Leviathan
Ken je dat? Dat je een woord bijna vergeten bent. Het speelt geen rol meer in je leven. Bij mij is het woord ‘Bullebak’ daar een voorbeeld van. Ik had dat monster nodig in mijn jeugd om niet te dicht bij de sloot te komen. Want daar woont de Bullebak. Maar daarna was de Bullebak weg. Soms komt een woord na tientallen jaren toch weer terug. Dat had ik met het woord Leviathan, ook al een monster. Ik ken Leviathan uit de tijd dat ik theologie studeerde. Daarna verdween het.
Ik moest weer aan denken toen ik naar het nieuws keek. Trump dreigde een land tot het stenen tijdperk terug te bombarderen. Poetin stuurde drones naar energiecentrales om het leven van mensen ondraaglijk te maken. Leonard Pfeijffer zei: “Wie lang genoeg in de afgrond kijkt, ziet dat de afgrond terugkijkt.” Dat beklemt. Het voelt alsof Leviathan jou bedreigt.
Op zulke momenten lees ik graag het Bijbelboek Job. God overlegt met zijn engelen. Ook de satan is erbij. God wijst hem op Job: een oprechte man. De satan zegt: ‘Dat is geen wonder. Hij is rijk gezegend. Maar laat mij mijn gang gaan en je zult zien hoe oppervlakkig het vrome vernisje aan de buitenkant is’. Job wordt zwaar getroffen. Hij krijgt zweren en moet buiten de stad wonen, om besmetting bij anderen te voorkomen.
Zijn vrouw zoekt hem op. En drie vrienden. De vrienden komen van ver, van over de hele wereld. Ze staan symbool voor de wijsheid uit alle volken, Siliconvalley. Maar ze kunnen de situatie van Job niet uitleggen.
Dan verschijnt God zelf. Hij laat zien dat er krachten zijn groter dan onszelf. Hij gebruikt daarvoor beeldtaal. Hij praat over ‘Leviathan’, een monster dat chaos brengt. ‘Zie jij kans, Job, de Leviathan met een vishaakje te vangen?’, vraagt God hem. Natuurlijk niet. Er is onrecht dat ons benul te boven gaat.
Juist daar grijpt God in. Dat hebben we met Pasen gevierd. Dat er machten zijn groter dan ons. We belijden dat Christus gestorven is op Goede Vrijdag. En de traditie stelt dan de vraag: Wat deed Jezus in het graf? En het antwoord luidt: Hij daalde neer in de hel en ontmoette daar Leviathan. Hij ontwapende het monster. Het monster is er nog wel, maar het heeft het niet meer voor het zeggen.
Calvijn legt uit dat de nederdaling ter helle deel is van Christus’ strijd tegen het kwaad. Door de komst van Christus komt er een einde aan de godverlatenheid, zelfs op de plek waar Leviathan woont. Christus opent daar de deur. Om Pfeijffer te parafraseren: Je kan niet naar de afgrond kijken, of je ziet dat zelfs daar licht vandaan komt.