Er zijn elf nieuwe classispredikanten van start gegaan op 1 september. Wim Beekman is de classispredikant van Friesland. Hij schrijft regelmatig columns voor de Leeuwarder Courant. Ter kennismaking hieronder de jongste tekst. 


Zwijgen

 

In de dorpen waar ik de afgelopen jaren dominee ben geweest, ligt het kerkhof pal naast de kerk. Na afloop van de rouwdienst brengen we de overledene dan direct naar het graf. De uitvaartleider vraagt ons daarbij te zwijgen, uit eerbied voor de gestorvene. 

 

In een vorige gemeente lag de begraafplaats aan de rand van het dorp. “Ongeveer tien minuten lopen”, vertelde de bode daar altijd bij. Ook hij vroeg allen de baar in stilte te volgen.

 

Afgelopen vakantietijd leidde ik een rouwdienst in een naburige gemeente. De begraafplaats lag op vijftien minuten lopen. Gelukkig ook hier weer een ‘stille tocht’. Ik had een kwartier om bij mezelf te mijmeren, en meteen kwam veel weer boven.

 

Hoe ik vroeger als jonge dominee geregeld zo’n stille tocht achter de baar maakte. Hoe het hele dorp daarmee wist om te gaan. Automobilisten die hun voertuig langs de weg stilzetten en de motor uitschakelden; fietsers die afstapten en bleven staan; voetgangers die halt hielden.

 

En ook degenen die de stoet van verre zagen aankomen en snel gasgaven, of onverhoeds een zijstraat inschoten om niet te hoeven wachten. Dieptepunt was de tractor die onverstoorbaar met brullende motor om de stoet heen scheurde, met giertank en al. 

 

Vroeger hoorde stilte bij de dood. Voor de huizen waarin een overledene stond opgebaard, strooide men zand om het geluid van ratelende wagenwielen te dempen. Tegenwoordig hoor ik familieleden luid pratend achter de baar de reünie alvast beginnen. Tijden hebben tijden.

 

Ik ben van het zwijgen. Voorafgaande aan de rouwdienst, in de stoet en op het kerkhof. Er mag ook een einde komen aan het zwijgen. In mijn eerste gemeente dronken we koffie in het Gebouw en op het moment dat de mensen de drempel overgingen, verbraken zij het zwijgen.

 

Ik voel dat als teken dat het leven weer doorgaat. Vandaar de koffie, soms met een krakeling, teken van de eeuwigheid. Leven en dood volgen elkaar. De overledene is weggebracht, de levenden proberen, zo goed en zo kwaad als dat gaat, terug te keren tot het leven.

 

Soms lukt dat niet. Ooit brachten we in ons dorp een jonge man weg, voor in de dertig, vader van een jong gezin. Na de drempel van het Gebouw bleef het stil. Onder de koffie bleef het stil. De mensen die afscheid namen van de jonge weduwe deden dat fluisterend.

 

Zwijgen is soms goud. De vrienden van Job komen na al het onheil dat hem is overkomen bij hem op bezoek. Ze blijven bij Job, en zwijgen acht dagen lang. Ik heb dat altijd het meest veelzeggende stukje uit de Bijbel gevonden.

 

Inderdaad, tijden hebben tijden. Wij leven inmiddels in de cultuur van het gesproken woord. Ieder wordt geacht een mening uit te spreken, en wanneer er onheil over ons komt, starten de praatgramma’s de gesprekken.

 

Geef mij maar zo’n Friese uitvaart, met veel stilte.