Het boek van Joep Boerboom klaar voor verkoop
Klazien uit Zalk oversteeg de verzuiling
Klazien Rotstein – van den Brink was veelzijdig in haar religieuze keuzes. Gedoopt in een hervormde gemeente sloot ze zich op haar dertiende aan bij de gereformeerde kerk en in de laatste fase van haar leven kwam ze daar niet meer na enige strubbelingen met de conservatieve richting en ging ze geregeld mee met haar man naar de synagoge in Zwolle. Het is ook bekend dat ze geld overmaakte voor werk in Israël. Haar werk sloot nauw aan bij de kracht van de natuur, waar door dorpsgenoten soms met enige terughoudendheid naar werd gekeken.
Joep Boerboom, biograaf van Klazien uit Zalk, sprak op dinsdag 13 oktober bij de historische vereniging Jan van Arkel in Kampen. Hij ging voor een volle zaal in op de biografie die op 26 augustus in Zwolle werd gepresenteerd. De biograaf, tevens freelance-journalist van onder meer de Stentor, liet eerst een fragment zien van een televisiegesprek tussen Klazien uit Zalk en professor Timmerman, bestuurslid van de organisatie tegen kwakzalverij. ‘De Schepper heeft zo veel kracht in de natuur gelegd’, verduidelijkte Klazien haar positie in dat gesprek. De hoogleraar deed het af als ‘folkloristische sprookjes’.
Joep Boerman vertelde dat hij gefascineerd werd door de persoon van Klazien. Hoe kon zij zo’n fenomeen worden? En wie zit er achter het typetje, dat in 1997 is overleden op 78-jarige leeftijd? Boerman sprak diverse mensen over Klazien. Hij raadpleegde krantenarchieven. En hij stuitte zelfs op een persoonlijk archief van Klazien.
Klazien genoot de laatste tien jaar van haar leven publieke bekendheid. Ze werkte mee aan een programma over het uitsterven van de bevers en werd daarop door het radio-programma ‘De opening’ van de VARA gevraagd als amateur-weervrouw. Ze deed dat met verve, vaak door te verwijzen naar haar zwarte kat Simon Perez. ‘Ligt de kat op de stoel, reken dan op een natte boel’. Na het radio-optreden volgde de televisie en er verschenen diverse boekjes van haar hand.
De wortel van het succes zocht de biograaf tientallen jaren eerder, aan het begin van de jaren zestig. Klazien trad in die tijd op voor christelijke plattelandsvrouwen met anekdotes, een liedje, een verhaal over kruiden. Wat ze op de ene avond hoorde, presenteerde ze als feit op een volgende avond. Ze maakte ook gebruik van het werk van dr. Vogel. Ze werkte verder als freelancer voor enkele kranten en leverde het nieuws uit Zalk aan. Ze kreeg later een column voor een Kamper krant: ‘Op de proatstoel’, waarin ze onder meer inging op de lokale politiek. Ze had over allerlei zaken een mening. Over het doortrekken van de A50, over de plek waar een tweede brug over de IJssel moest komen bij Kampen. En natuurlijk over kruiden. Daarbij combineerde ze allerlei teksten die ze op het spoor kwam. Dat je van valeriaan rustig wordt, zal niemand verbazen. Maar ze kon ook met stelligheid poneren dat een paar roestige spijkers onder het bed konden helpen tegen pijn in één van de benen.
Klazien vond het leuk om in de spotlights te staan. Joep Boerman zocht de bron daarvan in haar vroege jeugd. Ze was nog geen drie jaar oud, toen ze bij haar blinde opa, dove oma en manke tante kwam te wonen. Haar ouders woonden weliswaar in de buurt, maar hadden de handen vol aan andere kinderen. Het leven bij familie resulteerde mogelijk in een doordringende behoefte aan aandacht. Ze kreeg die onder meer toen ze op dertienjarige leeftijd de overstap maakte naar de gereformeerde meisjesvereniging Debora.
De verstandhouding met het dorp, zo meent Joep Boerman, was altijd wat dubbel. Aan de ene kant was ze een ambassadeur voor Zalk. Veel mensen leerden Zalk kennen dankzij de kruidenvrouw. Aan de andere kant was ze een typische bewoner, waarbij de hang naar kruiden geassocieerd werd met occulte macht. Klazien praatte veel en graag, zegt de biograaf, maar ze verzweeg ook veel. Zo hield ze voor zichzelf dat ze ooit overspannen was geweest en hartkloppingen had gehad.
De balans opmakend stelde Joep Boerman dat ze aansloot bij het verlangen naar waardering voor de streekcultuur, het dialect en de folklore. Ze was een boegbeeld voor de emancipatie van vrouwen, ook al hield ze er zelf op bepaalde terreinen conservatieve ideeën op na. Er kwamen in de jaren tachtig, jaren negentig, bussen vol naar Zalk. Ze reden langs haar huis en waren soms teleurgesteld dat ze in een nieuwbouwwoning woonde uit de tijd van de ruilverkaveling. Ze hadden zich een oude boerderij met een rieten dak voorgesteld. De boerderij had een kruidentuin; er was slechts een tuin waarin ook kruiden waren te vinden.
Toen Klazien op 5 juni, 1997 overleed was ze in zekere zin al over het hoogtepunt van haar roem. Het was de biograaf opgevallen dat de interviews in de jaren negentig minder inhoudelijk werden. Journalisten werden gemakzuchtiger. Ze waren al tevreden als ze een stereotype beeld konden presenteren met enkele quotes. Door mee te werken aan carnavalskrakers en andere publicitaire uitingen buiten de oorspronkelijke focus werd dat beeld verder gevoed. Journalisten vanuit de Randstad schreven met dedain. De beste interviews kwamen uiteindelijk van journalisten met een regionale achtergrond. Zij waren oprecht in haar geïnteresseerd.
De biograaf voor het huis van Klazien in Zalk