Gespreksmateriaal 'De Bijna+Bisschop'

Er kunnen bij de diverse hoofdstukken vragen worden voorgelegd aan een groep. We doen een aantal suggesties.

Bij hoofdstuk 1:
1. Herkent u de gedachte uit 'één en ander' dat nieuwe ontwikkelingen vaak beginnen in iets grotere plaatsen? Zit er ook een gevaar aan zo'n benadering? 
2. Herkent u  de aversie tegen een boordje of vindt u het juist wel verstandig om als kerk middels de kleding op bepaalde momenten zichtbaar aanwezig te zijn? 
3. Deelt u de visie van de synode dat de protestantse kerk weg moeten blijven uit een structuur waarbij dominees te veel los van een ambtelijke vergadering werken? 
4. Als u naar uw eigen plaatselijke situatie kijkt, waar zou u met schuurpapier willen werken in de hoop meer glans te krijgen? 
5. Kunt u in uw eigen plaatselijke situatie mensen noemen die gezicht geven aan diverse onderdelen van het kerkenwerk? 

Bij hoofdstuk 2: 
1. Kunt u in uw eigen situatie voorbeelden geven van werk, dat aanvankelijk hoog werd ingeschat (engelenperiode), maar na enige tijd terugviel om uiteindelijk op menselijke maat goed te functioneren? Zou dat doel ook bereikt zijn als de engelenperiode had ontbroken? 
2. Denkt u dat de kerk op dit moment in een breukljn zit, waar de kerk totaal anders uit zal moeten komen om bestaansrecht te hebben? 
3. Denkt u dat uw kerk beleid kan maken op die mensen die wel zeggen te geloven maar dat niet per se verbinden met kerkelijke loyaliteit? 
4. Kunt u in eigen kring hardop consequenties benoemen als u uw kerkelijke gebouwen omdenkt van een 'gebedshuis' naar een 'levenshuis', waarvan de gebedskapel een onderdeel uitmaakt? 
5. Ziet u het als een verrijking of een verarming indien predikanten en kerkelijke werkers meer regionaal het werk structureren en er dus plaatselijk en in de wijk meer andere gezichten binnenkomen? 

Bij hoofdstuk 3: 
1. Als u de wijzigingen overziet die de kerk in de achterliggende twintig jaar heeft ondergaan, welke daarvan vindt u gezond en welke daarvan zou u liever hebben vermeden? 
2. Vindt u dat de bovenplaatselijke organisatie van de kerk zich vooral rekkelijk moet opstellen of zijn er situaties te benoemen waarin u voor een preciezere benadering zoudt willen pleiten? 

Bij hoofdstuk 4: 
1. Zou u in staat zijn een brief uit de toekomst te schrijven vanuit uw eigen ervaring in de plaatselijke gemeente aan een nichtje dat mogelijk kerkenraadslid wordt? Welke elementen zou u dan benoemen? 
2. Zou u trefwoorden kunnen noemen die voor u met geestelijk leiderschap samenhangen? 
3. Welke karaktertrekken ziet u voor uw eigen regio als relevant onder diverse groepen van mensen aanwezig? 
4. Welke vreugde beleeft u aan de kerk als u daarin werkzaam bent als ambtsdrager of als taakdragende? 
5. Aan welke beloften van God trekt u zich op in uw praktische kerkenwerk? 

Het is ook mogelijk één van de foto's te gebruiken uit de bundel en deze vijf voor te leggen aan een groep met de vraag: Welke foto sluit het beste aan bij uw gedachten over de kerk anno 2025. Het gaat daarbij niet zozeer om de feitelijke afbeelding, als wel om de gevoelswaarde die de deelnemer heeft bij de gebruikte foto. Het gesprek steekt dus in bij de affiniteit en het gevoel. 

Wie meer formeel over de kerk anno 2025 wil nadenken, kan op de website van de protestantse kerk een rapport downloaden met de titel 'Kerk 2025'. Wie vanuit een bijbelstudie over één en ander wil spreken, zou de schriftlezingen kunnen oppakken die aansluiten bij 'verbindingsdienst', dat zijn Jozua 19: 32-39, Lukas 5: 1-6 en 1 Korintiërs 12: 12-16, 18. 

Dan nog de foto's die voor fototaal gebruikt kunnen worden, zoals hierboven omschreven: