Vooral ‘dank je wel’ zeggen

‘Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt in de tien jaar dat je bisschop bent geweest?’ Ik stel de vraag aan Jan Jansen, bisschop van de evangelisch-lutherse kerk in de regio Oldenburg. Dat raakt net niet aan de Nederlandse grens. Zijn naam is heel Nederlands. Maar hij is Duitser. Ik heb hem ontmoet bij het Centraal Comité van de Wereldraad in Geneve op 16 juni.

We zaten bij de Europese afgevaardigden. Hij sprak me aan. Hij gaat eind 2018 naar Nederland, naar Rotterdam, om daar te werken als predikant voor Duitse zeemansmissie in de havenstad. ‘Een baan waarin het allemaal bij elkaar komt: mijn interesse voor interreligie, voor oecumene, voor mensen’. Hij oefent zijn Nederlands op mij.

Dan verneem ik van hem dat hij na tien jaar zijn bisschopsstaf neerlegt. Het is de meest gebezigde bijnaam voor de classispredikant. Ten onrechte, omdat de synode duidelijke taal heeft gesproken. Tegelijk wel begrijpelijk, omdat de lutherse bisschop een verantwoordelijkheid krijgt voor een regio. ‘Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt?’ herhaalde ik mijn vraag. Jansen denkt even na en zegt dan: ‘Ik heb geleerd ‘Dank je wel’ te zeggen. Dat is het belangrijkste. Ik heb in mijn ambt veel predikanten bezocht. Het gaat vaak om mensen die met eindeloos geduld hun werk doen in de plaatselijke gemeente. Natuurlijk geven ze vaak een andere invulling aan het werk dan ik zelf zou doen. Maar ze staan er toch maar. En ze zetten door. Week in, week uit. En dat doen ze allemaal voor de kerk en de Heer van de kerk. Dat maakt bescheiden. Daarom begin ik ieder gesprek met ‘Dank je wel’ te zeggen’.

Jansen: ‘Ik heb dat geleerd van de mensen in Ghana. Daar was ik ooit op bezoek. Daar doen ze dat allemaal. En ik vind dat mooi en naar predikanten toe vind ik het terecht. Ze verzetten heel veel werk. En er zijn te weinig mensen die dat in de gaten hebben en die dat benoemen. Ik begin er mee: ‘Dank je wel’’.

Jansen stelt zich bescheiden op. Toch maakt zijn wikipedia-beschrijving duidelijk dat hij in de Duitse kerk het nodige werk heeft verzet. Hij maakte een reorganisatieplan. ‘Dat is in veel regio’s aan de orde. Het gaat er vooral om dat de lutherse predikant niet alle werk alleen doet, maar vrijwilligers leert in te schakelen’, zegt hij er nu van. De andere benadering is mede ingegeven door het teruglopende budget, al hebben de Duitse kerken in vergelijking tot de situatie in Nederland niet te klagen.

Veel mensen waren verbaasd, toen Jansen zijn ambt in Oldenburg neerlegde. ‘Ik vind het goed na tien jaar. Ik ga een andere uitdaging aan’.

Hij maakte een zelfde conclusie, die ik zelf eerder trok en die ook Olav Fykse Tveit na tien jaar secretaris-generaal te zijn geweest van de Wereldraad heeft getrokken. Daarvan legde een quaker-afgevaardigde in de bus terug uit het vergadercentrum naar het hotel me uit: ‘Ik snap dat wel van Olav. Na tien jaar heb je veel routines. Die zijn nuttig. Maar tegelijk stel je je daardoor minder kwetsbaar op. En kwetsbaarheid is een voorwaarde om ook empathisch, verwonderd en enthousiasmerend te zijn’.