Kofi Ogún tijdens een studiedag in Utrecht
Transformatieve dialoog in Overijssel
Leden van de provinciale werkgroep Kerk en Slavernij willen een transformatieve dialoog opzetten in Overijssel. Het gaat daarbij om een gesprek waarin deelnemers een nieuwe manier van kijken ontwikkelen als ze naar slavernij en racisme kijken. Enkele mensen vanuit Overijssel hebben daarvoor in september 2026 twee studiedagen gevolgd in Utrecht, samen met leden van werkgroepen uit Fryslân en uit Zeeland.
Racisme speelt onderhuids nog steeds in de samenleving. Nederlanders met een gekleurde huid merken dat geregeld. ‘Waar kom je vandaan?’ krijgen ze als vraag, terwijl ze al twee generaties Nederlander zijn. Lida van den Broek, die een proefschrift ‘De ironie van gelijkheid’ schreef over etnische diversiteit o de werkvloer, vertelde dat bedrijven nog steeds ongelijkheid en discriminatie in stand houden. Ze maakte duidelijk dat discriminatie vaak onbewust doorwerkt. Het gaat dan niet om de vraag ‘ben ik een racist?’, maar: ‘hoe kunnen racistische patronen, beelden en mechanismen in mijn denken en handelen aanwezig zijn, ook als ik dat niet bedoel?’.
Lida van den Broek legde de deelnemers aan de studiedagen verschillende oefeningen voor, waaruit blijkt hoe mensen die snel denken zich gemakkelijk door vooroordelen laten leiden. Tegelijk stelde ze dat het trage brein (even verder nadenken) meer bewustzijn kan opleveren.
In de groepsgesprekken die men verder in de provincies wil voeren, gaat het om een open gesprek, waarin mensen aandachtig naar elkaar luisteren.
Kofi Ogún, onderzoeker en trainer uit Rotterdam, ging verder in op de Afrikaanse diaspora. Hij is oprichter van Ojise Netwerk, een organisatie die zich bezighoudt met educatie, dialoog en bewustwording vanuit Afrikaanse perspectieven. Hij ging dieper in op de Egyptische beschaving (KMR) die een belangrijke bijdrage heeft gespeeld aan de ontwikkeling van andere religies.
Hij liet daarbij zien hoe nieuwe machten oude culturen teloor hebben laten gaan. Zo was er in Egypte wel een opbouw van de maatschappij met slaven, maar deze konden naar zeven jaar weer huns weegs gegaan. De Romeinen, die later de wereldheerschappij overnamen, kenden die praktijk niet. De Moren die van 700 – 1492 in Iberië de dienst uitmaakten, brachten beschaving die tot renaissance leidde. Maar mensen als paus Nicolaas V trotseerden dat gezag met uitspraken als ‘Dum Diversas’, waarin het anderszijn van Moren werd benoemd en er werd opgeroepen tot ‘eeuwige slavernij’. Polarisatie leidde tot religieus epistemicide.