Henri Veldhuis is overleden. Zijn kinderen hebben zelf een berichtje verstuurd via social media. Via het kanaal wat Henri zelf zo vaak gebruikte voor zijn engagement. Een markante persoon valt weg. Te jong, met 63 jaar. Blijvend inspirerend voor velen.

Henri heeft de eerste twintig jaar van zijn leven in Overijssel – Flevoland gewoond. In beide provincies. Hij is in februari 1955 geboren op een boerderij in de buurt van Zwolle, vlakbij de IJssel. Op vijfjarige leeftijd verhuisde de familie naar het nieuwe land. Zijn vader kreeg een fruitkwekersbedrijf vlakbij Kraggenburg. Henri volgde de middelbare school in Emmeloord.

Daarna verliet hij de provincie. Hij ging in 1975 theologie studeren in Utrecht. Daar ontmoette ik hem twee of drie jaar later. Hij gaf leiding aan de TSU (Theologiestudenten Utrecht). Ik herinner me hem als een student die toen al buitengewoon kundig, analytisch en glashelder kon argumenteren.

Ik merkte dat Henri kritisch keek naar de ontwikkelingen in kerk en samenleving. Toen er een nieuwe scriba moest komen in onze kerk (PKN), liet hij in het publiek weten ook gereageerd te hebben en de indruk te hebben gekregen dat er veel achter de schermen wordt geregeld. In hoeverre is er kans voor een uitgesproken geëngageerd theoloog op een dergelijke post, was de vraag die hij stelde.

Een zelfde kritische lijn hanteerde hij naar de Raad van Kerken. Hij vond dat wij te veel vanuit een harmonie naar Israël en Palestina keken. We beperkten ons tot uitspraken waar christenen, moslims en joden allen achter konden staan. Hij identificeerde zichzelf vooral met het Palestijnse verlangen naar recht en gerechtigheid.

Henri is overleden tijdens een vakantie in Engeland. Tijdens een wandeling. Een bijzonder persoon ontvalt ons als kerk. In mijn boekenkast staat nog een boek van hem: ‘Kijk op geloof’. Een soort populaire inleiding in de theologie, in de onderwerpen die er toe doen. Ook het onderwerp ‘na de dood’. Ik citeer er een alinea uit:

‘Geloven in een leven na dit leven is wat anders dan, zoals de Griekse filosofen deden, geloven in de onsterfelijkheid van de ziel. Voor hen was de ziel zélf goddelijk en onsterfelijk. Volgens de bijbel is de ziel niet goddelijk, maar geschapen door God en even vergankelijk als het lichaam. Wij ‘overleven’ de crisis van de dood alleen, dankzij de trouw van God, die ons er doorheen draagt. Geloven is een leven na de dood, betekent in wezen niets anders dan geloven dat de relatie, die God als Schepper, Zoon en Heilige Geest met ons gelegd heeft, voor Hem onopgeefbaar en onverwoestbaar is, zelfs door de dood heen’.