden op zich al een doorbraak. Een tekst die het gedachtengoed van de evangelisten en Paulus direct beschikbaar maakte in de Duitse volkstaal en dat op een moment dat er van een Duits volk of een eenheidstaal nog geen sprake was. Daarmee is de Lutherbijbel ook smaakmaker geworden van de Duitse eenheidstaal, zoals de Statenbijbel dat is geworden voor de Nederlandse taal, die ook pas in het begin van de twintigste eeuw een ABN-keurmerk (Algemeen Beschaafd Nederlands) kreeg. 

Het aparte is, als je in de kamer bent, waar pakweg honderd teksten en voorwerpen worden aangereikt over de Bijbel, dat de eerste teksten in de volkstaal een variant verraden van het Saksisch die ook vanuit de streektaal te volgen is, beter dan vanuit het ABN. Dat heeft natuurlijk te maken met diezelfde culturele eenheid die ik eerder noemde tussen oost-Nederland en west-Duitsland. 

De bijbeltentoonstelling wordt weliswaar gethematiseerd als '500 jaar Lutherbijbel' maar je vindt in de overzichtszaal van het instituut een bredere aanpak, die iets van de 4000 manuscripten laat zien waar het instituut over beschikt en die de vermaardheid van het instituut verklaren. Die teksten gaan terug op de eerste eeuwen. De tentoonstelling laat een voorbeeld zien van een tekst uit de vijfde eeuw, waarin op perkament iets te lezen is van Johannes 17; waar Jezus een gebed begint uit te spreken. 'Jezus hief zijn ogen naar de hemel en zei: 'Vader, de ure is gekomen'. Maar er is veel meer, onder meer materialen van Tischendorf (1815-1874), die in de Sinaï een gelijknamige codex vond. De actuele bijbeluitgaven die ten grondslag liggen aan onze NBV en NBV21 vinden hier hun basis. 


Luther zelf beschikte natuurlijk nog niet over deze grondteksten. Zijn voornaamste Griekse bron was de uitgave van Erasmus uit Rotterdam. Het museum toont een uitgave van hem die over heel Europa werd verspreid. En er is een gravure van Erasmus te zien, zeg maar een profiel, waar ds. G. Outhof wordt geciteerd, die in Emden werkte en in Kampen in de periode 1673-1733, die de filosoof - theoloog afgebeeld in het tweedimensionale vlak aanprees met de woorden: 
De grote Erasmus, wien het waereld-rond bekroont
Met lof, wordt in deez'Pront ten halve maar vertoont. 
Maar waarom niet geheel? Will niet verwondert wezen; 
Geen hele waereldt vat zo'n groten Man, als dezen. 


De tentoonstelling laat zien dat Luthers inzet voor een Bijbel in de volkstaal niet uit de lucht komt vallen. Er zijn voorbeelden van Bijbels uit de vijftiende eeuw in het Nederduitsch, waaruit de verwantschap met de volkstaal uit het Nedersaksisch naar voren komt. 

Er mag met waardering over Luther worden gesproken in het museum. Er zijn ook ontnuchterende teksten. Zo laat men enkele objecten uit zijn leven zien. Er is een kom gevonden bij opgravingen in Mansfeld waar Luther in zijn jeugd leefde. Opgravingen in zijn geboortehuis laten zien dat de familie Luder (Martin/Maarten Luther zelf veranderde de schrijfwijze van zijn achternaam pas in 1517 tot Luther) waaruit blijkt dat men over een rijke dis kon beschikken. Er zijn botten gevonden van zevenduizend dieren (waaronder varkens en zwijnen) en graten van vis, die een goed gevulde dis verraden. 

De tentoonstelling laat ook een zilveren reislepel zien, die gevonden is op de Wartburg. Het is bekend dat het om de reislepel van Martin Luther gaat, die hij aan zijn vriend Johann Caspar Aquila (1488-1560) heeft geschonken uit dank voor diens hulp bij het vertalen van het Oude Testament. Luther schijnt van hem gezegd te hebben: 'Als de Bijbel zou zijn verbrand en op de hele wereld niet meer te vinden zou zijn, zo zou er altijd nog wel een exemplaar opduiken bij Aquila'. 

Op de lepel zelf zijn allerlei teksten gegraveerd in het Hebreeuws en in het Latijn: 'De Heer is onze gerechtigheid. De Messias zal worden afgesneden. Christus is ons heil. Gods Woord is ons leven, licht, vrede, gezondheid en heil'.