Foto: de duiding van het 'lichaam van Christus' (archieffoto)
Hoe denken heidenen over het jaarthema van de PKN?
Het jaarthema van de Protestantse Kerk voor 2026 – 2027 is officieel: ‘Beweeg mee! Kerk-zijn in het krachtenveld van Christus’. De twee zinnen zijn aanvullend. Het gaat over ‘beweeg mee!’, met een uitroepteken een soort emotie, een soort flexibiliteit, een Geestontvankelijkheid suggereert. Het gaat ook over ‘het krachtenveld van Christus’. Dat geeft een identiteit aan van de kerk. Scriba Kees van Ekris haakt bij zijn reflectie op het jaarthema vooral aan bij dat tweede deel: bewustzijn dat de kerk iets van het mysterie vertolkt van Gods aanwezigheid op aarde. Kees van Ekris komt dan ook al gauw te spreken over ‘het lichaam van Christus’. Voor zijn gedachten, lees het interview op de website van de PKN (klik hier).
Laten we als denkoefening voor Overijssel-Flevoland proberen het idee van ‘het lichaam van Christus’ toe te denken naar de cultuur van oost-Nederland. Misschien kan het helpen om het bijzondere van Christus aanwezigheid op aarde als nieuw onder woorden te brengen. We kiezen de insteek van de theoloog dr. Henk Vreekamp, over wiens theologie in maart 2026 een symposium is gehouden in Epe in het kader van het feite dat hij tien jaar geleden is overleden (klik hier). Vanaf zijn emeritaat in 2002 heeft hij gewerkt vanuit een drieslag: de heiden – de kerk – de jood. Zou je nadenkend over ‘het lichaam van Christus’ en ‘de betekenis van Jezus van Nazareth’ op die manieren verrijkend over de Heiland, de Heer en Christus kunnen spreken?
Heidenen
Paulus voert het begrip ‘lichaam van Christus’ in. Dat is een begrip van Paulus, wat je verschillende keren in zijn brieven vindt. Als Saksen spreken over de eigen groep zullen ze deze abstrakte taal niet zo gauw gebruiken. Maar het besef dat de groep om je heen belangrijk is, is juist wel aanwezig. Geen regio in Nederland waar 'naoberschap' so sterk ontwikkeld is. Het idee van ‘goed volluk’ en ‘vreemd volluk’ is de Saksen op het lijf geschreven. Het gaat dan om mensen die bij je kennissenkring horen en mensen die er buiten vallen. Zij die er buiten vallen zijn niet per se slecht, maar ze zijn je wel vreemd. Je verdiept je in het goede volk, in de eigen kring. De eigen kring houdt zich met dezelfde zaken bezig als waar jij je mee bezig houdt. Ze zijn aanwezig op hetzelfde erf.
Wie op woordkeus alleen kijkt naar de trefwoorden in de Heliand komt bij woorden als ‘gezellen’ en ‘thegnen’. Dat is een overzetting van 'discipelen' naar de cultuur van de Middeleeuwen. Bij gezellen moet je denken aan de leerlingen, de ambachtslieden die zich verenigen rond een leermeester. Het is een leergemeenschap. En het is tegelijk een gilde, een groep die op een zelfde manier in het leven staat en die gezamenlijk de markt bewerken. Bij ‘thegnen’ moet je denken aan een krijgsheer die met een groep militairen samen optrekt. Het is de ridder met het voetvolk. Ze voeren een zelfde strijd. Ze kennen een soortgelijke aanvechting. Dat soort Saksische woorden herkennen we in de catechese van christenen tot vandaag de dag.
Joden
Hoe zat het oorspronkelijk in het Jodendom? Jezus heeft kenmerken van een rabbi met leerlingen. Zo spreken ze hem aan (Joh. 1: 38 en Joh. 20: 16). Meer dan de ‘gezellen’ is het een geestelijke leergemeenschap, mensen die een levensvisie. Hij is degene die aansluit bij de Tora en deze uitlegt. Het woord ‘Meester’ ligt dichtbij dat woord ‘Rabbi’.
Jezus brengt daarin nieuwe elementen. Hij gaat over zijn betekenis in gesprek met de leerlingen. 'Wie zeggen jullie dat Ik ben?'. Het is aanvankelijk een lastige vraag voor de leerlingen. Ze hebben associaties met een profeet. Jezus is vooral profeet. Hij lijkt op Johannes de Doper. En hij lijkt op Elia. Dat sluit aan bij zijn persoon als leermeester, waarbij de profeet hernieuwde inspiratie geeft.
Als we de evangelisten lezen, zijn er ook andere verbinden. Zij linken zijn persoon bijvoorbeeld ook naar het koningschap. Ze leggen zorgvuldig uit hoe Jezus qua stamboom teruggaat op David. David hoort bij de stam van Juda. In de Saksische Heliand is die lijn ook opgepakt. Het koningschap wordt daar in respectvolle zin genoemd; het gaat zo ver dat bij de geboorte van Christus de herders in de velden niet meer op schapen passen, maar op paarden. De onderliggende gedachte is: Een koning is iemand boven ons, die respect verdient.
Klassiek in de kerk is de drieslag ‘koning, profeet, priester’. De priesterlijke lijn vind je in teksten als: ‘Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem opbouwen’ (Johannes 2: 19). Het vertolkt het mysterie van zijn dood en opstanding, aanhakend bij de tempelbouw. Paulus zal die lijnen nog scherper tekenen door op de kern van de tempelcultus door te gaan en te spreken over het offer van Christus.
Kerk
Een andere benaming die je onder invloed van het Griekse denken tegenkomt is: ‘Heer’. Daarin komt iets van zijn goddelijke natuur aan de orde (Joh. 6: 68). De uitwerking van die goddelijke kant kom je op enkele plaatsen tegen, bijvoorbeeld in de Petrusbelijdenis: ‘U bent de Christus, de Zoon van de levende God’ (Mat. 16: 16) en Johannes schrijft: ‘Deze (woorden) zijn geschreven opdat u gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en op dat u gelovende het leven hebt in zijn naam’.
Het is alsof men in de gaten heeft dat daarin al een Griekse vertaalslag is verwerkt. Vandaar dat het geregeld gecombineerd wordt met ‘Christus’, ‘Gezalfde’. Het is dus een Heer, maar niet in de Griekse wijze, maar met profetische elementen. Om het Joodse element nog eens te onderstrepen komt ook de keus ‘Heer, Zoon van David’ voor.
Afrondend kan je voorzichtig de typeringen doortrekken. De heidenen zetten in op de vertrouwde groep, de Joden denken vanuit de lerende groep en de kerk zet in vanuit de verheerlijkende groep. Het zijn verschillen qua accenten waarmee men inzet; samen reiken ze de volheid aan van een gelovige benadering. Zou je het zo mogen zeggen?
Wil je meedenken over de uitwerking van dit thema? Je kan reageren en mogelijk plaatsen we je bijdrage op deze website.