Feest van de Geest

Tientallen kerken in Overijssel zijn tussen Hemelvaart en Pinksteren langer open. Van de Westerkerk in Kampen tot de Grote Kerk in Blokzijl. Van de doopsgezinde kerk in Giethoorn tot de Dorpskerk in Olst. Het is leuk om naar binnen te gaan en de sfeer van zo’n kerk op te snuiven. Maar er is meer. In de kerken is kunst te zien. Schilderijen van kunstenaars uit de streek. En textiel en beelden. De bezoekers maakt kennis met de muzen van de kunsten. Het festival duurt tien dagen en heeft de naam ‘Feest van de Geest’.

Ik vind het een goede keus om kunst aan te bieden in de periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. Beide feesten zijn best ingewikkeld. Met Hemelvaart denken we aan Jezus die naar de hemel gaat. We kunnen geen foto meer van hem maken. Het verhaal zegt: ‘Een wolk onttrok hem aan het oog’. In onze tijd zouden we zeggen: ‘Hij is in nevelen opgelost’. Voor veel mensen voelt dat vaag. Dat is met Pinksteren ook zo. Met Pinksteren staan we er bij stil dat God nu als Geest in ons en onder ons aanwezig is. Ook dat kunnen veel mensen zich moeilijk voorstellen. Juist daar waar religieus analfabetisme toeslaat, kan kunst ons redden.

Kunst kent namelijk niet de beperking van het woord. Een woord heeft een specifieke betekenis. Het maakt onderscheid en bakent af. Kunst werkt anders. Kunst roept beelden op en gevoelens. Het ene beeld heeft nog geen wortel geschoten of er komt weer een ander beeld over heen. Kunst gaat over de werkelijkheid, maar ook over fantasie, dromen en verlangens. Soms ook over geheimen. Daarom passen kunst en geloof goed bij elkaar. Ze gaan beide over het onzichtbare, over dingen die verder reiken dan beperkte logica.

Ulie van Ittersum, betrokken bij de organisatie van het festival, zei het als volgt in het blad Zondag: “Kerk en kunst hebben allebei iets overstijgends, iets dat boven het menselijke bevattingsvermogen uitgaat.”

Nu zou u, beste luisteraar, kunnen denken dat de kunstenaren in de kerk allemaal bijbelverhalen uitbeelden. Als u dat verwacht, moet ik u teleurstellen. Marjan Grimme uit Meppel maakte bijvoorbeeld een schilderij met een vrouwengezicht. Haar ogen zijn bijna dicht. Op haar schouder zit een uil met een scherpe blik. Als ik er naar kijk denk ik: Gaat het met die uil over de wijsheid van de vrouw? Of gaat het met die toegeknepen ogen juist over de gespletenheid van de vrouw? Die twee gedachten rollen over elkaar heen en brengen me in verwarring. Want wat zegt het over mij, dat ik bij een vrouw met toegeknepen ogen direct aan gespletenheid moet denken? Dat kan kunst dus allemaal oproepen.