Burgemeester Hengelo waardeert religie

Meestal zijn het de kerken die bij de burgerlijke overheid aankloppen en om aandacht vragen. Maar in Hengelo ging het andersom. Voor burgemeester Sander Schelberg was het een wonderlijke ervaring dat de voorgangers van de verschillende kerken niet gezamenlijk bij hem op de stoep stonden. Hij had in andere gemeenten de ervaring dat een pastoresoverleg zinvol is. En dus riep hij de pastores op samen op te trekken.

Sander Schelberg liet zich interviewen door het Nederlands Dagblad. De krant publiceerde het gesprek op 22 september. Schelberg: ‘Toen ik hier kwam, ontdekte ik dat er geen pastoresoverleg was. Ik zei: ‘Kom op, we moeten elkaar kennen!’ In mijn vorige gemeente kwamen twee stellen om bij een vliegramp. Doordat ik hun dominee kende, kon ik toen snel schakelen’.

De VVD-burgemeester onderkent blijkens het interview het maatschappelijk belang van de kerken. Hij verwijst onder meer naar het stille diaconale werk. De voedselbanken zijn door de kerken opgericht en ze zijn een zegen, aldus de Hengelose burgervader. Want ze helpen mensen die dubbel pech in hun leven hebben, problemen die je met een uitkering niet oplost.  

Sander Schelberg groeide op in Weerselo, waar zijn vader burgemeester was. Hij maakte zelf carriere via binnenlandse zaken en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Schelberg was burgemeester in Schermer, Teylingen en sinds 2012 van Hengelo. Hij is lid van de rooms-katholieke kerk en in tegenstelling tot Klaas Dijkhoff, zo lijkt het, heeft hij geen plannen zijn lidmaatschap te beëindigen.


Elk jaar schrijft Schelberg een zegenbede boven de deurpost van zijn huis. Christus Mansionem Benedicat - Christus Zegene Dit Huis. De afkorting van die zegenbede, met jaartal (C+M+B 18) schrijft hij altijd met Driekoningen in krijt boven zijn deur. Hij is een rooms-katholiek die allesbehalve verlegen is met de betekenis van geloven, voor hemzelf en voor de samenleving. ‘De vier pijlers van de katholieke sociale leer vormen de basis voor al mijn handelen: de menselijke waardigheid, een goede samenleving, solidariteit en subsidiariteit (al wat op het grondvlak kan, moet je niet van bovenaf regelen)’.

Over het belang van religie zegt hij verder tegen het Nederlands Dagblad: ‘We zijn geen optelsom van louter individuen. We leven in een wijk, een stad, een land, de wereld. Ik gun de samenleving, die wel erg vluchtig wordt, die interesse voor de medemens. En een vorm van religie is daarvoor noodzakelijk als drijfveer’.

Foto: Nederlands Dagblad