Afscheid van Raad

‘Iedereen was het er over eens, dat we samen afscheid van Klaas moeten nemen, behalve Klaas zelf’. Met die woorden gaf Dirk Gudde, voorzitter van de Raad van Kerken, de worsteling weer die in mijn hoofd en hart tolde de afgelopen maanden. Alles wat Kübler-Ross op papier heeft gezet over rouwprocessen speelt op, zodra je nota bene zelf gezegd hebt dat je gaat vertrekken. Er is protest, gelatenheid, neerslachtigheid, ontkenning tot er zoiets komt als nieuwe doelen stellen. Een gemarkeerd afscheid impliceert dat je de situatie die jezelf hebt gekozen onder ogen moet zien. Er is geen weg terug. Er is geen ‘klein beetje weg’. Je zet een punt.

De dag voor het feitelijke afscheid is waarschijnlijk het moeilijkst. Ik zat in Heerenveen achter een bureau en het pingeltje van de computer leek ieder kwartier te gaan. Weer iemand die een mail begon met: ‘Helaas’. Ze zegden af. Ik kon er niet zoveel van zeggen. Zelf was ik al helemaal niet van het nalopen van recepties en afscheidsmomenten. Ik had er domweg geen tijd voor, vond ik. Nu het mezelf betrof had ik de neiging te stipuleren tot: ‘Ze maken geen tijd voor mij’. Een vrij onbarmhartige manier van kijken, zowel naar de ander, als uiteindelijk ook naar jezelf, omdat je met zo’n interpretatie uiteindelijk eenzaam in het leven staat, terwijl dat helemaal niet nodig is.

Het weemoedige slachtoffergevoel verdampt op het moment dat je bij het feitelijke afscheid de mensen in de ogen kunt zien, die een paar uur bestemmen om je uit te zwaaien. Een weldadig bad. Het spannendst blijven de dingen die men je toeschrijft; of door de microfoon, of bij het slangetje dat zich vormt bij de receptie. De feiten zijn wel bekend. Maar het is de flow waarin men de feiten ordent die fascineert. Sommige mensen zijn zo gunnend dat ze in de euforie van het moment hele manifestaties aan je toeschrijven, waarvan ik zelf wel weet dat anderen een beslissend voortouw hebben genomen; Rachel bij de kerkproeverij, Margriet bij een theologische bezinning, Beppie bij een perfecte styling. Op andere momenten dreigt een gesprek langs de rand van het wegglijden te gaan, als de gast in een moment van eerlijkheid ook hobbelingen benoemt. Als lijdend voorwerp ben je dan geneigd om opnieuw naar anderen te wijzen, die jij eerst moest overtuigen, voordat je richting zege kon gaan.

Ik had me niet gerealiseerd dat je zoveel cadeautjes krijgt bij het afscheid. Veel boekjes. Veel flessen wijn, echt goede wijn, die voorbij het basisassortiment van Gall en Gall gaan. Bijzondere cadeaus ook die een ereplek krijgen in huis. Natuurlijk het schilderij van Anne van der Meiden dat de Raad mij gaf. En ook de wijze uil die ik kreeg van een beraadgroep. Het is niet zozeer de materie zelf. Het is vooral de sacramentele waarde van een gezamenlijke overtuiging: de oecumenische gedachte blijft ons verenigen.

Dank vrienden. En nu verder.

Klaas van der Kamp

Foto boven: Fragment van het schilderij dat ik van de Raad van Kerken kreeg bij het afscheid; het is gemaakt door Anne van der Meiden, een man van wie ik veel boeken heb, van wie ik boeken kreeg, die ik navolg bij de diensten in de streektaal en die opvattingen heeft over massacommunicatie en marketing die me hebben gevormd. Veel had ik dus al van hem, maar nog geen schilderij. Dit doek is van 2012, als ik het wel heb. Anne heeft twee genres van schilderwerk: Twentse taferelen en stillevens met bloemen.  
Foto onder: Onder de talloze cadeautjes die mensen gaven. Wat een feest om dat 's avonds thuis in de stoel uit te pakken. En wat balsemt het de wonden van het afscheid; ze houden iets van het gevoel tastbaar. 

Binnenkort plaats ik op deze website het afscheidsverhaal over 'beeldcultuur'.