Oecumene in Almere

Natuurlijk is er altijd onzekerheid rond de toekomst van een gemeenschap. Maar de vragen voor de samenwerkende kerken in Almere-Haven stapelen zich meer dan gemiddeld op. De parochiesamenkomst op 7 augustus 2019 geeft misschien meer duidelijkheid. In ieder geval is Anja Stam van de oecumenische werkgroep hoopvol als ze zondag 28 juli aan het einde van de viering vertelt over de bijeenkomst. Op het moment van schrijven moest deze bijeenkomst nog plaatsvinden. 

Almere-Haven heeft al vanaf het begin in 1976, toen Euft Verbaas predikant werd in Goede Rede (hij overleed in 2014), een oecumenische basis. Je ziet die instelling terug in de gezamenlijke aanpak in het kerkelijk centrum, de diaconie die breed uitwaaiert en periodieke vieringen die maandelijks met regelmaat terugkeren in de agenda. Ik besloot zo’n viering bij te wonen om zelf de toonzetting te ervaren. Het begon om half elf ’s ochtends, dus echt vroeg het bed uit was niet nodig.

Het was nog rustig, toen ik een half uur voor aanvang langs de grachten van Almere-Haven kuierde. Alleen de islamitische winkel El Idrissi was open; 'slager' noemde hij zichzelf, maar het leek mij meer een kruidenier toe met een breder assortiment dan halal-vlees. Ik liep over de kerkbrug bij de Goede Rede en over de daarop volgende kroegbrug. De namen van de bruggen getuigden van historisch besef, kennis van het idee dat in de oude stadskernen op het oude land de twee publieke ruimten van kerk en kroeg gearmd op het plein te vinden waren. Verderop liep ik langs het oorlogsmonument, een kalender die begon op 10 mei 1940 en doorliep tot 15 augustus 1945. Midden daarop een dolfijn, symbool van de vrijheid. Besef voor gelijkwaardigheid kan men de Almeerders niet ontzeggen. Langs één van de kaden zag ik op een gevel de gele tekst aangebracht: ‘Van de maan af gezien zijn we allen even groot’. Bij het restaurant ‘De Burgemeester’ sierden wandschilderingen de gevel. Alle burgemeesters vanaf 1976 waren er op te vinden. Han Lammers, de eerste; Cees de Cloe, Cees Rozemond. Veel PvdA-ers. De zevende in rij, Annemarie Jorritsma VVD, is de eerste niet socialist in de bestuurlijke dynastie.

Om ongeveer kwart over tien begonnen de klokken van Goede Rede te beieren. Gek. Op de één of andere manier had ik een zwijgen verwacht vanuit het besef dat nog geen twee procent van de bevolking van Almere daadwerkelijk bij een protestantse gemeenschap is aangesloten - en zelfs de optelsom van rooms-katholiek, Antilliaans, evangelisch en wat er verder maar aan richtingen te vinden is in de groene parel aan de meren, kan niet op een substantiële meerderheid bogen. Toch had ik het geluid kunnen verwachten, want landdrost Han Lammers had zich zelf nog ingespannen om de 47 klokken in het carillon bij de kerk letterlijk van de grond te krijgen. In het boek ‘Iconen van Almere’ had ik gelezen dat Goede Rede bij de gemeentelijke monumenten van de stad behoort. De beschrijving van Ans van Berkum relateert het kunstwerk op de buitenkant aan een woestijnlandschap en het werk aan de andere kant van de muur, waarop drie vrouwen staan, aan de drie denominaties die in deze kerk zich aanvankelijk verenigden (hervormd, gereformeerd, rooms-katholiek). Ik hou er mijn eigen interpretatie op na: de buitenkant doet mij denken aan het volk Israël bij de Schelfzee en de achterkant in de kerk roept gedachten op aan Mirjam, die de vrouwen voorgaat in een reidans, omdat het volk droogvoets door de Schelfzee kon gaan. In ieder geval past mijn interpretatie bij de vele waterstaatkundige symbolen die in de kerk zijn verwerkt. De boegen van een schip doemen op als je in de kerk zit en vier lampen aan weerszijden doen denken aan de roeispanen die de galjoenen ooit stuur en vaart moesten geven als er een windstilte was. De gedachten vermenigvuldigen zich als je in de kerk wacht op wat er gebeuren gaat.

Al bij binnenkomst merkte ik dat de gemeenschap hecht is. ‘Goedemorgen’ klonk het van enkele kanten. Er was koffie bij de bar. En alvorens je de kerkruimte binnenging, kon je een kaart van een naam voorzien die naar een opgenomen gemeentelid ging. Iemand gaf me een hand en reikte een liturgie aan. ‘Niets uit deze liturgie mag op web-sites of enige andere vorm of op enige andere wijze worden geplaatst’, stond er op de achterkant. Dat is jammer, want het zou een mooie gelegenheid zijn om de gang van woord en tafel breed uit te leggen. Toen ik er later naar vroeg, kreeg ik te horen dat men enerzijds rekening houdt met de rechten van auteurs, tegelijk is men voorzichtig, omdat men de gekozen oecumenische vormen als passend bij Almere wil bewaren en niet wil ventileren naar andere plaatsen en vieringen. Wie geïnteresseerd is, moet maar langskomen.

Er waren er zo’n zeventig, tachtig bezoekers, op deze zomerse zondag. Naast mij een man uit Arnhem. ‘Steenbergen’, stelde hij zichzelf voor. ‘Oorspronkelijk uit Drenthe’. Hij had met zijn vrouw huizen geruild in de vakantie. Ze hadden zich opgegeven en kregen een aanbod uit Almere. Ze wilden er eerst niet op ingaan. De bemiddelende organisatie drong aan. ‘Toen hebben we gezegd: Laten we het een keer proberen. Dat is nu al weer vier jaar geleden. En wat hebben we ons vergist. Wat is het hier prachtig! Wat kan je hier mooi fietsen. Wat is er veel groen. Wat valt er wat te beleven. We zijn al voor het vierde jaar hier, komen nu uit Poort en fietsen straks naar het Bos. We zijn nog lang niet uitgekeken’.

Renate Dorrestein

Het aanvankelijke oordeel van de man is het oordeel van veel buitenstaanders. ‘Almere is heel extreem in zijn diversiteit’, zei Renate Dorrestein in een interview met de Volkskrant. Ze was door het stadsbestuur van Almere uitgenodigd om een tijdje in Almere te komen wonen. ‘Iedereen heeft vooroordelen over Almere’, merkte ze en constateerde het gemeentebestuur eerder. Daarom kwam men in 2009 met het idee om drie schrijvers over de stad te laten schrijven. Maar dan niet van buitenaf, vanuit een buitencirkel, zoals zo vaak gebeurt, maar van binnenuit. Het initiatief leidde tot een drietal boeken: Stephan Sanders schreef ‘Iets meer dan een seizoen’ (2013), Renate Dorrestein kwam met ‘Weerwater’ (2015, een roman) en Redmond O’Hanton bracht ‘De Groene Stad’ (2018) uit.

Renate Dorrestein vertelde over haar ervaringen in Almere: ‘Ik vind Almere helemaal erg interessant. Een unieke combinatie van stedelijke en landelijke elementen’. ‘Hier is veel water’, voegde ze er als romanschrijfster aan toe, ‘je kan mensen moeiteloos laten verdrinken als dat in je verhaal past’. ‘En dan heb je die gekke A6 dwars door de stad, en naast die A6 kan je bramen plukken en een schaapskooi bezoeken’. Na een writer’s block kreeg Renate Dorrestein in Almere weer inspiratie. Haar roman Weerwater is daar het resultaat van.

‘Een roman is een soort Almere: Je begint met niks, en je moet rambam vanuit het luchtledige een hele wereld op de kaart smijten. Als je Almere binnenkomt, kun je bijna lichamelijk gewaarworden dat het een stad is zonder geschiedenis – en dus ook zonder historische ballast. Dat gegeven heeft denk ik metaforisch op me ingewerkt op deze plek kan ik ook mijn eigen ballast vergeten, op deze plek kan ook ik met een schone lei beginnen’.

De waardering kent overigens ook nuchterheid. Ze koppelt dat aan haar eigen ervaringen met de suïcide van haar zusje. Dorrestein vertelt in een interview met de Volkskrant: ‘Flevoland is de zelfmoordprovincie van Nederland’, heet het in Weerwater. ‘Ik begrijp wel waarom’, zegt ze. ‘Er komen nogal wat mensen naar Almere omdat ze een wooncarrière beogen: je begeeft je snel van het ene naar het andere huis, verbetert je omstandigheden makkelijk. Woningen zijn hier relatief goedkoop, met veel groen eromheen. Maar dat brengt met zich mee dat in Almere, Lelystad en Dronten nogal wat mensen niet zijn opgenomen in de sociale cohesie. Ze hiphoppen van de ene plek naar de andere, en lopen dus meer risico te vereenzamen als ze hun baan kwijtraken of scheiden. De hoge zelfmoordcijfers in Flevoland zeggen, met andere woorden, meer over het karakter van mensen dan van plaatsen’.

Rooms-katholieke parochie

Terug naar mijn oecumenische zoektocht in de grootste stad van Flevoland. Na afloop van de viering mijmerde ik nog wat door met Anja Stam en Rita Kremers over de bijzondere identiteit van de vieringen. Almere-Haven hoort bij de plaatsen waar de oecumene in het DNA van de mensen is opgenomen. De pioniers die vanaf 1976 de stad hebben opgebouwd, werkten vanaf het begin samen. Dat impliceert een grote bereidheid om in een tijd waarin kerken zich confessioneel strakker profileren, ook als oecumenische gemeenschap duidelijk gezicht te blijven houden. Dat lukt tot nu toe prima. Al zijn er in een tijd van secularisatie natuurlijk vragen. Het is voor de protestanten een hele kluif om het noodzakelijke budget voor kerk en dominee op te brengen. De rooms-katholieke parochie trekt zich qua plaats van samenkomst terug op een nieuw te bouwen kerk in Almere-Stad. De onderliggende filosofie van de rooms-katholieke kerk past bij de benadering die de oude volkskerk hanteert in andere steden, zoals in Amsterdam. Ook daar zie je een sterke concentratie op de kerkgebouwen binnen de grachtengordel. De van huis uit vrijgemaakte Jim Schilder, inderdaad gezinslid van de beroemde familie waartoe ook Aleid behoorde, is er priester geworden van de Nicolaasbasiliek. Ook daar bezoeken de nodige migranten de kerk en geven draagvlak aan de vieringen. Voor Almere-Stad staat priester Sander Koppers iets soortgelijks voor ogen.

In een interview met het Algemeen Dagblad vertelde Sander Koppers van zijn ambities als bouwpastoor: ‘Omdat Almere is gebouwd na de ontzuiling, werd het niet nodig geacht een katholiek kerkgebouw neer te zetten. Er staan hier alleen oecumenische kerkgebouwen, wij delen onze kerk al dertig jaar met protestanten. Dat gaat goed, maar in mijn parochie bestaat een diepe wens om een eigen, katholiek kerkgebouw te hebben. Voor ons, katholieken, is dat echt het huis van God, waar protestanten minder belang hechten aan het gebouw. Een eigen kerk draagt bij aan onze katholieke identiteit’. Het zijn vooral de migranten, die de vieringen bezoeken.

Katholieke christenen uit Almere-Haven hopen op ruimte om in het eigen stadsdeel continuïteit aan het werk te mogen geven. Er zijn allerlei constructies mogelijk, waarbij er enerzijds betrokkenheid is bij de Sint Bonifatius-parochie en anderzijds een oecumenische leefgemeenschap bestaat in het stadsdeel waarvan de Goede Rede veel meer is dan alleen een oecumenisch kerkgebouw, het is een ontmoetingsplek, waar mensen koffie drinken, waar diverse geloofsgemeenschappen samenkomen (na de oecumenische viering is er een Antilliaanse viering) en waar mensen elkaar kennen en groeten.

Ik had die zondag mijn fiets meegenomen achter op de auto. Ik nam me voor de oecumene te peilen in de jonge stad. Na de viering en na de koffie klom ik op de pedalen en begon mijn verkenningstocht. Ik wilde in ieder geval het floriadeterrein aandoen. Met collega-predikanten sprak ik over de mogelijkheid om als Flevolandse collegae gezamenlijke thema’s te bereflecteren. Thema’s die de samenleving een ziel geven, en die opkomen uit de klei en het zand van polder en vinex-locatie. De grote tuinbouwtentoonstelling die in 2022 de poorten opent, leent zich voor een collectieve thema's zoals: uitdaging en grens van nieuwe landbouwtechnieken, het voedingspatroon van de Nederlander, welness en fitheid van een nieuwe generatie. Daarnaast voel je als vanzelf een thema opkomen  als ‘saamhorigheid, cohesie, onderlinge verbinding’ als je kilometers lang huizenfronten passeert, nu eens opgeschilderd in geel, blauw of rood, dan weer meer anoniem verklonken in moderne ronde appartementencomplexen. Een gezamenlijke reflectie van pastores zou kunnen gaan over de levenswijze en de levensinstelling van Flevolanders, zal ik maar zeggen, en daarmee zou reflectie en contemplatie kunnen worden gestimuleerd.

Het floriadeterrein is op dit moment vooral een aaneenschakeling van zandophopingen en ontluikende toegangswegen, waarvan je vermoedt dat ze over een jaar de verdere contouren van een mini-paradijsje ingericht op massatoerisme zullen aannemen. In ieder geval zullen de kerken aanwezig zijn op de floriade met een eigen kapel. Alle bouwactiviteiten en reflecties zijn daar een voorbereiding op.

Reliboulevard

Ik fietste om het kunstmatige meer heen, het Weerwater, langs de filmwijk om uiteindelijk in de Indische buurt te komen. Ik wilde de Evenaar bezoeken in Almere Buiten. ‘De reliboulevard’ wordt de straat in kranten wel genoemd. De beschrijving deed me denken aan de ervaringen in Amerika, waar je soms vlak naast elkaar de godshuizen treft met grote parkeerplaatsen, waar mensen uit de regio elkaar wekelijks of vaker ontmoeten en een eigen bubbel vormen in het land van Trump, wat ooit het land van de ongekende mogelijkheden heette te zijn. De Evenaar stelde me niet teleur. Een lange avenue is het, uitlopend op een rotonde, die je verder het polderland invoert richting Oostvaardersplassen. Ze liggen er keurig statig te zijn. Uiteindelijk zit er tussen elk van de godshuizen nog wel een paar honderd meter aan woningen, of soms een restaurant en in het midden van de avenue zijn de courds aangelegd om te sporten: basketbal, tennis, voetbal. Moslims, boeddhisten, hindoes, ze hebben allen hun eigen heiligdom hier. Op de zondag dat ik er langs reed, waren het vooral bolwerken, soms bijna paleisjes, die het bestaansrecht van de religie allure leken te moeten geven, zonder dat er verder veel mensen waren.

Ook de christenen zijn aan de religieboulevard te vinden. Evangelische christenen hebben hier in 2016 een groot complex geopend passend bij de bolwerken die andere religies hebben ontwikkeld. De kerk heet ‘een missie centrum’. En getuige het bordje voor de ingang gaat het niet alleen om godsdienst, maar ook om een zorgcentrum, een jongerencentrum, een vrolijke kinderopvang, een loopbaanbegeleiding, een muziekschool, hulp en advies in het algemeen, een giftshop, een lunchroom. Het deed denken aan de beschrijvingen van de talloze migrantenkerken in de steden, waar de voorganger natuurlijk op zondag alle initiatieven neemt, maar ook door de week als een sociaal werker zich ontpopt en mensen helpt bij de aanpassingen bij de nieuwe cultuur en bij het invullen van belastingformulieren.

Terug van de Evenaar ging het richting Almere-Stad, het centrum van de groeikern in zuidelijk Flevoland. Het was druk op straat deze zondag. De winkels waren geopend. Alleen de openbare voorzieningen, zoals de bibliotheek, hielden het in de zomer op zondag voor gezien. Op straat flaneerden de diverse bubbels van de samenleving, waarbij mensen elkaar soms onverwacht aanspraken. ‘Ben jij al terug van vakantie?’, klonk het dan. Soms bevestigden mensen dat. Anderen zeiden: ‘Nee, ik heb dit kleurtje van het varen met de boot achter in de vaart. De vakantie heb ik nog tegoed’.

Lees ook: