Ds. Wim Beekman is classisdominee in Friesland. Hij schrijft wekelijks een column voor de Leeuwarder Courant. In het weekend van 18 mei blikt hij terug op zijn Overijsselse periode, toen hij werkte bij de Lebuïnuskerk in Deventer. Hieronder Wims tekst.

Huis van God

 

Het was in de tijd dat ik dominee was bij de Lebuïnuskerk in Deventer. Ik hield van deze ‘moeder van alle kerken’ in het Overijsselse. Zij was als een dierbaar mens met wie je een vertrouwde band hebt.

 

Met de leiding van de kindernevendienst vergaderde ik op een winteravond ergens in de onderaardse gewelven. Toen wij om tien uur naar boven klommen, kwamen we in de stille, duistere kerk. De pilaren rezen hoog op in de immense ruimte, en door de grote kerkramen viel het licht binnen van de straatlantarens buiten.

 

Wij werden er stil van. Toen zei een van de vrouwen: “Als ik God was, dan wist ik wel waar ik deze nacht zou gaan slapen”. Dat is de avond waarop ik geleerd heb dat een kerkgebouw meer is dan een ruimte waarin gelovigen samenkomen: een kerk is huis van God.

 

Dus ben ik blij met ieder kerkgebouw dat alle dagen van de week open is. Waar je gewoon even kunt binnenlopen, mijmeren, rondwandelen, stilzitten, een kaars branden, aan je liefsten denken, in jezelf afdalen, en in het voorbijgaan de lieve Heer ontmoeten.

 

In de krant lees ik dat de Stichting Oude Groningse Kerken deze week vijftig jaar bestaat. En besloten heeft vijftig van de eenennegentig kerkgebouwen die zij beheert permanent open te stellen voor publiek. Ik hoop dat vele kerkbeheerders zullen volgen.

 

Dan hoop ik niet dat zij voor de openstelling van onze kerkgebouwen veel vrijwilligers gaan optrommelen. Die dan meteen naar je toe komen om je iedere wetenswaardigheid en alle schoonheden van het gebouw uit te leggen. Dat kan ik ook in een boekje lezen.

 

Ook zou ik het fijn vinden als het gewoon stil zou kunnen zijn in de kerkruimte. Geen CD met stemmige muziek alstublieft. Ik kom immers in de kerk om even in het drukke leven van alledag God en mijzelf te ontmoeten. De schoonheid en de stilte van het gebouw geven mij dan troost, dat gebeurt vanzelf als ik bij de lieve Heer op bezoek ga.

 

De Stichting Oude Groningse Kerken stelt haar eigendommen natuurlijk open omdat zij de schoonheid van zo’n monumentaal en historisch gebouw niet onder stoelen of kerkbanken wil steken. En daar is niets mis mee.

 

Ik hoop dat onze eigen kerkrentmeesters de openstelling van hun kerkgebouw zullen aandurven omdat de kerk die zij beheren het huis van God is. En de lieve Heer staat voor ieder open.

 

“Ja, maar” hoor ik kerkmeesters dan zeggen, “dat is niet vertrouwd. De mensen stelen misschien onze kerk leeg.” Bij de kapstokken van de Lebuïnus in Deventer hing vroeger het bordje: ‘U dient uw spullen te beveiligen, niet allen die hier binnengaan zijn heiligen’.

 

Zeker, dat mensen zondaren zijn, weten wij in de kerk. Daar kunnen we op inspelen. Maar daarvoor hoef je toch de kerkdeur niet zes dagen per week op slot te doen.