Foto: Karel V
Overijssel viert 500 jarig bestaan in 2028
De provincie Overijssel maakt zich op voor een eeuwfeest. In het jaar 1528 kreeg de provincie officieel zijn huidige benaming. Reden voor de overheid om in 2028 dat historische moment nader tegen het licht te houden. De komende tijd zal duidelijk worden hoe de herdenkingen vorm en inhoud krijgen.
Ook de positie van de kerk veranderde in 1528. Niet dat inwoners van Overijssel dat direct aan de lijve zullen hebben ervaren. Toch werd er een principieel wissel omgezet. De verhouding van kerk en staat veranderde; ze werden meer onderscheiden; en de naam Oversticht maakte plaats voor de naam Overijssel.
Overijssel ging in 1528 officieel over in andere handen. De prins-bisschop Hendrik van Beieren deed afstand van het Oversticht. Karel V nam het burgerlijke bestuur over. Daarmee was het ontstaan van de provincie Overijssel een feit. Overijssel was een zelfstandige bestuurlijke eenheid. Kerk en staat vielen niet meer samen. De landheer en de bisschop kregen een onderscheiden verantwoordelijkheid.
Wie denkt dat er daarmee ruimte kwam voor religievrijheid vergist zich. Karel V was een fervent aanhanger van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij gaf geen ruimte aan hervormingsgezinden; in Overijssel vooral belichaamt in de leer van Maarten Luther. De Rooms-Katholieke Kerk bleef de enige toegestane religie.
Dr. W.J. Formsma wijst er in het boek ‘De geschiedenis van Overijssel’ uit 1970 op, dat in 1528 al grote delen van het Oversticht in handen waren gekomen van Karel V. De stadhouder van Friesland, Georg Schenck van Toutenburg, die woonde in Vollenhove, vertegenwoordigde de landsheer en zuiverde de provincie van de laatste Stichtse invloeden; hij sloeg de onder het Sticht vallende troepen van de hertog van Gelre terug. En uiteindelijk viel ook het laatste bolwerk, dat was Hasselt. De Ridderschap en de Steden, van oudsher de bewindsvoerders in Overijssel, moesten zich voortaan voegen naar het nieuwe regime.
Het duurde nog twee generaties voor de rol van de kerken zich wijzigde. Dat veranderde zo rond 1580. De invloed van de hervormingsgezinden nam toe. De gereformeerden namen op een bepaald ogenblik het bestuur over. De rooms-katholieken belandden in de schuilkelders. Voortrekkers van hervormde zijde in die periode 1578-1580 waren Petrus Hardenberg, sinds 1579 predikant van de gereformeerde kerk in Zwolle, Theodorus Siliginuus, gereformeerd predikant in Deventer; Willem Lakius, gereformeerd predikant in Steenwijk; Hostech en Sauderus Theodorus, predikanten in Kampen. In Kampen namen de gereformeerden in de loop van 1579 162 gezinshoofden als nieuwe lidmaten op. In Deventer was de schatting dat drie op de vijf gezinshoofden zich van de oude religie hadden afgewend.
Voor nog meer historie: klik hier.