Morgengebed

Pas toen ik de kerk binnenstapte, snapte ik waarom er geen voorganger op internet werd genoemd. Er was geen voorganger, nee ik moet preciezer zijn: er was geen dominee. Het was een zondag waarop ik zelf geen dienst had en vakantie vierde. Mijn dochter en schoonzoon wilden een paar kerken met mij bezoeken om te kijken of er een kerk bij zou zijn waar ze hun huwelijk konden laten inzegenen. Ik had zelf de Bantsiliek genoemd, de prachtig gerenoveerde kerk in de Noordoostpolder, waar ooit de rooms-katholieke parochie eigenaar van was en waar nu de protestantse gemeente iedere zondagochtend samenkomsten organiseerde. Naar mijn smaak een prachtig vormgegeven kerk, intiem en toch volop kerk, laagdrempelig en toch volop een gewijde ruimte, kortom: een geslaagde renovatie om de kerk in het ‘centrum’ van het dorp kerk en ontmoetingsplaats te laten zijn.

We kwamen net op tijd aanrijden in Bant. Henk en Bartha Tiesinga stonden bij de deur en gaven ons een hand. Hoe we zo in Bant verzeild raakten? ‘We willen graag het gebouw ervaren’, zei ik eerlijk. Was geen probleem. Er werd ondertussen met stoelen geschoven. En ik zag dat het druk was. Ik had er zelf wel diensten geleid, en zag onmiddellijk – eerlijk is eerlijk – dat er meer mensen waren dan toen ik zelf de dienst leidde. Maar zien wat het wordt, dacht ik. Bartha ging achter de microfoon staan en leidde ons door het eerste deel van de liturgie. Net voor de schriftlezing liet ze op een opgehangen kaart zien hoe zich de reizen van Paulus voltrokken. ‘Het gaat over Korinthe. Hier ligt dat. Vlakbij Athene. Even ver de andere kant op vind je de plaats waar nu die branden zich afspelen’. Het plaatste ons vanuit Handelingen 18 met een paar woorden in het hier en nu.

Henk verzorgde de ‘korte overweging’. Hij zei twee punten naar voren te willen halen, die hem zelf bezighielden. Het ene was de plek waar Paulus en de gemeente bij elkaar kwamen, naast de synagoge, en de op handen zijnde scheuring tussen de joodse en de christelijke gemeenschap. Hij memoreerde hoe het tot zo’n scheuring kon komen. Dat gebeurt op het moment dat regels boven de innerlijke overtuiging worden geplaatst. Je hebt een fijngevoelige intuïtie nodig, zo gaf Henk aan, en lukt het om die af te stemmen op de realiteit en de diepgang van leven? Een tweede punt betrof de verhouding kerk – staat. De overheid die in Korinthe actief is en gevraagd wordt zich met het kerkelijk leven te bemoeien. Zo anders dan nu, waarin we bijna krampachtig kerk en staat scheiden. Henk wees op een misverstand in de huidige samenleving. Politici zijn geneigd secularisatie te zien als afwezigheid van spiritualiteit in het publieke leven. Dan voel ik me meer thuis bij Charles Taylor, zo zei hij, die duidelijk maakt dat het gaat om neutraliteit in de keuzemogelijkheid, om daarna ruimte te laten voor spiritualiteit ook in het publieke domein. Instituties kunnen neutraal zijn, zo formuleerde Henk, maar mensen zijn dat nooit.

Ik was onder de indruk van de bondigheid en precisie waarmee de lekenprediker een paar lijnen in een bijbelfragment wist aan te brengen. Tegelijk zag ik hoe mijn dochter en schoonzoon het gebouw taxeerden en wat ik vermoedde bleek achteraf juist: Ze vonden het gebouw prachtig en heel geschikt.

Van gemeenteleden in Bant vernam ik later bij de koffie dat ze maandelijks een dergelijke samenkomst hadden met eigen mensen die voorgaan. Ze hadden er een stuk of vijf, zes die dat konden, voorgaan. Ze noemden de dienst ‘morgengebed’. En je merkte dat de mensen een zekere fierheid hadden, omdat zij heel goed aanvoelden dat het morgengebed kwaliteit had - bij alles wat je nog meer over Handelingen zou kunnen zeggen - en dat de strekking bijbels gefundeerd was. Ik dacht bij mezelf: Dit is dus de kerk van de toekomst. Een kleine gemeenschap als Bant, volgens een jaarboek van tien jaar geleden al minder dan 200 belijdende leden, redt het door zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de voortgang van de vieringen.


Nieuwsgierig keek ik thuis nog twee dingen na. Ik wilde weten hoe het met de kerkorde zit rond het ‘morgengebed’ en ik wilde weten waar zo’n begaafd voorgangersechtpaar vandaan komt. Eerst maar die kerkorde. In de gereformeerde kerkorde staat: ‘Op de dag des Heren zal de kerkenraad de gemeente in kerkdiensten samenroepen’. Ik wist het uit het hoofd, omdat ik me de bijeenkomst in de synodale synode in Lunteren herinner waar ik als journalist aanwezig was; het ging toen over de vraag of de verplichte tweede (!) kerkdienst op zondag uit de kerkorde geschrapt zou mogen worden. Dat gebeurde, onder protest van velen. Hoe snel kan de tijd veranderen, realiseerde ik me. En in de hervormde staat zoiets als: ‘Getal, plaats en tijd van de kerkdiensten worden vastgesteld door de kerkenraad’. In de kerkorde die de Protestantse Kerk in mei 2018 vaststelde is het allemaal gebundeld. ‘Op de zondag komt de gemeente samen in de eredienst’ en 'het is de kerkenraad die tijd, plaats en aantal vaststelt'. Ik las nog even door. Ik kwam bij artikel 5.2. Daar staat: ‘In een getijdendienst onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad kan worden afgeweken van het bepaalde. Alle leden van de gemeente kunnen worden uitgenodigd in deze dienst voor te gaan’. Ik moest er om glimlachen. Ze zijn slim in Bant. Heel slim. En het loont.

Ik zocht nog iets na. Dat echtpaar wat voorging. Waar kwam dat ineens vandaan? Ik begon bij de vrouw. Bartha. Druk met een kunstbeurs in de Bantsiliek, verraadde internet. Ik schakelde door naar de man. Henk Tiesinga. Ik zag dat hij een eigen pagina op Wikipedia heeft. Geboren in Bant op 24 april 1949 las ik. ‘Dijkgraaf’, stond er ook. Dat hadden ze me in Bant al verteld. En ik las ‘lid van de Eerste Kamer van 2009 tot 2011’ en daaronder meer dan tien nevenfuncties als voorzitter van allerlei coöperaties.  Het maakte me vrolijk. Als mensen met zo’n staat van dienst willen helpen het kerkenwerk te dragen,  wat zullen we dan tobben over de toekomst van de kerk?