Dr. Janneke Stegeman over theologische wortels van slavernij

Theologie als alibi voor racisme en kolonialisme


Is het niet moeilijk zelf voor te gaan in een kerk, als je zoveel kritiek hebt op wat de kerk doet? Hoe kan je christen zijn met alle kennis van misstanden? Die vraag kreeg dr. Janneke Stegeman voorgelegd in Zwolle op 22 oktober 2026 tijdens een inleiding op het slavernijverleden van ‘haar’ protestantse kerk. Zij sprak in het kader van de eerste bijeenkomst van ‘Free Your Mind – Onderzoek naar het verleden, bouw aan de toekomst’ over kerk, slavernij en herstel.

Janneke Stegeman liet zien hoe de slavernij vanaf de synode van Dordrecht ingeweven zit in het protestantse DNA. Toch zei ze zichzelf christen te noemen en zondag voor te gaan in de Nassaukerk in Amsterdam. ‘Ik voel me wel verbonden met die protestantse traditie. Het is een soort haat – liefde - verhouding’. ‘Dezelfde traditie waar ik kritiek op heb biedt ook inspiratie voor verzet en zoekt oprecht naar gelijkwaardigheid’.

Stegeman benadrukte dat ze iets zichtbaar probeert te maken van het verleden van de manier waarop theologie wordt gebruikt. ‘Geloof is voor mij niet een soort happy-kleppie-geloof’. Ze zei zich bewust te zijn van de identiteit van de protestantse kerk, die nog steeds ‘een rijke’ kerk is. Die rijkdom heeft ook met een beladen verleden te maken. Het zou rechtvaardig zijn, aldus Janneke Stegeman, daar rekening mee te houden als het gaat over bijvoorbeeld wie eigenaar is van de gebouwen en hoe die worden ingezet.

Janneke Stegeman legde een directe link tussen het koloniale verleden van Nederland en de protestantse inkleuring. Nog steeds is er sprake van structureel geweld, die daaruit voortvloeit. Haar boek ‘Uitverkoren’, geschreven samen met Saskia Pieterse, laat zien hoe Nederland aan een ingekleurd zelfbeeld is gekomen. Enerzijds veroordeelde de republiek in de zeventiende eeuw het Spaanse kolonialisme, anderzijds gaf de kerk juist een onderbouwing aan de Nederlandse variant. De synode van Dordrecht is vooral bekend geworden als de synode van de tegenstelling tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten. Maar dezelfde synode sprak zich ook uit over slavernij en stelde serieus de vraag of kinderen van heidenen wel gedoopt mochten worden.

Stegeman behandelde verschillende theologen die daar – met de bril van tegenwoordig – een racistische inkleuring van gaven. Willem Usselincx (1567 – 1648) was daarvan een voorbeeld. En Jan Pieterszoon Coen. Ze werden gedreven door het verlangen handel te drijven; tegelijk wilde Coen de Banda-eilanden door witte gereformeerden laten bewonen. Hij zag hen als ‘eerlijke christenen’ en die waren van een andere signatuur dan de ‘gemengde kinderen’, voortgekomen uit relaties van scheepslui met inheemse bewoners. Er waren vooral witte vrouwen nodig, om weer balans te krijgen in de samenstelling van de bevolking. Coen vroeg in een brief om ‘een menigte jonge meisjes’.

Godefridus Udemans (1581-1649) is weer een ander voorbeeld. Hij noemde ‘iets in de natuur van de indianen’ ‘walgelijk voor onze natie’. Zelfs bekeerde inheemse bewoners waren naar zijn oordeel onzuiver. Mensen als Udemans zagen het calvinisme als het ware geloof en als bovenste religie in de hiërarchie die ook boven bijvoorbeeld de Joden stond. ‘Ze identificeerden zich met Israël en alle andere mensen worden in een hiërarchie geplaatst op basis van hun afstand tot het ware geloof’.

Ds. Johan Picardt uit Coevorden (1600-1670) gebruikte het verhaal van Noach om aan het racisme een theologische onderbouwing te geven. Cham werd verbonden met zwarte Afrikaners. Jafeth was stamvader van Europa en geroepen om ‘in de tenten van Sem te wonen’, oftewel de leiding over de nemen van het Joodse volk. Afrikaners zouden zelfs belang hebben bij slavernij, omdat de nakomelingen van Jafeth hen zouden kunnen helpen meer welzijn te vinden.

Hugo de Groot (1583-1645), bekend vanwege de rol die hij speelt in het internationale recht, zei weliswaar dat alle mensen vrij zijn geboren, ‘maar niet alle mensen hebben de beschikking over volledige rationaliteit’. Nederlandse handelaren onderscheiden zich van hen op positieve wijze, omdat zij ‘vrij zijn van iedere roofzuchtige neiging’ en ‘superieur zijn aan alle anderen in seksuele matigheid’.  Daarmee was het zelfbeeld van de protestanten getekend.

De Nederlandse samenleving is gebaseerd op die eeuwenlange theologisch-kerkelijke inkleuring. Wetten die daarin zijn geformuleerd zijn uit dat protestantse gedachtengoed opgekomen. Je kan dat nationalisme tot in Amerika toe herkennen, meende de inleidster. En het is nog maar de vraag of het optimisme van Beatrice de Graaf en Stefan Paas gerechtvaardigd is die aan de kerk in Nederland heden ten dage een ‘matigende invloed ‘ toeschrijven. ‘Dat biedt wel een heel onschuldig beeld van de kerk’, aldus de inleidster.

De bezoekers spraken verder in kleine kring door op vragen als: Is het voldoende om zelf mensen gelijkwaardig te benaderen om een cultuurverandering door te zetten? De gesprekspartners waren het er over eens, dat er meer nodig is. Het gaat om bewustmaking en om bewuste keuzes. Beelden van Jezus als een witte man in de kinderbijbels werken averechts. Ze bieden bewust of onbewust een identificatiemodel waarbij de witte mensen als norm worden gezet. ‘Wie garandeert ons dat we morgen niet met dezelfde blindheid de geschiedenis ingaan’, aldus Arnold Palil, kunstenaar van het Spoken Word, als er niet een bewustzijn wordt ontwikkeld van hoe Nederland eeuwenlang voedingsbodem is van racisme en kolonialisme.