Foto: Afscheid bij de classispredikanten; ds. Ellen Peersmann, preses van het overleg, hield een toespraakje en overhandigde een cadeaubon, een kaart en een fles wijn
De periode van afscheid nemen is ingezet. Mensen sturen vriendelijke kaarten. Margriet Gosker schreef een speciaal boekje 'De oecumene, het ambt en de vogels'. Bij vergaderingen nemen mensen afscheid. En er komen stukjes in bladen. In een bijlage de tekst van Kampen in Zicht; en hieronder de tekst die ds. Jonathan Zondag uit Dedemsvaart schreef voor zijn kerkblad. Daaronder een tekst opgenomen in het Friesch Dagblad. En daaronder een tekst van Omroep Flevoland en RTV-Oost. Onder deze knop is ook de toespraak van ir. Andries Heidema te vinden uitgesproken bij het afscheid. En onder deze knop vind je de toespraak van ds. Jan Dirk Wassenaar.
Een ambachtelijk bestuurder gaat met pensioen
Begin 1998 ontmoette ik ds Klaas van der Kamp voor het eerst. Mijn vader was toen ouderling -voorzitter van de Centrale Kerkenraad van hervormd Enschede. Het was de tijd dat hervormd en gereformeerd samen gingen vergaderen. Ik mocht mee naar de intrede van ds Jaco Zuurmond, die in Enschede zou blijven tot mei 2026. Bij de receptie na afloop beende Klaas van der Kamp op en neer. Hij was toen scriba van de provinciale kerkvergadering in Overijssel. Eigenlijk had hij toen al de functie van classispredikant, al heette dat toen nog niet zo. Hij vertelde mijn vader dat Enschede de zaken goed op orde had. Enschede was toen een van de weinige plaatsen in Overijssel waar hervormden en gereformeerden gewoon wel samen wilden gaan. Mijn vader was natuurlijk zo trots als een pauw.
In 2011 ontmoette ik Klaas van der Kamp voor de tweede keer. Hij was toen algemeen secretaris van de Raad van Kerken in Nederland. Hij had een aantal beginnende predikanten uitgenodigd om eens kennis te komen maken met de Raad. Ik was een van hen. Mij viel hoe breed het netwerk van deze man was. Hij vertelde toen onder meer hoe dienstbaar koningin Beatrix was aan de Raad. Het was voor Klaas altijd een hele uitdaging om de belangrijkste kerkelijke leiders met enige regelmaat bij elkaar te krijgen. Maar als hij bijvoorbeeld een nieuwjaarsreceptie hield met de koningin erbij, dan kwamen de kerkelijke leiders allemaal.
Vanaf 2018 leerde ik Klaas van der Kamp kennen in zijn nieuwe rol als classispredikant voor Overijssel en Flevoland. Vanaf het begin genoot ik van de berichten op zijn website. Hij combineerde een journalistieke achtergrond met een brede belangstelling. Hij schreef even makkelijk over internationale ontwikkelingen als over lokale initiatieven. Als classispredikant was hij behoorlijk zichtbaar, vooral door de kerstnachtdiensten die hij in streektaal hield.
Klaas van der Kamp was in zijn rol een vertrouwenspersoon voor predikanten. Vele dominees hebben wel eens in zijn ruime studeerkamer in Kampen gezeten. Voor een vierjaarlijks bezoek zocht hij mij een keer op in Linde. Hij was een prettige gesprekspartner met een ruime blik. Later heb ik nog met hem gesproken over het beroepingswerk. Als geen ander overzag hij de mogelijkheden.
Formeel geeft de classis Overijssel-Flevoland leiding aan het geestelijk leven in de provincie. Maar de classis kan niet alles sturen. In de afgelopen jaren kromp de kerk, maar juist orthodoxe gemeenten groeiden. De classis heeft daar geen invloed op. De classis kan wel helpen als een gemeente omhoog zit. In de praktijk gaat het dan vaak om fusies en ruzies. Onlangs was Klaas nog bij de kerkenraad in Dedemsvaart om over mijn gedeeltelijke vertrek te praten. Ds Klaas van der Kamp staat uitstekend aangeschreven als classispredikant. Hij beheerst het bestuurlijke ambacht als weinig anderen.
Gelukkig werkt een classispredikant niet alleen. Een classispredikant kan leunen op een breed moderamen met kundige ambtsdragers. Een van hen is Johan Kuiper uit Dedemsvaart, die zijn werk als scriba van de classis met veel toewijding verricht. Het scribaat is ook echt een bult werk.
Op 28 juni neemt ds Klaas van der Kamp afscheid met een feestelijke dienst in de Bovenkerk in Kampen. Voorafgaand aan de dienst mogen alle dominees op de foto, in ambtsgewaad of desnoods in “C&A-confectiepak”. Na afloop krijgen ze een afdruk van die foto. Het is een prachtige manier van Klaas om zoveel mogelijk dominees naar zijn afscheid te krijgen.
Ds Jonathan Zondag
Hieronder de tekst uit het Friesch Dagblad, geplaatst op 27 juni 2028
Klaas van der Kamp: „Ik zie toekomst voor grotere bestuurlijke eenheden, met meerdere ‘huisgemeenten’. Zo blijf je in de dorpen vitale plekken hebben waar het geloofsleven klopt.” Foto: Wilbert Bijzitter
Klaas van der Kamp: ‘Wat krimp betreft kunnen we leren van de protestantse minderheidskerken in Frankrijk’
Dominee, oud-journalist en adjunct-directeur van deze krant, uitgever, gezicht van de Raad van Kerken: Klaas van der Kamp heeft een opmerkelijk brede carrière. Die bagage kwam hem de afgelopen jaren goed van pas in zijn rol als classispredikant van Overijssel en Flevoland. Dit weekend neemt hij na acht jaar afscheid in de Bovenkerk in zijn woonplaats Kampen. Het is tijd voor zijn pensioen.
In Fryslân leerde Klaas van der Kamp (1959) het belang van (streek)taal. Dat was in de jaren tachtig, toen hij journalist was op de kerkredactie van het Friesch Dagblad . Van der Kamp kwam vanuit Utrecht en moest natuurlijk Fries leren. Dat ging hem goed af en het hielp hem om dichterbij mensen te komen. „Wat later, toen ik predikant was in De Westereen, en soms in een verzorgingshuis in voorging, merkte ik de impact van streektaal nog sterker”, vertelt hij. „De bezoekers zakten geregeld wat weg, maar als ik een zin Fries sprak, stonden ze weer op scherp.”
Door theoloog Anne van der Meiden ging hij jaren later ook in het Saksisch voor. „Anne zei tegen mij: als je dat in het Fries doet, kun je het ook wel in het Saksisch.” Zo verzorgde Van der Kamp jaren een kerstnachtdienst in Overijssel, uitgezonden door RTV Oost. „Het Saksisch kent geen beleefdheidsvorm. Dat voel je als je gaat bidden. Niet zelden hoor ik dat het gebed iemand ‘overkomt’: iemand schiet vol. Dat komt omdat je ineens met God op voet van vertrouwelijkheid bent.”
Een streektaal kent veel meer verkleinwoordjes dan het algemeen Nederlands, merkte Van der Kamp. „In het verkleinwoord zit de vertedering, de liefde, het toegankelijk maken. Met taal kun je heel dichtbij mensen komen. Taal creëert een werkelijkheid en omlijnt je gevoelens.”
Voortvarend
Van der Kamp heeft veel te danken aan zijn tijd bij het FD , blikt hij terug. „Ik heb niet alleen op een betrokken manier leren schrijven, ik kreeg ook gevoel voor kerkelijke culturen. We volgden alle synodevergaderingen. Het grootste verschil was: bij de gereformeerden werden daadkrachtige besluiten genomen en de hervormden namen nooit besluiten”, lacht hij. „Ook aan het gebed kon je precies horen waar je was. Bij de gereformeerden werd er gedankt dat er een nieuwe commissie was aangesteld, terwijl de hervormden dankten dat de onderlinge sfeer zo goed was.”
Toen Van der Kamp later als adjunct-hoofdredacteur aan de slag ging was dat wel even wennen: meer organisatorisch bezig zijn. „Ik had bijvoorbeeld de regie over de zaterdagbijlage. In die tijd heb ik geleerd om kort en bondig te vergaderen. En om belangen te doorzien. Ik weet nog dat we een primeurtje hadden. Een man verkocht zwarte aarde, maar die bleek vervuild slik te bevatten. Omdat wij dat naar buiten brachten, kwam de man op de redactie verhaal halen met een mes. Ik bleef wijselijk achter een tafel staan. In zo’n situatie probeer je iemand mee te nemen: we maken een follow-up met jouw kant van het verhaal.”
Levenservaring
Dat Van der Kamp in de journalistiek terecht kwam, had te maken met zijn voortvarendheid. Hij groeide op op een boerderij op Kampereiland. Daarna studeerde hij theologie in Utrecht. Dat ging hem gemakkelijk af, zodat hij op z’n 24ste klaar was. Hij vond zichzelf nog te jong om de preekstoel te beklimmen. „Kennis is één ding, levenservaring wat anders. Daarom ben ik me gaan verbreden. Ik haalde onderwijsaktes en deed een master journalistiek en bedrijfskunde.”
Van zijn bedrijfskundig inzicht had hij veel profijt toen in 2003 uitgever werd bij Royal Jongbloed. Daar zochten ze een bijzondere combi: een theoloog en marketeer. „Jongbloed had de rechten voor de Nieuwe Bijbelvertaling ( NBV ) gekregen. Er lag een plan van één A-viertje. Van vormgeving tot vermarkting: alles moest nog gebeuren, en in 2004 moest de NBV verschijnen.”
Wat voor omslag geef je zo’n nieuwe bijbel? Daarover heeft Van der Kamp een leuke anekdote. „Op dat moment waren er twee smaken: zwart en bruin. Iedereen was het er wel over eens: de NBV luidde een nieuwe tijd in, dat moest anders. We vroegen vijf kunstenaars om een omslag te maken. Omdat er nogal eens groepen mensen de drukpersen bij Jongbloed kwamen bekijken, vroegen we deze bezoekers om de meest aantrekkelijke aan te wijzen. Op een zeker moment kwam kunstenaar Henk Pietersma uit Leeuwarden binnen. Hij zei: ‘Ik wil niet kiezen, ik wil zelf iets maken. Ik zet er pro deo een omslag naast.’ Baat het niet, dan schaadt het niet, dachten wij. Opmerkelijk was dat vrijwel alle bezoekers daarna het ontwerp van Pietersma kozen: de welbekende oranje-grijze omslag, met letters uit de grondtekst. Die is het dus geworden.”
Geloofsvragen
Zijn entree in het kerkelijk werk beleefde Van der Kamp al heel wat eerder, als catecheet in Zwolle. „Bij een predikant op leeftijd, die het moeilijk vond om orde te houden. Ik gaf er les aan 15-, 16-jarigen die elementaire vragen over het geloof hadden: wie is God, waar kun je Hem zien?”
Klaas van der Kamp: „Een geloofsweg is geen rechte of lineaire lijn.” Foto: Wilbert Bijzitter
Tijdens zijn afscheidsdienst op zondag 28 juni in Kampen komt hij terug bij deze geloofsvragen. „Als classispredikant heb ik de afgelopen jaren deze vragen aan bijna alle predikanten en kerkelijk werkers gevraagd: ‘Als je kijkt hoe je nu in het geloof staat, vergeleken met hoe je begon, is je geloof dan nog hetzelfde?’ Soms klinkt er een ja, maar eerlijk gezegd twijfel ik daaraan. Een geloofsweg is geen rechte of lineaire lijn. Ik zie dat ook bij mezelf. Vroeger dacht ik: ‘De genade is geregeld, God heeft het voor elkaar. Het probleem is vooral dat wij er niet bij kunnen komen. Wat moet er bij ons gebeuren om daar een sensor voor te krijgen?’ In de loop van de tijd heb ik geleerd dat genade niet ‘klaar’ is, maar ook veel vraagt. Als vader heb ik geleerd dat het loslaten vraagt. Voor God is het een kleinigheidje om alles te regelen. Maar Hij gunt ons als een Vader onze verantwoordelijkheid. Dat gaat zo ver, dat het Hem uiteindelijk zijn leven kost: Christus sterft.”
Geestelijk leider
Klaas van der Kamp is geen somberaar, maar een vrolijk mens. Hij zet zich graag in voor een kerk die extravert is, en die kleur wil geven aan de samenleving. Dat deed hij ook jarenlang op oecumenisch vlak, als secretaris van de Raad van Kerken in Nederland.
Toen hij in 2018 10 jaar bij deze koepelorganisatie zat, vroeg zijn vrouw: „Wat ga je de komende jaren doen, Klaas? Menselijkerwijs gesproken mag je nog een aantal jaren. Ga je die uitzitten bij de raad? Ik weet niet of je de kerk daar het meest mee dient?” „Ze had gelijk”, lacht Van der Kamp. „Het was mooi werk bij de raad. De oecumene heeft mijn hart. Toch kriebelde het om weer wat te betekenen voor de plaatselijke kerken en dichterbij het geloofsleven van mensen te staan. Vroeger dacht ik: als ik in seniorentijd kom, ga ik naar een kleine gemeente.”
De oecumene heeft mijn hart. Toch kriebelde het om weer wat te betekenen voor de plaatselijke kerken en dichterbij het geloofsleven van mensen te staan.
Maar toen kwam de vacature van classispredikant voor de regio Overijssel-Flevoland langs. Een gloednieuwe functie binnen de Protestantse Kerk in Nederland. De PKN is verdeeld in elf regio’s, classes in kerktaal. Elke classis heeft sinds 2018 een eigen geestelijk leider, de classispredikant. Met als belangrijkste taak: het bemoedigen van de gemeenten binnen deze regio. Geen eigen gemeente dus, maar ‘herder’ van de predikanten en kerkenraadsleden van Overijssel en Flevoland. „Deze rol paste goed bij wat ik al gedaan had. Bovendien was ik al bekend met deze regio, omdat ik zo’n twintig jaar ervoor scriba was van deze regio. Ik was benieuwd: wat is er gebeurd in de afgelopen twee decennia?”
Van der Kamp trof bij veel gemeentes een sentiment van bescheidenheid aan. „Het besef: we zijn een minderheid geworden. Ik moest daar in het begin aan wennen. Soms ging het avond aan avond over krimp, moeite om de kerkenraad bemenst te krijgen, en terugloop van allerlei kerkelijke zaken. Dan kwam ik wel eens een beetje aangeslagen thuis.”
Hij realiseerde zich dat hij de rol van classispredikant vervulde op een breuklijn. „Tussen een samenleving waarin kerk en geloof een vrij grote plaats hadden, naar een plek meer in de marge. Daarom heb ik veel over breuklijnen gepreekt in de afgelopen jaren. Denk aan Abraham en Mozes. Reflecties op breuklijnen in de Bijbel kunnen ons helpen om zicht te krijgen op andere manieren van kerk-zijn.”
Ontkrampen
Wat de classispredikant geregeld tegenkomt is een cultuur van ‘doorgaan tot het echt niet meer gaat’. „Mensen gaan tot het uiterste. Kerkenraadsleden of vrijwilligers durven niet af te treden of een taak los te laten, uit angst dat hun gemeente ophoudt te bestaan. Dan probeer ik hen te helpen ontkrampen. Als je je taak mooi vindt: doe het. En anders niet. Ga er niet kapot aan.”
Soms lukt het niet langer om een volwaardige kerk in een dorp te houden. Dan zijn er ook andere mogelijkheden, benadrukt Van der Kamp. „Ik zie toekomst voor grotere bestuurlijke eenheden, met meerdere ‘huisgemeenten’. Zo blijf je in de dorpen vitale plekken hebben waar het geloofsleven klopt. Zo’n nieuwe structuur vraagt om een cultuurverandering en dat kost tijd. We lopen in de kerk een beetje achter: in het onderwijs en in zorginstellingen zie je dit soort structuren al langer. Ook daar is dat een uitdaging.”
De regiopredikant bezoekt alle kerkenraden en pastores eens in de vier jaar. „In Fryslân was ik gewend aan kleine gemeentes en kerkenraden. In Overijssel en Flevoland gaat het om relatief grote gemeentes en kerkenraden. Dat vraagt om alertheid. Je bent een uur, anderhalf uur te gast in bij een kerkenraad en in die tijd moet je doorgronden wat er speelt.”
Waar klopt je hart voor?
Het belangrijkste in deze functie is volgens Klaas van der Kamp: predikanten en kerkelijk werkers in hun kracht zetten. Hoe hij dat doet? „Door te denken vanuit het principe van vitaliteit. Ik vraag vaak aan pastores: waar klopt je hart voor? Waar zie je dat dat aansluit in je gemeente? Hoe kun je jezelf voeden op dat vlak?”
Als classispredikant ben je ook het gezicht van de regionale kerk naar buiten, vindt Van der Kamp. „Eens per jaar bel ik bijvoorbeeld de commissaris van de Koning, en ontmoeten we elkaar. Net als de regionale media. Dan weten ze je ook te vinden als ze de kerk nodig hebben.” Van der Kamp is inmiddels voorzitter van de mediaraad van RTV Oost en lid van de mediaraad van Omroep Flevoland.
Klaas van der Kamp: „Je moet als classispredikant oppassen dat je geen partijganger wordt.” Foto: Wilbert Bijzitter
De classispredikant is doorgaans ook de eerste die gebeld wordt bij problemen in een gemeente. Dat kan gaan over financiën, conflicten of misbruik. En hij is een vraagbaak. „Wat nogal eens voorkomt is groepsvorming in gemeentes. Je moet oppassen dat je geen partijganger wordt. Ik vraag altijd: belt u namens de kerkenraad? Je zult aan mij niet zo snel merken met wie ik het laatst gesproken heb. Dat kan ook wel eens wat afstandelijk overkomen, maar het is belangrijk om onafhankelijk te blijven in deze rol.”
Europese kerken
Klaas van der Kamp vindt het jammer dat hij vanwege zijn leeftijd moet stoppen met het classispredikantschap. Al schept het wel ruimte voor andere passies, zoals de Europese Raad van Kerken. Afgelopen voorjaar was hij in Zweden bij het algemeen bestuur van de CEC (Council of European Churches). Daarvan zijn 114 kerken lid, waaronder de Protestantse Kerk in Nederland. Doel van de CEC is om de kerken in Europa met elkaar te verbinden en de eenheid te zoeken. „We kunnen veel van elkaar opsteken”, zegt de theoloog. „Zo heeft de Protestantse Kerk vormen van pionierswerk van de Engelse kerk overgenomen. Wat krimp betreft kunnen we leren van de protestantse minderheidskerken in Frankrijk, die een langere traditie van kerkelijke samenwerking op lokaal vlak hebben. En wat betreft de publieke zichtbaarheid van de kerk in de samenleving, kunnen we een voorbeeld nemen aan kerken in Duitsland en Scandinavië.”
De ontmoeting dit voorjaar in Zweden was inspirerend, vindt Van der Kamp. „Kerkleiders vertelden dat de kerken in Zweden de laatste jaren meer instroom hebben van jonge mensen. Meer jongeren doen confirmatie, belijdenis. Die tendens van jonge mensen die interesse hebben in het christelijk geloof, werd door kerkleiders uit andere landen herkend. In Nederland liet de laatste editie van het rapport God in Nederland ook een stijgende populariteit zien van het geloof bij jonge mensen van de zogenoemde generatie-Z. Al wordt dat in Nederland niet automatisch gevolgd door een lidmaatschap van een officiële kerk. Wat mij opviel aan de Zweedse spreker was dat de kerk daar veel aan marketing doet.”
De volgende brede kerkenontmoeting is in 2028 in Athene. Van der Kamp is gekozen als voorzitter van deze ontmoeting. „Ik hoef mijn tijd dus niet alleen te vullen met klusjes in huis”, grapt hij. „Verder blijf ik graag voorgaan op zondag. En ik ga me verder verdiepen in de theologie van Henk Vreekamp (1943-2016). Daarover hoop ik komende jaren te publiceren.”
Omroep Flevoland plaatste het volgende bericht:
Vertrekkend classispredikant ziet creatieve en vitale toekomst voor de kerk
Klaas van der Kamp neemt binnenkort afscheid als classispredikant van de regio Flevoland en Overijssel. Dat was hij sinds de invoering van deze functie binnen de protestantse kerk in 2018. "In het begin was het best pionieren", vertelt hij in Het Gesprek. Iets wat Van der Kamp juist aantrekkelijk vond.
Een classispredikant is een soort coach van kerken. "Je gaat er vooral naar toe als er grote veranderingen zijn, dus dingen die ze niet op routine kunnen doen. Een classispredikant helpt bijvoorbeeld met het afstoten van een kerkgebouw of het vinden van een nieuwe dominee als er een vacature is. Op dat soort momenten geef je gezicht aan het geheel van de kerk. Je probeert iets van de bezieling van een kerk weer te geven."
Daar is volgens Van der Kamp nu meer behoefte aan dan twee generaties terug. "Toen wist iedereen wel ongeveer wat er in zo'n kerk gebeurde. Dat is tegenwoordig minder vanzelfsprekend."
Kerken zijn creatiever geworden
Van der Kamp vindt het belangrijk om de vitaliteit van kerkelijke gemeentes te benadrukken. "Er is een soort sluier over Nederland gekomen dat de kerk jaarlijks 1 tot 2 procent inlevert. Dan vergeten we dat het nog steeds de grootste gemeenschap is waar mensen elkaar ontmoeten."
De vitaliteit en flexibiliteit van kerken geeft Van der Kamp hoop voor de toekomst. "In Ens kwam een vraag van een jongen van 12, een migrant. Hij wilde zich bij de kerk aansluiten. Daar hoort dopen bij. Dat wilde hij niet in het kerkgebouw, maar in open water."
Dit had vroeger niet gekund denkt de classispredikant. "Twee generaties geleden hadden we gezegd: 'dat is poppenkast.' Maar nu ging die kerkenraad nadenken, die zei: wat mooi dat zo'n jongen dat wil en dat hij daar z'n eigen ideeën bij heeft. Toen is die gemeente 's ochtends naar het Schokkerstrand gegaan, daar hebben ze een doopplechtigheid gehad. De beelden die ze daarvan hebben gemaakt, hebben ze uitgezonden in de gemeente. We zijn creatiever geworden, er kan wat meer en daardoor kun je ook dichter bij de ziel van mensen komen."
Streektaal in de dienst
Zondag 28 juni is er een afscheidsdienst in de Bovenkerk in Kampen. Dat is een meertalige dienst. "Daar ben ik mee begonnen toen ik predikant in Friesland was. Toen kwam ik in een verzorgingshuis waar ik 's middags moest voorgaan. Dan hebben de mensen gegeten, ze dutten een beetje weg. En dan had ik soms een Fries citaat en dan waren ze er weer. Dus ik ben op een gegeven moment helemaal in het Fries gaan preken daar."
Daarna volgden ook diensten in het Saksisch. "Als je afscheid neemt en mensen kennen je van de streektalen, dan moeten daar ook wat elementen van in die dienst zijn."
RTV-Oost zette het volgende bericht op het web:
Dominee Klaas van der Kamp neemt afscheid: 'Streektaal heeft me veel gebracht'
Zoals altijd komt Van der Kamp op zijn fiets naar de kerk waar hij vandaag ook afscheid neemt: de monumentale Bovenkerk, in zijn eigen stad Kampen. De toga is zorgvuldig opgerold in een koffertje.
Die vertrouwde toga draagt hij zondag tijdens de afscheidsdienst met rode stola. "Ik heb voor de rode gekozen, want het is toch wel een beetje feest. Ik ben ook heel dankbaar dat ik hier de afscheidsdienst mag houden, in deze kerk."
Classispredikant
Van der Kamp was de afgelopen acht jaar classispredikant, een leidinggevende rol in het protestantse geloof. Zelf vergelijkt hij de rol met die van een bisschop in het rooms-katholieke geloof. "Daar houden wij als protestanten niet zo van, van die functie. Bij ons mag je het maar tien jaar doen, dan moet je sowieso weg."
De classispredikant ondersteunt de predikanten in de regio en helpt kerken bij problemen en het nemen van lastige beslissingen. "Het is lastig als je bijvoorbeeld een kerk moet afstoten. De kunst is dan om weer te focussen op daar waar de energie een plek kan krijgen. Dat je probeert weer positieve energie bij mensen naar voren te krijgen."
'Streektaaldominee'
Van der Kamp groeide op op Kampereiland, een afgelegen boerenstreek, met zijn eigen Sallandse dialect. Het accent zat hem eerst wat in de weg. "Ik heb twee jaar logopedie gehad om een beetje netjes Nederlands te leren", lacht hij. Toen hij predikant werd in Friesland, zag hij hoe belangrijk die eigen taal was, en ging hij Fries leren. Toen was het nog maar een kleine stap naar streektaaldiensten.
"Ik vind het ook recht doen aan een streek. Het heeft met onze cultuur te maken. Het kan helpen om identiteit te geven aan wie we zijn en hoe we zijn."
Feestelijk afscheid
Bij zijn afscheid komen verschillende religies en talen samen: van Sallands tot Hebreeuws, van protestants tot rooms en Joods. Helemaal in de stijl zoals hij het ambt heeft ingevuld: verbindend en midden in de samenleving.
"Het is gelukkig wel een soft afscheid", lacht hij. "Ik mag nog gewoon blijven preken en ik hou ook nog wat andere bestuurstaken. Maar als classispredikant zit het werk er straks op. Als maandag de wekker gaat, kan ik denken: ga ik eruit, of blijf ik nog even liggen? Dat heb ik echt nog nooit gehad. Dat zal wennen zijn."
Foto: Het moment van losmaking van de taak van classispredikant, links ds. Wilbert Dekker, rechts ds. Klaas van der Kamp