‘Ik ben van ’t Eiland’

Wat was de belevingswereld van mensen in de twintigste eeuw? Wat hield je bezig als je leefde op een boerderij dicht bij de natuur? Het waren die vragen die me fascineerden. Achter de ogenschijnlijk algemene vragen gaat een verlangen schuil mijn eigen jeugd te doorgronden.

Ik heb het leven van mijn ouders vastgelegd in een boek van 276 pagina’s. Het boek heeft de titel gekregen ‘Eilanders’. Het verschijnt tegen de Pinksteren 2020. Wie het leuk vindt om een exemplaar te kopen, kan dat per mail melden en ontvangt dan van mij een bevestiging en een rekeningnummer waarop 25 euro overgemaakt moet worden. Wie 4 exemplaren afneemt kan met 50 euro volstaan.  

Ik was veertig jaar oud, toen ik me realiseerde dat er een tijd zou komen dat ik mijn ouders niet meer kon raadplegen over mijn jeugd. Ik besloot daarop mijn ouders te gaan interviewen. Ik bezocht hen geregeld, sneed steeds andere onderwerpen aan en tikte eenmaal thuisgekomen de teksten uit. Ik heb twintig jaar gewacht alvorens ik de aantekeningen weer tevoorschijn durfde te halen. Ik heb ze doorgelezen, bewerkt en gecombineerd met andere bronnen, notulen van de gemeenteraad, berichten in de krant, lezingen die ik heb gehouden.

Het totaal levert een familiegeschiedenis op in een breder raamwerk waarin de volksaard en de verbondenheid van de agrarische bevolking met de klei en de dieren tot uitdrukking komt. Het boek is een poging de mentaliteit te verstaan en onder woorden te brengen. Tegelijk biedt de uitgave een levendig beeld van het leven in de twintigste eeuw doordat de oorspronkelijke dialoogvorm van de interviews steeds weer terugkeert.

 
Hieronder drie fragmenten uit het boek, vervolgens een inhoudsopgave en tenslotte enkele karakteristieken van het boek.

Fragment uit het hoofdstuk ‘De Schokkers’

Mijn vader: ‘Ja, ik ben op erf 30 geboren. Ik ben er ook opgegroeid. Ik was de eerste in het gezin die mocht leren op de landbouwschool. Bosma heeft daar voor gezorgd. Die zat in de CBTB (Christelijke Boeren- en Tuindersbond). De CBTB zorgde voor het reilen en zeilen van de landbouwschool. Bosma had gezegd dat het goed was als ik naar de school ging. Mijn vader vond het maar zo zo.

Ik kreeg van school een brief mee naar huis. Daar stond in dat je tien gulden moest betalen voor het schooljaar. Je mocht ook zes gulden geven, als tien gulden te veel was voor je gezin. Mijn vader gaf me zo’n enveloppe mee van de melkfabriek. Hij stopte daarin zes guldens. Ik moest het geld op de landbouwschool aan meester Van der Veen geven. Van der Veen nam de enveloppe aan en keek me strak aan. ‘Je hebt er toch niets uit gehaald’, vroeg hij. Ik had er niets uitgehaald. Ik gaf alleen maar af, wat ik van huis uit had meegekregen. Ik weet niet of mijn vader het zo arm had en dat hij niet meer kon betalen, of dat hij domweg niet meer geld over had voor de school. Hij vond het niet nodig dat zijn kinderen doorleerden. Je moest zo gauw mogelijk zelf geld verdienen.

Klaas, mijn broer, heeft later nog de Mulo gedaan. Ik weet niet meer of hij dat heeft afgemaakt. Toen hij nog thuis was, is hij van de school gehaald. Hij kon monsternemer worden. Mijn vader was blij, als hij weer een zoon aan werk had geholpen’.

Was het armoedig thuis?

Mijn vader: ‘Wij hadden thuis nooit nieuwe kleren. De kleren werden gemaakt uit de oude kleren van mijn ouders en grootouders. Dat kwam de kwaliteit niet ten goede. We hadden van die bolle broeken. We kregen er op school een bijnaam door: De Schokkertjes werden we genoemd. Dat heeft ons diep geraakt. Je moet dat niet onderschatten. Het krenkte ons. Mijn vader trok zich er niets van aan. Hij was een man alleen. Hij was weduwnaar. En hij was verschrikkelijk ouderwets en stijf. Ik kan me herinneren dat we één keer naar een kleermaker zijn geweest. We mochten nieuwe kleren hebben. Dat dachten we tenminste. Maar uiteindelijk draaide het weer uit op kleren van een ouderwetse snit. De kleermaker zei nog: ‘Zult u dat wel doen, die kleren? Daar lopen ze tegenwoordig niet meer in’. Maar mijn vader wilde van niets anders weten. Zo had hij het thuis geleerd. Zo voedde hij zijn kinderen op. Dat was lastig.

Het eerste schoolreisje dat ik meemaakte ging naar Hattem. Ik vond het een belevenis. We kwamen in zo’n uitspanning. De serveerster vroeg of ze een foto van ons mocht nemen, van mij en mijn broer. Ze vond onze kleren zo bijzonder. Niemand liep meer in dat soort kleren. Wij wilden niet. We wisten niet eens wat dat was: Een foto nemen. Wij dachten dat je dan geslacht werd. We weigerden’.

Wanneer is je moeder overleden?

‘Mijn moeder is overleden toen ik zes jaar oud was. Ik kan me haar niet meer herinneren. Ze heette Jennigje van der Weerd. Ze is overleden aan de mazelen. Dat kan je je nu niet meer voorstellen. Dat je daaraan overlijdt. In die tijd was dat anders.

Mijn vader is hertrouwd toen ik twaalf was. We hadden de kritische leeftijd zo’n beetje gehad. Hij hertrouwde met een Van der Kolk, een vrouw achter Dalfsen vandaan. Er heeft nog lang een foto van haar gehangen op het centrum Het Erfje boven een bureau. Zij droeg een ouderwetse dracht. De fotovereniging van het Kampereiland vond dat mooi; vandaar dat ze haar foto daar neer gehangen hebben. Het was een hele oude foto. Het was toch al bijzonder dat er een foto was. Je nam toen bijna nooit foto’s. Je had dat toen gewoon niet’.

Fragment uit het hoofdstuk ‘NSB’

Er was een collectieve zwijgzaamheid op het Kampereiland. Je sprak niet over dingen die iemand vervelend zou kunnen vinden. Door zaken onbesproken te laten kon je ze op den duur aan de vergetelheid overgeven. De Tweede Wereldoorlog was zo’n periode. Verschillende boeren koesterden sympathie voor de NSB (Nationaal Socialistische Beweging). Het was een non-item na de oorlog. Het is pas van de laatste jaren dat je er weer over mag spreken. En doordat er tegenwoordig nieuwe sympathieën zijn voor rechtse nationalistische partijen komt er ook ruimte om te herinneren aan het  bruine verleden. Ik pelde het thema uit, door in de Kamper kranten te bladeren en te zoeken naar beschrijvingen van boeren en hoe ze zich op het Kampereiland gedroegen in oorlogstijd.

Ik vond in de Handelingen van de gemeente in 1946 notulen waar met naam en toenaam boeren worden genoemd die in de oorlog een omstreden keus hebben gemaakt. Deze boeren dreigden na de oorlog hun pachtovereenkomst kwijt te raken. Bij één van hen, één van onze buren, was er een hoofdelijke stemming nodig om te besluiten of men tot ontbinding van de pachtovereenkomst zou overgaan. Hij zou zich economisch hebben misdragen. Economisch wangedrag betekent in de regel dat iemand clandistien een slacht heeft uitgevoerd en het vlees voor woekerprijzen heeft verkocht. De boer van erf 109 werd daar schuldig aan bevonden en uiteindelijk van de pacht ontheven.

De boer van erf 51 mocht blijven. D. van Dijk sprak in de Raad: ‘Deze boer zal niet de enige zijn geweest. Men moet bij anderen niet alleen kijken naar de vermeerdering van het geld, maar ook naar datgene wat bij hen in de linnenkast belandde. De pachters die ruilden met winkeliers zijn net zo goed onvaderlandslievend. Bovendien kan je ook vragen stellen bij de vaderlandsliefde van de winkeliers die grote stukken spek tegen hun goederen wilden ruilen’.

Er was een zuiveringscommissie die mensen voor een tribunaal bracht. Maar de gemeenteraad besliste of men blijvende consequenties aan een aanklacht wilde verbinden. De prijs die de boer van erf 51 vroeg voor een koe was 4000 gulden. Een raadslid legde uit dat het niet zo maar een koe betrof, maar een stamboekkoe. De betreffende boer had naar eigen zeggen kort na de verkoop van de koe zelf weer een paard gekocht voor liefst 16.000 gulden. De prijzen lagen hoog in die oorlogstijd. B. van der Kolk, die zelf lid was van de zuiveringscommissie, bracht naar voren dat er ook wel klachten zijn ingediend tegen mensen, die dienden om persoonlijke ruzies te beslechten.

Op mijn vragen over de namen die ik gevonden had, reageerde mijn vader: ‘Ja, die namen kloppen wel. Er was er nog één bij. Die man zie ik de dag na de bevrijding nog bij het station lopen. Hij moest glas vegen'.

Fragment uit het hoofdstuk ‘Relationeel leven’

Mensen van buitenaf vinden het moeilijk dat relationele denken te begrijpen. Ze zien het als introvert handelen of secundair reageren. Van Derkje Kasper – van Dijk, een dichteres die schreef in de volkstaal van Kampen, is bekend, dat ze de relatie voorop stelde. Haar kinderen vertelden dat ze, toen ze nog thuis woonden, altijd de vrede moesten zoeken. Ze namen het haar enigszins kwalijk. Als er gedoe was, het begin van een ruzie, moest het onmiddellijk afgekust worden. De relatie werd veilig gesteld. Je kan daar schamper over doen en het jammer vinden dat je je niet oefent in assertiviteit, je kan het ook zien als het begin van een deugd die met fatsoen en correcte omgangsvormen te maken heeft.

Derkje Kasper had een favoriet kinderliedje, dat begon met de tekst ‘Oeste de boeste bente / schaopies lopen in Drenthe’.  Je kan die eerste woorden niet duiden, alsof daarin al besloten ligt dat er veel is tussen hemel en aarde, dat zo een eigen plek mag hebben. Het mag en kan alles betekenen. De ander krijgt alle ruimte om er een eigen interpretatie aan de geven. 


Inhoudsopgave

VADER

1. An de keukentaofel
2. De Kampereilanden
3. De Schokkers
4. Witte bijen
5. Een kwart cent
6. Pionier
7. Overstromingen
8. Gust
9. NSB
10. Relationeel leven
11. Jennegiesland
12. Ratten
13. De ontgroening van de Kampereilanden
14. Vee over het ijs
15. Ritme
16. Kote-eieren
17. Briketten
18. Gras omhoog trekken
19. Gefeliciteerd, gefeliciteerd, gefeliciteerd
20. Vluchten voor de prik
21. Zing maar geen psalmen
22. Vlakbij
23. Drie wegen
24. Twee jaar samen
25. De Zambukkiaansche Pinkprullaria
26. Sterfhuis
27. Seksualiteit
28. Jaartallen
29. De genealogie

MOEDER

30. Zwollekerspel
31. In memoriam
32. Gonda
33. Timmerman
34. Testamenten
35. Sjansen
36. Een brief
37. Duitsers
38. Heimwee
39. Foto
40. Een koek op de arm
41. Doodsangst
42. Jantienmeue
43. Een sullige opa
44. Mail

Karakteristieken van het boek

Formaat A5
Afwerking garenloos gelijmd
Papiersoort 115 grams silk mc
Omvang 276 pagina’s
Rugdikte 13,2 mm.
Bedrukking zwart-wit
Omslag softcover 260 grams sulfaatkarton 4/0
Afwerking omslag mat laminaat
Prijs 25 euro (vanaf 4 exemplaren: 12,50 per exemplaar).
Inhoud: geschreven tekst met ruim 70 foto's (deels antiek, met minder pixels)
Verschijnt omstreeks Pinksteren 2020.
Inschrijving / bestelling beperkt mogelijk via k.vanderkamp@protestantsekerk.nl

Foto boven: familieportret 1962
Foto onder: zicht op Kampen 2020 (achterkant uitgave)