Nuchtere uitgave Wanneperveen Belt-Schutsloot

Wat mag je van iemand verwachten die lid is van de kerk? Die nuchtere vraag is uitgangspunt van een boekje ‘Ja, ik geloof in God en ik ben lid van de kerk!’ Ds. Johan Menkveld uit Wanneperveen liet het boekje van acht pagina’s zien bij de werkgemeenschap van collegae in Zwartsluis op 21 mei.

We zijn in de kerk misschien wel heel voorzichtig en we durven niet zo gemakkelijk te zeggen wat we van elkaar verwachten. Het blijft allemaal een beetje vaag. Het is belangrijk dat je dingen hardop zegt, zo legde Johan Menkveld uit in de werkgemeenschap. Mensen hoeven niet te bang te zijn om dingen bij de naam te noemen. Vandaar dat men in Wanneperveen – Belt Schutsloot een boekje uitbrengt waarin de verwachtingen met naam en toenaam worden genoemd, bedoeld om nieuwe lidmaten, doopouders, en anderen concreet te laten zien wat de ‘doe’ en ‘doe niets’ van kerkleden zijn.

‘We hebben in de achterliggende jaren gemerkt dat de vrijblijvendheid waarmee gemeenteleden hun eigen keuzes maken leidt tot vaagheid en onduidelijkheid voor nieuwe leden waardoor de lat steeds lager komt te liggen, we elkaar steeds minder en met minder resultaat aanspreken op ‘achterblijven’ in gemeenteactiviteit waardoor het gemeenteleven over de hele breedte ‘inzakt’, de gemeente als geheel krimpt en in de rode cijfers belandt’, aldus de opmaat in het boekje.

Het boekje begint met de drie vragen die bij de belijdenis van het geloof worden gesteld. De tekst laat zien dat dit getuigenis terugkeert bij het ‘ja-woord’ van ouders die hun kind laten dopen, bij een huwelijksinzegening en bij het aanvaarden van het ambt in de kerkenraad. Het boekje stelt vast dat het ja bij nogal wat gemeenteleden wegvalt op het moment dat er Heilig Avondmaal wordt gevierd of mensen voor een ambt worden gevraagd.

Het wezenlijk de zondagse kerkgang is, wordt als volgt verwoord: ‘De zondagmorgen kerkdienst is het hart van het gemeente-zijn. Daar ontmoet de gemeente elkaar voor het aangezicht van God. De waarde van de kerkdienst is niet in de eerste plaats wat wij daarvan vinden, wat we daar leren of beleven maar wat we daar zijn. Wij gaan naar de kerk om onze God te eren en daarmee ook invulling te geven aan de rustdag, die Zijn dag is. Daarom vieren wij de liturgie, zingen we onze liederen, lezen we de Bijbel en richten onze harten op Hem’.

Eén bladzijde gaat over ‘meedoen in de kerk’. Een ieder wordt aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid. ‘Een periode in de kerkenraad is zeer aan te bevelen. Door het kerkenraadswerk leer je de gemeente veel beter kennen, raak je meer betrokken en zoals veel ambtsdragers naderhand zeggen; je geloof groeit erdoor’.

Het thema ‘geven aan de kerk’ sluit de brochure af. ‘Het in stand houden van gemeente en gebouwen kost naast veel inzet ook gewoon geld’.