Protestanten doen mee met processie

Je hoort het zelden. Dat protestanten een processie helpen organiseren. Maar zaterdag 23 juni gebeurt het wel in Deventer. De PKN werkt samen met de rooms-katholieken, de russisch-orthodoxen en de doopsgezinden/remonstranten en verzorgt een processie door de binnenstad. Onder begeleiding van muziek en zang wordt de reliekschrijn door Deventer getrokken, om de stichter van de stad, Lebuïnus, te eren. De feestelijkheden passen bij de viering het hele jaar door van 1250 jaar stad Deventer.

De dag van het overbrengen van de overblijfselen/relikwieën van Lebuinus is in Deventer eeuwenlang gevierd als het Feest van de Translatio van Sint Lebuïnus. Uiteindelijk hebben de relikwieën een plaats gekregen in de R.K. Broederenkerk, waar ze in een fraaie reliekschrijn bewaard worden. 

De aankomst van prediker/monnik Lebuïnus betekende het begin van het christendom in het gebied dat nu Deventer is. Het middeleeuwse Deventer kende twee feesten rondom haar stadsheilige: 12 november als de sterfdag van Lebuïnus en 25 juni als het overbrengen van zijn gebeente naar de door Ludger gebouwde Grote of Lebuinuskerk. Dit laatste feest wordt genoemd: Translatio Sancti Lebuini.

Op 23 juni wordt de stichter van de christelijke kerk in Deventer en omstreken geëerd door middel van deze processie. Want ook vandaag de dag is het christendom volop aanwezig in Deventer. De processie heeft een lengte van 1,5 kilometer. De route begint bij de Bergkerk, en gaat via de Lebuïnuskerk naar de Broederenkerk. Iedereen wordt hartelijk uitgenodigd mee te lopen. De tocht begint om 13.00 uur en zal ongeveer tot 15.30 uur duren.

Gemeene Leven

Als je toch eenmaal in de stad bent, loont het de moeite om ook de expositie ‘Thuis in het Gemeene Leven’ te bezoeken. In de expositie wordt aandacht besteed aan de gebouwen die rond 1500 op het Lamme van Dieseplein stonden. In die tijd leefden hier de broeders en de zusters van het Gemeene leven, de volgelingen van de Moderne Devotie van Geert Groote. Er was een refter, een ziekenzaal, een kapel en diverse andere gebouwen. Maar hoe zagen deze gebouwen eruit? En hoe werden ze gebruikt? 

Met een virtual reality bril (Occulus Rift bril) kan je de gebouwen bekijken. Voor de expositie kan je terecht bij het Museum Geert Groote Huis, Lamme van Dieseplein 4.

Canon

Je kan ook een bezoek brengen aan de Broederenkerk, Grote of Lebuinuskerk en het Penninckshuis. In elk van de kerken is een canon te zien van 1250 jaar religie. De tentoonstelling toont in negen periodes de ontwikkeling van de belangrijkste religie in Deventer; het christendom. Het begon in 768 met Lebuinus, Liafwin, en sinds dat jaar staat Deventer, met dank aan het christendom, in de boeken die bewaard zijn gebleven. In de loop der tijden werden vorm en inhoud vaak vernieuwd om ‘geloofwaardig’ te zijn. Na Lebuinus zijn Geert Groote (1340-1384) en Revius (1586-1658) de meest bekende personen die wilden hervormen. Na 1800 ontstaat er ruimte voor andere bewegingen en godsdiensten, zoals het Jodendom. De Islam maakt haar intrede in Deventer in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Al met al levert ‘1250 jaar religie in Deventer’ een boeiend en veelkleurig godsdienstig palet op.

Lebuinusmetten

Wie wil kan later nog eens terugkomen. Want het hele jaar zijn er feestelijkheden. We noemen nog één zo’n event: Op 18 november kan men de Lebuinusmetten beluisteren. Dat zijn metten die in de 12e eeuw speciaal voor de feestdag van deze heilige gecomponeerd.

In de 11e eeuw werd het gebeente van Lebuïnus, die het christendom naar Deventer bracht, overgebracht naar de pas gebouwde Grote kerk. Voor die gelegenheid is het officie van St.-Lebuïnus gecomponeerd. Daarvan zijn de metten het indrukwekkendste gedeelte. Wie de componist is van deze gregoriaanse gezangen is onbekend, zoals meestal in de Middeleeuwen. Ze staan opgetekend in het 12e-eeuwse Antiphonale van Utrecht. Stan Hollaardt, dirigent van de schola Cantorum Karolus Magnus, heeft het handschrift op vierkante gregoriaanse noten gezet en het ritme van de gezangen erbij genoteerd. Onder zijn leiding hebben de zangers het zangrepertoire ingestudeerd. 


De van oorsprong nachtelijke gezangen van de monniken in de kloosters worden ‘metten’ genoemd. Ze heten ook we ‘nocturnen’, dat nachtwaken betekent. Van alle gebedsuren in de kloosters duren de metten het langst. Ze bestaan uit drie nocturnen. Elke nocturne bestaat uit psalmen, antifonen, responsories en lezingen. De metten beginnen met een openingsgezang (invitatorium) en een hymne, en eindigen met het ‘Te Deum’. De Schola Cantorum Karolus Magnus uit Nijmegen zal de metten in een verkorte versie uitvoeren.

Foto: Processie (open internet, Ronald Hissink)